J en S fietsen

Van Hanoi naar Bangkok .

Blog

Update Laos 2 en Vietnam 2

Posted by JenSfietsen on February 24, 2014 at 9:05 AM

24 februari 2014


 

Ubon Ratchathani (Th) – Khong Chiam – Pakse (Laos) – Champasak – Pakse – Paksong – Tat Lo – Khong Sedon – Paksong – Savannakhet – Donghen – Lampoy – Muang Phin – Dansavan – Dong Ha (Vietnam) – Hue – Lan Co – Hoi An – Thanh My – Kham Duc – Dak Glei – Kontum – Che Se – Ea Drang – Buon Ma Thuot – Dak Song – Dak Som – Bao Loc – Phan Thiet – La Gi – Ba Ria – Ho Chi Min/Saigon

 

Sabaydee en Xin Chiao en Chuc Mung Nam Moi!

 

Vanuit Ho Chi Minh weer een update van de afgelopen zes weken. De laatste keer dat we mailden zaten we vlak voor de grens met Laos in Ubon Ratchathani. Na twee dagen fietsen zaten we weer in Laos. De grensformaliteiten leverden wederom geen problemen op en binnen vijftien minuten waren we weer in Laos waar de kinderen net uit school kwamen. Het was direct weer als een warm bad, zoveel vriendelijkheid van die mensen. De kinderen fietsten gezellig met ons mee en overal klinkt het Sabaydee!!! Welkom terug in Laos!

 

Pakse is een stoffige, rommelige plaats aan de Mekong. Hier en daar herinneren gebouwen aan de Frans koloniale tijd en er zijn een aantal luxe hotels met bistro’s gericht op Franse toeristen, de Laotianen achter de receptie spreken ons zelfs in het Frans aan. Deze hotels liggen echter buiten onze prijsklasse, maar voor een ontbijtbuffet schuiven we graag aan. Wij nemen onze intrek in het Saigon hotel, een guesthouse van Vietnamese kwaliteit met de ons bekende dubieuze schoonmaakactiviteiten, maar het heeft twee goede matrassen met wit linnen, dus daar gaan we voor. De Vietnamese ambassade in Pakse is open tot half vijf en we besluiten ons alvast te laten informeren over hoe we een Vietnamees visum kunnen aanvragen. De medewerkers van de ambassade zijn uiterst vriendelijk (dat maak je zelden mee) en voor 80 dollar per visum willen ze het direct nog voor ons in orde maken. We kunnen ook vijf werkdagen wachten voor 70 dollar, dus dan is de keus snel gemaakt. Om kwart voor vijf staan we weer buiten met een glimmende sticker van het Vietnamese visum in ons paspoort. Dat is nog nooit zo strak verlopen. We vieren met Indiaas eten dat we nu de volgende dag al naar Champasak kunnen vertrekken en niet meer achter een visum aan hoeven.

 

Naar Champasak ligt een strakke nieuwe weg en we arriveren al voor de lunch. Joris rijdt daarna nog door naar de resten van een vroeger belangrijke tempel even buiten Champasak om samen met een groep Thaise toeristen een paar mooie foto’s te maken van Wat Phou, een tempel die mogelijk de blauwprint is voor latere tempels in Angkor Wat (Cambodja). Champasak ligt ook aan de Mekong en op het terras van “Champasak with love”, wat onder leiding staat van een Thaise eigenaar, eten we heerlijk bereide maaltjes met prachtig uitzicht over de Mekong.

 

Na Champasak charteren we een klein bootje voor een korte oversteek over de Mekong om via een andere weg terug te rijden naar Pakse en dan door te fietsen het Bolaven plateau op naar Paksong. Op het Bolaven plateau vindt de Laotiaanse koffieproductie plaats. Deze wordt verbazend genoeg veelal gerund door Vietnamezen (ruim een maand later fietsen we aan de andere kant van de grens in Vietnam en daar zien we overal koffieplantages en dan begrijpen we waarom er zoveel Vietnamezen begonnen zijn in Laos, zelfde terrein, nog veel mogelijkheden). Op de klim naar Paksong op 1300m zijn verschillende watervallen te bezoeken en bij een van deze ontmoeten we Stanley uit de UK op z’n mountainbike. Hij woont al acht jaar in Laos, is getrouwd met een Laotiaanse en sinds een jaar probeert hij bosbessen te verbouwen op het plateau. Dat is allemaal niet zo makkelijk, want zijn grond moet deels nog ontdaan worden van bombies (onontploftje bommetjes uit een clusterbom), wat een tijdrovende bezigheid schijnt te zijn. Hij fietst met ons mee terug naar Paksong en ondertussen vertelt hij honderduit. Hij is zichtbaar blij dat ie weer eens Engels kan spreken. Z’n huis is, naar zijn eigen zeggen, te klein om gasten te ontvangen, maar hij wijst ons in Paksong op een prima guesthouse. Bij het ondergaan van de zon nemen we afscheid. Het koelt snel af en met onze lange onderbroeken kruipen we even voor acht uur diep onder de dekens.

 

De volgende dag dalen we het plateau weer af, maar eerst bezoeken we nog een mooie koffieplantage. Hier leren we hoe de koffie van bes naar boon naar koffie verandert. Interessant.

We arriveren in de middag in Tat Lo waar een schitterende waterval vlak achter het dorp ligt. Hier ontmoeten we weer een paar andere toeristen, waaronder de Nederlandse Joke van 63 jaar, die alleen aan het backpacken is, iets wat ze al jaren doet door allerlei continenten. Savonds eten we gezellig samen bij Mama Pap en wisselen ervaringen uit.

 

Na Tat Lo vervolgen we onze weg richting Savannakhet. De eerste dag fietsen we door outback Laos, hier zien de mensen zelden toeristen. Als we stoppen bij een winkeltje voor wat drinken verzamelt zich dan ook binnen no-time een steeds groter wordende schare kinderen die ons op afstand bestuderen. Helaas zijn ze het Engels niet zo mondig en ons Laotiaans is minimaal, dus het contact blijft beperkt tot groeten en naar elkaar lachen. Bij vertrek zwaaien ze ons allemaal na. Hartverwarmend.

 

Na de outbackroute komen we weer op de hoofdweg naar het noorden die uitkomt in Vientiane. Gelukkig valt het mee met de drukte van het verkeer en is de weg van goede kwaliteit. Na lezen in de reisgids en de relaxedheid die wij ervaren in het zuiden van Laos besluiten we om een kleine omweg te maken om ook nog de Mekong in Savannakhet aan te doen. Savannakhet is net als Pakse een voormalige Franse koloniale plaats. Het heeft een knusser centrum, met oud koloniale huizen en het ademt rust. We drinken cola aan de Mekong en vinden een gezellig restaurantje dat Westerse maaltjes maakt. Na alle noodlesoep is dat wel weer erg lekker. Echter valt het eten niet goed en Stel is een dag uitgeschakeld met buikloop. Na een dag rust gaat het weer ok en we vertrekken oostwaarts naar Vietnam. Maar het beest blijkt hardnekkiger dan gehoopt en we kunnen niet meer fietsen dan halve dagen. De wind zit ook niet mee, blaast voortdurend uit het oosten en er zijn veel wegopbrekingen, wat gaten, gravel en stof betekent. In Lampoy moeten we gedwongen een dag rust nemen. Lampoy is een stip op de kaart, een strip met huizen direct langs de weg een paar winkeltjes en verder niks. Althans dat dachten wij. Om zes uur savonds echter knallen de bassen door de muren van onze kamer. Er blijkt een groot kermisterrein te zijn ingericht net buiten het dorp. Het is al donker als we even gaan kijken en verwonderen ons over wat we aantreffen. Er staat een groot podium waarop gedanst en gezongen wordt. Daar staan vele rijen met stoeltjes voor, waarvan nog niet een kwart bezet is. De geluidsboxen staan op meer dan vol open en zonder gehoorbeschadiging houd je dit niet langer dan een kwartier vol. De Laotianen lijken er echter geen last van te hebben. Op het terrein naast de stoeltjes kun je met pijltjes op ballonnen schieten om knuffels te winnen, daar verkopen ze suikerspinnen en er zitten met name veel Laotinanen rondom kleedjes waarop gegokt wordt. Op een soort roulette-achtig ingericht speelkleed kunnen de mensen hun geld inzetten en wordt er vervolgens met dobbelstenen gerold. De duizendjes gaan snel van hand tot hand. De mensen en kinderen kijken ons met grote ogen aan. Twee blanke reuzen is duidelijk niet wat ze gewend zijn, wij verwonderen ons over hun, maar zij verwonderen zich evenzoveel zo niet meer over onze aanwezigheid. We houden al die starende blikken snel weer voor gezien en duiken met oordoppen in ons bedje. De volgende dag als we langs het terrein fietsen is het meeste al afgebroken. Wat rest is een puinhoop aan zakjes en papiertjes. Laat maar waaien lijkt het motto. Zoals we dat al op veel plekken op onze reis in Zuid-Oost Azie zagen en nog zullen zien...

 

Door de vertraging van buikloop, tegenwind en wegopbrekingen bereiken we Vietnam later dan verwacht. Dat is jammer, want nu hebben we minder dan een maand om naar Saigon te fietsen. Het visum heeft fixed dates en we krijgen op 31 januari een stempel die geldig is tot en met 25 februari. Niet getreurd, we bekijken wel even hoe dat uitpakt in de planning. We stellen vast dat we wederom prettig hebben gefietst in Laos, het Zuiden is ons stukken beter bevallen dan het Noorden. Het leven lijkt hier minder bepaald door toerisme, het is authentieker Laotiaans. De kinderen zijn geweldig, zoveel hartverwarmende begroetingen, dat was toch wel heel bijzonder. Maar nu is het weer tijd voor meer actie. We maken ons op voor drukker verkeer en energiekere mensen, op naar Vietnam. Het leuke is dat de dag waarop we Vietnam weer in fietsen 31 januari is en deze dag het officiële nieuwe jaar inluidt voor de Vietnamezen. Het lijkt voor ons een soort time warp, want in de nacht van 30 op 31 januari worden we om 12u snachts gewekt door de plotselinge knallen van het vuurwerk, gelukkig nieuwjaar (again??!!)!

Bij de Laotiaanse grens hoeven we dit keer geen extra’s te betalen, dus steken we onze laatste Kippen (Laotiaanse munteenheid) in de bus voor het Rode Kruis en fietsen we naar de Vietnamezen. Ondanks hun (waarschijnlijk) korte nacht zijn ze goedgemutst, het is immers Nieuwjaarsdag, en ook hier zijn de stempels snel gezet. Chuc Mung Nam Moi! Gelukkig nieuw jaar!

Het is nog maar half negen sochtends, maar vele Vietnamezen zijn al in de weer op hun scooters. Het is blijkbaar gebruik om bij elkaar op bezoek te gaan en samen te eten en te drinken. Op straat liggen snoepjes en rijst en nep-geldbriefjes, zowel Dollars als Vietnamese Dong, dit alles om een gelukkig nieuw jaar in te luiden. De meeste winkels en restaurants zijn gesloten en dat kan nog wel de hele week duren. Tet, het nieuwe jaar, wordt namelijk dit jaar twee weken gevierd. Overheidsinstellingen zijn al dicht vanaf 25 januari en gaan pas weer open op 5 februari.

 

We fietsen door Khe San, wat tijdens de Vietnam oorlog een belangrijk strijdtoneel is geweest. Het ligt op een bergtop, waarna je een enorme val naar beneden maakt richting de kust. We rijden over Highway 9, deze weg loopt een paar kilometer onder de Demilitarized Zone, de zone die tijdens de oorlog Noord en Zuid Vietnam scheidde. We fietsen onder andere langs de Rockpile, een rots waarop de Amerikanen hun kanonnen hadden gelaatst.. Bizar als je je probeert voor te stellen wat zich daar heeft afgespeeld. Voor vertrek hebben we beide het boek Matterhorn gelezen en met dat (en natuurlijk Tour of Duty enz) in gedachten en dan hier en nu door dit landschap fietsen, geeft ons nog meer het gevoel “Waar waren die Amerikanen aan begonnen?”. Het landschap is zo ruig, dichte bebossing, steile hellingen, moesonregens, muggen, bloedzuigers en dan die hitte en neem dan die slanke, kleine, wendbare Vietnamezen die hier opgegroeid zijn en gewend zijn op blote voeten te lopen en op het land te werken, ten opzichte van die grote veelal roze Yankees, net 18 jaar, nog nat achter de oren… bij voorbaat een kansloze strijd, what were Johnson and Nixon thinking… Ze hadden hier niks te zoeken.

 

Maar goed, bijna veertig jaar later ontmoeten wij op de fiets lachende gezichten op Nieuwjaarsdag en de weken daarna. Veel hello, how are you, happy new year, peacetekens en zwaaiende Vietnamezen. Ongetwijfeld dat er nog veel leed achter de voordeuren is dat nog voortkomt uit deze vreselijke oorlog, onder andere door Agent Orange, het destijds ingezette chemische wapen dat nu nog steeds verantwoordelijk is voor de geboortes van mismaakte kinderen, van huidziektes, kanker en andere ellende. In het War Remnants museum in Saigon treffen we hier nare voorbeelden van aan. Echter in het Vietnam van nu dat wij vanaf de fiets zien lijkt het optimisme te overheersen. Vietnam groeit en bloeit en is op steeds meer plekken al behoorlijk modern.

We fietsen van Dong Ha, naar Hue en via de kust naar Danang en Hoi An, waarna we de bergen in gaan om over de Ho Chi Min Highway naar het zuiden te rijden. In Hoi An blijven we een paar dagen, omdat het zo’n prettige plaats is (en we een heerlijk hotel hebben ;), met een prachtig oud centrum met traditionele gele huizen en een heerlijke wanorderlijke voedsel- en warenmarkt.

 

In de grote steden waar we doorheen fietsen, zoals Hue, Danang, Kontum en Buon Ma Thuot zien we veel hip geklede, jonge, goed opgeleide mensen die op snelle scooters de steden doorflitsen. We zien veel goedgebouwde Vietnamese huizen en luxe hotels en restaurants. Hier en daar duiken supermarkten op. Het verschil met het platteland is wel groot. Hier zien we nog met name de eenvoud overheersen. Door de bergen over de Ho Chi Minh Highway zien we armoedige houten huizen, smoezelige kinderen en gaan de mensen vaker gekleed in viezige kleren. Waar het langs de kust stikt van de rijstvelden, zien we in de bergen overal koffieplantages. Veel van de bomen staan in volle bloei, de witte bloemetjes geven een heerlijke jasmijnachtige geur af die als een zweem door de dalen trekt.

 

We besluiten bij Gia Nghia van de HCM Highway af te gaan om weg 28 naar het zuiden te volgen, zodat we via de kust naar Saigon kunnen fietsen. De HCM Highway wordt steeds drukker en er zijn veel wegwerkzaamheden, en aangezien elke kilometer aanbesteed kan worden door een andere partij, kun je je voorstellen dat het een lappendeken is van oude weg, nieuw asfalt, gravel, weggeschraapt asfalt, keien, gaten, smal en met name veeeeel stof… De 28 staat zowel op onze kaart als op de GPS app op de mobiele telefoon, maar geen van beide heeft het bij het goede eind helaas… Rond drie uur s’middags belanden we in een eenvoudig dorp, Bre Se, waar de weg lijkt op te houden. Navraag aan de dorpelingen over hoe we door kunnen fietsen naar Di Linh levert onduidelijke informatie op. We proberen op de splitsing een weg die op de app juist lijkt. Echter na 2 kilometer eindigt deze in keien, einde asfalt. De scooterrijders die we tegenkomen wijzen ons terug naar de splitsing. Weer in het dorp beginnen we te begrijpen wat de dorpelingen ons proberen uit te leggen. De weg bestaat niet meer, we moeten 30 kilometer terug naar Quang Ke en daar een afslag nemen die niet op onze kaart staat en ook niet op de app. Blijkbaar een nieuwe weg. Er is namelijk een stuwdam aangelegd, die de weg 28 onder water heeft gelegd. Die stuwdam waren we al eerder gepasseerd, we voelen nu pas de nattigheid... Dit betekent een omweg van een dag extra fietsen. Dat is balen, omdat we al vijf lange fietsdagen onafgebroken onderweg zijn en het is jammer, omdat ons visum rap afloopt, betekent dat weer een dag minder rust. Maar hier in de middle of nowhere hebben de mensen geen auto en er gaan nauwelijks bussen, dus terugfietsen naar het vorige dorp en kijken of we ergens kunnen slapen, om de volgende dag de terugweg te aanvaarden en de omweg in te slaan, is de enige optie die ons rest. Wonder boven wonder staat er een bordje met “guesthouse” in het dorp. Maar aan de staat er van te zien, is het niet meer heel actief... Echter de eigenaresse ziet onze nood en besluit een kamertje voor ons op te lappen, zodat wij daar onze intrek in kunnen nemen. Het is een hok zonder ramen, de stroom valt elk half uur uit, maar het heeft een douche en hurk wc en een tweepersoonsbed en met onze eigen slaapzakken maken we er weer wat van. Er is helaas geen restaurantje/eethuis in het dorp, de dame in de noodletent tegenover het guesthouse haalt, als wij vragen of we bij haar wat kunnen eten, een bak met ondefinieerbare stukken vlees uit een kastje (lees: geen koelkast) en gebaart dat ze daar wel wat van kan maken voor ons. Wij gaan toch maar voor onze instantnoodles….

 

Na een onrustige nacht zitten we om half zeven weer op de fiets terug naar Quang Ke. Daar vinden we zonder problemen de juiste afslag naar de nieuwe weg, die ons om de hoogste pieken heen leidt, maar wel over passen van 1000m en die na 50km aansluit op een weg die gelukkkig wel op onze kaart staat. Na 108km bereiken we Bao Loc. Dan doen we nog een laatste monsteretappe van 137km naar Phan Thiet via Di Linh over een pas van 1150m. Dit is een prachtige klim en afdaling en als we op 300m zitten omarmt de hitte ons als een dikke deken. Dat is even wennen. De laatste veertig kilometer Joor voorop en Stel in de slip stream en zo komen we vlak voor zessen aan bij de zee, heerlijk!

 

We nemen een dagje rust om de knieen en zure spieren te laten herstellen. We luieren aan het zwembad en bekijken de kitesurfers aan het strand van Mui Ne. Omdat we er een hekel aan hebben om de fietsen op een bus te moeten laden, moeten we de volgende dag weer door, om in drie dagen Saigon te kunnen bereiken. Maar deze weg is geen straf. Hij volgt de eerste twee dagen strak de kust en dat is prachtig. De wind is in onze rug, het is een graad of 35 en we blazen met een mooie gemiddelde snelheid van Phan Thiet via La Gi naar Ba Ria. Onderweg ontmoeten we Harvey, een Welshman op de fiets. Hij fietst gezellig met ons mee tot aan Saigon. Daar kwamen we de 22ste februari aan en daar zitten we nu nog.

Ho Chi Min City, Saigon, beide namen worden gebruikt, blijkbaar zit daar stiekem toch nog wat opstandigheid van de Zuid Vietnamezen. Saigon bruist, het is een enorme stad, het stikt van de scooters en net als in Hanoi willen studenten graag in het park een praatje aanknopen met de toeristen om hun Engels te oefenen. Ondanks dat het een miljoenenstad is, kom je dezelfde toeristen wel tegen, we lopen meerdere malen Harvey tegen het lijf in de toeristenzone en bij het museum. Heel bijzonder is als we op het terras een hap zitten te eten en daar een bekend gezicht van onze eerste wereldreis voorbij loopt. Ennio roepen we in koor! Deze Italiaanse motorrijder zagen we begin 2006 in Egypte en nu is hij hier aan het toeren op de motor. It’s a small world after all! Hij schuift gezellig aan en we praten de hele avond bij.

 

In Laos kwamen we veel fietsers tegen die Vietnam vermeden, omdat ze gehoord/gelezen? hadden dat Vietnam een lastig en veel te druk en gevaarlijk land zou zijn om te fietsen. Het lastig zou dan met name duiden op de mensen, altijd onderhandelen, altijd worden afgezet… Wij hebben daarentegen genoten van Vietnam. Vietnam bruist met al die bezige mensen, allemaal verkopen ze wel wat, eten gebeurt bij kleine eetstalletjes aan de straat op kleine krukjes, de hele dag door. Het drukke verkeer vormt een geweldig schouwspel om naar te kijken. Als je begrijpt hoe hier de dans van het verkeer werkt, dan is het helemaal niet zo druk en gevaarlijk. Die scooterrijders zijn juist ontzettend vermakelijk om te zien. Ze zitten er wel met z’n drieen of vieren op, of met tassen vol eenden, groenten, hooi en ballonnen. De kinderen worden vervoerd zonder helm, ingeklemd tussen de ouders, de kleintjes soms in een soort stoeltje, meestal gewoon staand. Vietnamezen begroeten ons graag, ze lachen en zwaaien en ja, soms proberen ze je meer te laten betalen dan zou moeten, maar met een lach en een onderhandeling reduceert dat bijna altijd weer tot normale proporties. Behalve een keer bij een waterval, een toeristische stop-over, toen een moeder vond dat haar zoon ons te weinig had gevraagd en ze achteraf nog 10.000 extra wilde. Daar kwam een stok aan te pas en ze gilde als een mager speenvarken. Om 35 cent willen we geen nieuwe oorlog… Verder was het voor ons nooit een probleem. Op de fiets kom je op zoveel plekken waar ze nauwelijks Westerlingen tegenkomen, het komt niet in ze op om je te veel te laten betalen. Zo eerlijk, hartverwarmend.

We hebben een geweldige tijd gehad in Vietnam, zowel in Noord als in Zuid. Het is jammer dat ons visum afloopt. Morgen gaan we in een dag de grens met Cambodja over. Onze reis loopt ook tegen zijn eind. Over vier weken moeten we in Bangkok zijn voor onze vlucht terug naar Nederland. Maar gelukkig is het nog niet zover. Eerst gaan we Cambodja nog bekijken en ergens aan het strand liggen in Thailand. De temperaturen zijn hier nog steeds geweldig, we hebben geen regen meer gezien sinds begin december en de afgelopen etappe welgeteld twee bewolkte dagen gehad. We beleven een eindeloze zomer, in tegenstelling tot jullie eindeloze herfst (sorry voor jullie). Het fietsreizen verveelt ons nog niet. We gaan nog even door!

 

 

Categories: None

Post a Comment

Oops!

Oops, you forgot something.

Oops!

The words you entered did not match the given text. Please try again.

Already a member? Sign In

0 Comments