J en S fietsen

Van Hanoi naar Bangkok .

Blog

Update Thailand

Posted by JenSfietsen on January 13, 2014 at 6:50 AM

Vientiane – Nong Khai – Sang Khom – Chiang Khan – Loei – Dan Sai – Chat Trakan – Phi Chai – Sukothai – Tak – Bhumibol dam – Thoen – Li – Hot – Kong Loi – Mae Sariang – Mae La Noi – Khun Yuam – Mae Hong Son – Sop Pong – Pai – Pa Pae – Chiang Mai – Ayuthaya – Ubon Ratchathani

 

Sawadee Kaaaaaa! (Stel), Sawadee krap! (Joor)

 

Zaterdag 7 december vertrokken we uit Vientiane via het Buddhapark (een prachtige tuin met vele buddha- en andere religieuze beelden) de grens over naar Thailand. De grensovergang vormt geen enkel probleem. Het visum hadden we al geregeld en de stempel voor 2 maanden is dan ook snel gezet. Joor monteert gelijk de spiegels aan de andere kant van het stuur, want vanaf nu moeten we links rijden… en das flink wennen zeg! Rechts rijden en op die manier kijken en de verkeerssituatie inschatten zit zo diep ingesleten dat we zelfs na ruim een maand af en toe nog steeds als we ergens rust hebben gehad de rechterkant van de straat op rijden als er geen verkeer is (moet gezegd worden dat dat bij Stel hardnekkiger verkeerd gaat dan bij Joor, die dan weer roept “LINKS!”” waarop Stel dan vaak eerst links kijkt om te zien wat daar dan te zien is omdat ze denkt dat Joor daar iets moois gezien heeft…;). Tot nu toe heeft het gelukkig nog niet tot fietsongelukken geleid en de spiegels vormen voortdurende goede reminders en over twee dagen zitten we weer in Laos en mogen we weer gewoon rechts rijden.

 

Maar wat een relaxed fietsland Thailand! Vriendelijke mensen, vrije goede wegen, bijna overal prettige hotels en lekker eten. We hadden vantevoren het idee om vanaf de grens Thailand van oost naar west te doorkruisen naar de grens met Birma om vervolgens noordwaarts via de bergen in Chiang Mai uit te komen, maar we wisten nog niet precies via welke wegen dit het beste zou gaan. Al snel komen we er achter dat onze kaart uit Nederland veel te grof is in schaal. Via een van de vele Westerse mannen die hier in vrijwel elk dorp opduiken met meestal een Thaise schone aan hun zijde (daarover later meer) krijgen we een goeie tip voor kaarten bij de 7-Eleven supermarkt (waarvan er ontzettend veel zijn hier). Gewapend met een betere kaart kunnen we via kleine wegen onze route verder uit stippelen. Onze eigen kaart komt ook nog steeds van pas voor de hoogtelijnen, op de Thaise kaart lijkt alles vlak en dat valt in de praktijk regelmatig behoorlijk tegen.

 

Vanaf de grens fietsen we eerst langs de Mekong tot aan Chiang Khan, een mooie groene route. Eerder zagen we de Mekong al vanaf de Laotiaanse kant en dat was goed bevallen. Het grappige van het gebied rondom een landsgrens is dat het landschap redelijk hetzelfde blijft, maar dat de mensen, de geluiden en de gebruiken er toch een beetje anders uitzien dan in het vorige land. Wat ons met name opvalt zijn de vele vogels met hun prachtige kleuren en hun gezellige gekwetter. In Laos was het vaak ontzettend stil (daar zagen we wel veel mooie vlinders). Ons is verteld dat dit komt doordat de mensen daar op vogels jagen en ze opeten… De vogels die daar nog zijn zitten in kooitjes gevangen en hangen voor de winkels.

 

We merken dat het in Thailand schoner is, de boel lijkt beter voor elkaar, het is welvarender, we zien veel dure auto’s, de levenstandaard is op veel plekken behoorlijk hoog, er zijn regelmatig supermarkten en grote hypermarches als Big C en Tesco Lotus. Deze supermarkten zijn zoals bijvoorbeeld de Carrefour in Frankrijk je kunt er te kust en te keur (en daarom jagen ze waarschijnlijk ook niet meer op vogels). Verder zien we veel “eigen” toeristen. Chiang Khan is zo’n Thais toeristenoord. Uit de grote steden, met name Bangkok en Chiang Mai, komen de Thai hier om hun vrije dagen door te brengen. Het gekke is dat de hotels en restaurants niet of nauwelijks uitzicht bieden op de Mekong. Ook vakantiebungalowtjes die we eerder en later zijn tegen gekomen worden veelal gebouwd zodat de veranda uitzicht biedt op de parkeerplaats in plaats van de bergen of de rivier… logisch toch?

 

De doorsteek van oost naar west leidt ons na Chiang Khan door rijstvelden en rustige dorpjes, over een paar bergen van 800 a 1000m hoogte, eerst naar het oude Sukothai. Dit was de hoofdstad van een van de koninkrijken van lang geleden. In het oude Sukothai is een historisch park waar nog resten van tempels te vinden zijn die de grootsheid van het koninkrijk van vroeger weergeven. Hier komen we weer wat Westerse toeristen tegen. Dat we op onze route door Thailand veel minder Westerse toeristen tegenkomen vinden we een verademing ten opzichte van Laos. Al die blanke koppen die daar het straatbeeld bepaalden... De Thai langs de weg groeten ons vriendelijk, maar we missen stiekem wel weer het enthousiasme van de kinderen in Laos. Wat ook ontzettend opvallend is zijn de vele Westerse mannen die we hier tegenkomen. Op de gekste plekken, de kleinste dorpen, elke dag komen we wel weer een blanke man van middelbare leeftijd (vaak grijskopjes) tegen die zich in Thailand heeft gesetteld. Begrijpelijk, het klimaat is hier heerlijk, het eten idem dito en er lopen natuurlijk veel mooie Thaise dames rond, maar soms is het leeftijdsverschil daarmee wel errug groot…

 

Na Sukothai willen we de bergen in naar Mae Sot, aan de grens met Birma, maar na het poetsen van de fietsen in Tak begint Joors rug weer te protesteren. We besluiten de bergen nog even uit te stellen en we fietsen eerst naar de Bhumibhol dam. De grootste dam van Thailand is opgezet als een ware toeristentrekker met een heuse golfbaan. Echter in de praktijk valt het met de drukte wat tegen en is er weinig te doen. Hoe meer we richting het noorden komen merken we dat het frisser begint te worden. Eerder op het Thaise nieuws zagen we al dat er een weeralarm (jaja) werd afgekondigd voor de noordelijke provincies, omdat de temperaturen overdag zouden blijven steken op gemiddeld 13 graden en er hier en daar nachtvorst mogelijk was. Er werden al dekens en eten uitgedeeld aan de bergvolkeren en er bleken al enkelen doden te zijn gevallen door de kou… Ze zijn hier duidelijk op andere temperaturen voorbereid dan wij in Nederland. Maar het moet gezegd worden dat het ’s nachts inderdaad fris begon te worden, de airco hoefde bij ons ’s nachts niet meer aan.

 

Na Hot gaan we de bergen in naar Mae Sariang. De klimmen omhoog zijn regelmatig vreselijk steil, my god, bijna 20%, ze lijken wel recht omhoog te gaan… zoveel hoogtemeters en 100km fietsen op een dag is dan echt te veel voor ons. Helaas zijn er halverwege geen hotels en we hebben geen tent mee... En dat op tweede kerstdag… Maar goed kerst is hier geen issue. De Thai zijn gewoon aan het werk en de kinderen gaan naar school, dus er lopen genoeg mensen rond om om advies te vragen naar een goede kerstherberg. Een Amerikaanse fietser die we in Laos waren tegengekomen had ons verteld dat hij regelmatig bij de politie had geslapen. Met het Nederlandse motto “de politie is je beste vriend” gaan we dat maar eens uittesten in Kong Loi. Een gewapende Thai in zwart uniform staat ons te woord en zowaar, hij vraagt even na binnen bij de baas en komt weer naar buiten en zegt dat het ok is. Dat ging makkelijk! Maar we moeten niet te vroeg juichen natuurlijk. Hij begeleidt ons naar een houten schuur achter het politiebureau, de archiefruimte. Daar mogen we wel slapen. Ok? Ok, beter dan in de buitenlucht zonder tent, maar spartaans is het wel. Even schakelen, maar ach op eerdere reizen hebben we wel op mindere plekken gelegen, this will do just fine for now. We halen een snelle hap eten in het dorp en spreiden vlak voor donker de fietshoezen, slaapmatten en -zakken uit op de grond en kruipen er in als Jozef en Maria in de stal, maar dan high tech zonder ezels, maar met stalen rossen. Het is wel even wennen zo half in de buitenlucht en de zomerslaapzakken blijken nauwelijks warm genoeg helaas. Aan het eind van de nacht is het strak lepeltje-lepeltje om het beetje warmte wat er nog vast te houden. Maar ach, dan komt gelukkig altijd de zon weer op hier en is het als snel weer een graadje of 25. De politieman komt nog even vragen of we een goede nacht hebben gehad en zeggen dat we internet kunnen gebruiken in het bureau… helaas geen aanbod van koffie voor Joor. Kap khun Kaaaa, Kap khun krap for the hospitality of the Thai police en we springen weer op onze fietsen. Over de laatste bergen en op naar een goed bed in Mae Sariang!

 

Maar dat bed bleek echter minder makkelijk gezegd dan gedaan. De dagen rond oud en nieuw zijn de Thai vrij en massaal op pad. Dit worden dan ook wel de "seven deadly days" op de weg genoemd.  Ondanks een uitgebreide campangne van de overheid stond de teller na twee dagen al op 80 doden en aan het eind van de week kwam deze ruim boven de 300 doden... Het enige ongeluk dat wij gelukkig maar tegenkomen is van twee Polen op de scooter waarvan een vlak voor ons uit de bocht vliegt. Op wat schaven en een kapotgescheurde trui, jas en broek na staat ie al snel weer op zijn benen en hoeft Joor hier geen eerste hulp te verlenen. In tegenstelling tot in Laos, waar Joor een gevallen Laotiaanse scooterrijder zijn knie had gedesinfecteerd en verbonden en Stel hem en zijn vriend twee snoepjes gaf tegen de schrik. Deze onfortuinlijke Laotiaan had wat minder kleren aan dan de Pool... De bergen in, de ‘loop’ van Chiang Mai en Mae Hong Son, is dus een van de drukke populaire vakantieroutes deze week, ook voor Westerse motor- en scooterrijders trouwens. En om terug te komen op de zoektocht naar ons lekkere bed, hotels op de route blijken behoorlijk volgeboekt. In Mae Sariang moeten we daarom drie keer van kamer wisselen, maar we vinden steeds weer een relaxte kamer met uitzicht op de rivier en de bergen richting Birma. Je hoort ons niet klagen. Op het komende traject verder noordwaarts zijn ook nauwelijks hotels dus we boeken tegen onze principes toch vast twee hotels vooruit. Boeken is iets wat we eigenlijk nooit doen, omdat we wel zien waar we terecht komen, maar het vooruitzicht van oudjaarsnacht weer bij de politie lijkt ons niet zo aantrekkelijk. Oudjaarsavond in Khun Yuam stelt maar weinig voor en we liggen we al voor tienen op een oor, om even na twaalven een kwartiertje knallen te beluisteren en dan weer verder te tukken. De volgende morgen zitten we al vroeg aan het ontbijt en dat is maar goed ook, want in Khun Yuam is het ritueel dat de monniken op nieuwjaarsdag voor aalmoezen langs de mensen gaan. Het dorp is uitgelopen en de mensen staan met zilverkleurige kommen vol rijst en andere lekkernijen langs de weg om dit aan de langslopende monniken uit te delen. Er lopen twee monniken in witte gewaden voorop met een grote gong, de in oranje geklede monniken gaan daar achter aan. Het is een prachtig gezicht, zo op deze mistige Nieuwjaars ochtend van 2014.

 

In Mae Hong Son vieren we Nieuwjaarsdag en dat doen de Thai daar uitbundig met allerlei rituelen. Mae Hong Son heeft een prachtig tempelcomplex in Birmaanse stijl in het midden van het plaatsje. De tempel ligt aan een grote vierkante vijver. Hier laten de mensen ’s avonds lantarens op om het kwaad te laten verdwijnen, ze steken kaarsjes aan en wierook en stoppen dit op kleine houten bootjes om deze rondjes te laten maken om het altaar van de buddha. Mooie rituelen. Er is verder een gezellige nightmarket, er heerst een prettige sfeer. We hebben een hotel met zwembad en we luieren en genieten van dit relaxte begin van het nieuwe jaar.

 

Na Mae Hong Song gaat het via 1864 bochten over de bergen naar Pai. Wederom steiler dan steil, maar via haarspeldbochten gaan we over 1500 meter met een prachtig uitzicht over de bergen van Noord Thailand die zich uitstrekken richting Birma. Pai is een hippieoord. Vele jaren geleden ontdekt door toeristen, toen de sfeer, zo schatten wij in, langs de rivier nog relaxed was. Nu is het een schreeuwerig toeristenoord met overal scooter rijdende Westerlingen, dronken Engelsen die lallend over de rivier tuben in grote autobanden, vele toeristen die op olifanten gaan rijden en waar deze combinatie van mensen ’s avonds samen met de hippies gaat chillen met reggae en ska in een van de vele kroegjes die Pai rijk is.

 

Na twee dagen bereiken we via allerlei pittoreske binnendoor weggetjes Chiang Mai. De voormalige hoofdstad van Noord Thailand. Een prettige grote stad met vele voorzieningen (Indiaas eten!!) en een overzichtelijk oud centrum met een aantal mooie tempels. Chiang Mai was ons doel voor de eerste helft van de reis. We laten het olifantrijden en tijgeraaien in de omgeving van Chiang Mai verder voor gezien en regelen treinkaartjes voor het zuidelijke deel van onze fietsreis. Vanaf Chiang Mai hebben we vrijdagavond de nachttrein genomen naar Ayuthaya, de voormalige hoofdstad van Thailand. Deze nachttrein is relaxed. Hij vertrekt vanuit Chiang Mai en staat al twee uur voor vertrek klaar zodat we rustig alles in kunnen laden. We hebben een eerste klas slaapcoupeetje voor onszelf. Het heeft een stapelbedje met schone lakens en een klein wastafeltje. We kunnen eten bestellen uit de restaurantkar en dat wordt naar onze coupe gebracht. Lauw, maar wel lekker makkelijk en best ok van kwaliteit. Goed geregeld dit!

 

In Ayuthaya fietsen we een dagje rond door de restanten van het oude rijk. We vermaken ons met het kijken naar al die Thai die op olifanten de “elephant walk” doen, een blokje om de tempels op deze prachtige dikhuiden, maar we gruwelen bij de dansshow die door drie olifanten in rode apepakkies onder begeleiding van Thai met prikstokken opgevoerd wordt. Daar is heel wat dierenmishandeling aan vooraf gegaan voordat die olifanten zo met hun benen wiebelen en hun kop schudden op de maat van Thaise blermuziek…

 

De tweede nachttrein vertrekt, met bijna een uur vertraging, pas om 22.45u uit Ayuthaya. Omdat de trein uit Bangkok komt en dus op doorreis is kunnen we niet rustig eerst onze fietsen inladen bij de bagagekar en dan op zoek naar onze coupe. Nee, dit moet rappie rappie als de trein komt binnenrollen. En de pech wil dat de bagagekar achter de locomotief zit en de slaapcoupe aan het eind van de trein… Eerst hollen we helemaal naar voren om via allerlei obstakels bij de bagagekar onze fietsen snel af te laden, op te tillen en af te geven aan de mannen in de kar. Dan is het hollen terug geblazen met vijf fietstassen naar de achterkant van de trein. Dat hollen naar dat achterste treinstel staan ze ons helaas niet toe. De trein wil weg. Na kar 4 worden we naar binnen gedirigeerd en dan zit er niets anders op, dan ons door de slapende mensenmassa van de derde en tweede klas coupes naar kar nummer 14 te ploeteren. Errug onhandig, de paadjes zijn smal en onze bagage laat zich onhandig tillen (perfect voor op de fiets, maar anders wild bungelende ondingen). Druipend van het zweet bereiken we hetzelfde coupeetje als we twee dagen geleden achterlieten. Das dus ok. Tandenpoetsen en slapen maar, met oordoppies, bonkie bonkie, skwiek skwiek, schraap schraap, deze coupe lijkt wel te stuiteren en los te schieten, maar als we onze ogen openen om half 8 zijn we nog maar 40km verwijderd van Ubon Ratchathani, waar we, slechts een uurtje achter op schema, vanmorgen netjes binnenrolden. Het Thaise avontuur houdt voor nu weer even op. Nog anderhalve dag fietsen en dan zijn weer in Laos, om het zuiden van dit land te gaan ontdekken en om in Pakse een visum te regelen voor Vietnam om ook het zuiden van dat land te kunnen fietsen.

 

Na deze ruime maand Thailand staat de teller op 3975km. We hebben vandaag bij de Tesco Lotus nog snel even muesli en Nutella ingeslagen voor het ontbijt, want noodlesoup in de morgen blijft onaantrekkelijk voor ons zoetekauwtjes. Kom maar op met deel twee van deze reis: Zuid Laos, Zuid Vietnam en Cambodja!

 

 

Categories: None

Post a Comment

Oops!

Oops, you forgot something.

Oops!

The words you entered did not match the given text. Please try again.

Already a member? Sign In

0 Comments