J en S fietsen

Van Hanoi naar Bangkok .

Blog


view:  full / summary

Libby(Montana)- Granby (Colorado)

Posted by JenSfietsen on July 9, 2013 at 12:00 AM Comments comments (0)

 

De laatste weken van ons fietsavontuur zijn ingegaan… Zondag (13sept) over drie weken staan we weer met voet op Schipholse bodem. Negentig dagen VS vliegen om. Het weer is bijna altijd prachtig, de natuur is erg afwisselend, veel wilde dieren langs de route, de mensen zijn erg gastvrij en vriendelijk, er zijn veel campings en regelmatig ‘Warmshowers’ wat het fietsreizen erg comfortabel maakt, de supermarkten zijn goed gevuld, kortom wij genieten volop. Het is als slagroom op de taart, drie maanden relaxed fietsen door deze Westerse wereld. Reizen op de fiets blijft voor ons de beste manier om de wereld te verkennen. Je komt zo het dichtst bij de mensen. Ze zien in ons geen bedreiging. “Alsof je op de fiets de t.v. van mensen mee zou nemen… we halen je toch zo weer in”. Daarbij zijn we inmiddels bereisde mensen en zijn de Amerikanen gefascineerd door onze verhalen over het Midden Oosten en verder. Op onze manier brengen wij verschillende culturen een beetje dichter bij elkaar. Lorainne, de buurvrouw in Libby vindt ons “stinking cute” en als ze geweten had dat we er waren had ze cinnamonrolls en brownies voor ons meegenomen. De Amerikanen zijn net als in de films…

 Beren

In Libby zijn we nog een dag langer gebleven om samen met Keith een wandeling te maken naar Leigh Lake, een meer hoog in de bergen waar veel berggeiten zouden zijn en waar we mogelijk een beer zouden kunnen spotten. Helaas geen geit en beer gezien, maar de wandeling op en neer was wel prachtig. Joris wil graag een beer zien en Stel ziet overal beren… Het probleem is dat een beer zien geweldig is, maar niet op vier meter afstand. En al helemaal niet in je tent. Eten, kookspullen en toiletries gaan snachts allemaal in de bearbox. Als die er is. Anders zijn er gelukkig altijd wel welwillende Amerikanen die onze spulletjes in hun pick-up truck willen bewaren, maar een enkele keer ligt alles gewoon bij ons in de tent of in de wc. Op een camping aan een meer komt een vriendelijke camphost ons vlak voor het slapen gaan vertellen over alle flora en fauna die er in de omgeving te vinden is. Wat de dieren betreft worden hier regelmatig beren, mountainlions en moose (eland) gespot. Mountainlions zijn schuwe dieren, en moose ook, zo vertelt de man, maar die kan toevallig wel je pad kruisen. Een eland is groot, errug groot, en als een mannetje aanvalt met zijn grote gewei, dan maakt ie gehakt van je. Beren hebben een zeer goede neus en kunnen voedsel van 5 mile afstand ruiken. Er zijn verhalen van beren die tenten openscheuren op zoek naar eten. Stels fantasie slaat die nacht natuurlijk op hol. Midden in de nacht wordt Stel wakker en hoort zacht gezucht en gepuf. Er zit een schaduw op de tent, in de vorm van een beer, Oh God een beer, of is het misschien een moose! Doodstil blijven liggen, Joris is zich nergens van bewust, die slaapt als een os. De schaduw beweegt zachtjes, het gepuf en gezucht houdt aan. Zou de beer Stels hart kunnen horen bonken? Die springt bijna uit haar borst. Het duurt een minuut of tien voordat Stel dr zenuwen onder controle heeft en beseft dat de schaduw die ze ziet Joors schouder is en de geluiden Joors zachte gesnurk… Niks aan de hand, je ziet weer beren! Ook beren zijn in principe natuurlijk schuwe dieren en zolang ze geen menseneten te eten krijgen, blijven ze liever mijlenver van mensen vandaan. Oordoppen in en slapen gaan.

 Vis

De dag na Libby staan we op een camping aan Lake Koocanusa. Al poedelend in het meer babbelen we met een ouder echtpaar en hun nog oudere moeder (89 jr). Zij zijn fanatieke vissers en in dit meer, zo vertellen ze ons, kun je heel goed Silver vangen, een kleine zalmsoort. Het quotum is 50 visjes per dag. Ze gaan dan ook met zn drieen in de boot, de man, zn broer en diens zoon, zodat ze 150 visjes per dag op kunnen halen. Ze blijven een week, dus in totaal 1050 visjes. Die grillen ze deels direct, de rest gaat op het ijs en gaan ze thuis roken. Zo hebben ze het hele jaar door vis. Ook wij mogen van de visvreugde meegenieten. We krijgen drie schoongemaakte visjes die Joris in ons eigen pannetje afbakt. Heerlijk!

 No Trespassing

Wat het fietsreizen in de VS zo leuk maakt is dat er voor ons geen enkele taalbarriere is. Waar we in Zuid Amerika toch nog regelmatig om woorden verlegen zaten is dat hier nergens het geval. Ik denk dit het voor Amerikanen ook makkelijker en leuker maakt om ons in huis te nemen. Ook dat we blank zijn lijkt uit te maken. Op een camping ontmoeten we een Singaporese en zij vindt het vreselijk hier. Dit was voor haar de eerste en laatste keer in de VS. Ze vindt de mensen erg onvriendelijk. Er zijn ongetwijfeld veel Redneck Amerikanen die behoorlijk racist zijn. Gekleurde immigranten worden veelal met de nek aangekeken in deze ‘witte’ staten. Op de meeste hekken rondom landgoed en inritten naar ranches staat vaak een waarschuwing dat ze geen ‘indringers’ willen hebben ‘Keep Out’. Hoe serieus je het moet nemen is de vraag , maar in het geval van deze waarschuwing willen we het toch niet proberen ;) “No trespassing! Violators will be shot at. Survivors will be shot at again!”

 Health Care

In Whitefish staan we op de camping, maar gaan we eind van de middag uit eten. Een echtpaar op de camping raadt ons aan om fish en chips te gaan eten in ‘the Bulldog Saloon’. Uit eten in de VS is niet zoals in Nederland. Uit eten is hier met name hamburgers en rib eye aan de bar of op inschuifbankjes a la Peach Pit en Mac Donalds. In de Bulldog schuiven we aan de bar aan naast twee oudere heren. Al gauw raken we met een van hen aan de praat. De man is 76 jaar, hij woont de helft van het jaar in Florida, als het daar te warm wordt verkast ie naar Whitefish om daar de zomermaanden door te brengen. Het hotte onderwerp momenteel is de hervorming van het health care system waar Obama druk doende mee is. De man is het daar volslagen mee oneens. Met het Amerikaanse zorgsysteem is niks mis, het is geweldig, vertelt hij. Hij heeft vijf verschillende specialisten die jaarlijkse check-ups bij hem doen, hij is zo gezond als een vis, en het mooie is, vertelt hij, het kost hem niks omdat hij als gepensioneerde via de staat verzekerd is. Hij vertelt dat de mensen die niet verzekerd zijn met name illegale immigranten zijn en verder mensen die er bewust voor kiezen om niet verzekerd te zijn. Dat wij met name mensen zijn tegengekomen die niet verzekerd zijn, omdat ze minstens 800 dollar per maand moeten betalen om verzekerd te zijn, en dit niet op kunnen brengen vindt hij onzin. Ter voorbeeld stelt hij zijn zoon, die is 43 en kiest er bewust voor om niet verzekerd te zijn, omdat ie gezond is… Volgens de man worden de kosten voor gezondheidszorg door je werkgever betaald, zo was dat in zijn tijd. Helaas is dat tegenwoordig niet meer zo, zo leren wij van andere mensen die we ontmoeten. De helft wordt door de werkgever betaald, de andere helft moet je zelf ophoesten. Daarbij heb je een eigen risico van minimaal 5000 Dollar! Een vrouw met MS moet voor haar herhalingsrecepten weer naar de neuroloog, een consult kost 300 Dollar… De man aan de bar is bang dat hij straks niet meer kan kiezen door welke dokter hij gezien wil worden, maar de meeste mensen kunnen nu al niet kiezen. Een echtpaar in Wyoming heeft een ranch. Een rancher moet zijn eigen verzekering betalen, daarom werkt de vrouw als lerares, zodat ze beide via haar werk verzekerd zijn. Haar man is 24u per dag aan de zuurstof. Toch ziet ze niks in Obama en zijn sociale politiek. Ze is bang dat dit ten koste zal gaan van hun vrijheden op de ranch. Er is iets goed mis met het Amerikaanse gezondheidssysteem, maar veel Amerikanen zijn bang voor verandering.

 Glacier National Park

Onze fietsreis vervolgt zich door Glacier National Park. Een prachtig natuurpark met een pas van 2000m, waar ‘the Going to the Sun Road’ over heen loopt. Langs de weg spotten we berggeiten en marmotten. We waren er nog niet helemaal uit welke kant we op zouden gaan na Glacier, verder oostwaarts richting New York, of zoals de meeste mensen ons aanraden naar het zuiden, de Rockies volgend. Verder naar het oosten betekent de bergen uit naar eindeloze wegen over rollende heuvels met mais en tarwe. New York halen in de tijd die we nog hebben is niet meer realistisch, dus kunnen we net zo goed de bergen blijven volgen. In East Glacier verblijven we weer bij een ‘Warmshower’. Sam en Jo zijn supergezellige mensen, en we blijven dan ook twee nachten in hun tuin staan. Jo neemt ons mee naar Two Medicine om daar mogelijk een beer te zien. Helaas is het pad dat we zouden gaan lopen afgezet, omdat er inderdaad een beer is gesignaleerd. Het is een moederbeer met twee cubs en ze schijnt nogal aggressief naar mensen te zijn geweest. De rangers willen het risico niet nemen en hebben het pad afgesloten. Dan nemen we maar een ander pad. Joris wil graag beren en moose zien. Als we op de terugweg nog steeds geen dieren hebben gezien begint Joris liedjes te zingen waaruit zijn teleurstelling blijkt. “No moose today, the moose has gone away, that makes me feel so sad, I’m going straight to bed”. Hij is nog niet uitgezongen als er plots luid geritsel en gekraak klinkt en er een vrouwtjes moose vlak voor ons op het pad verschijnt. Zij lijkt net zo geschrokken van ons als wij van haar en ze hobbelt snel door, waadt door het water en blijft aan de andere kant tussen de bomen staan te koekeloeren. Wij koekeloeren gefascineerd terug, wat een mooi beest!

 Montana State Fair: Rodeo!

Jo zou met vriendinnen naar de State Fair, een soort jaarmarkt, in Great Falls. Ze wil ons wel een lift aanbieden, omdat volgens haar de weg van East Glacier naar Great Falls lang en saai door de prairie is. Het bezoeken van de State Fair lijkt ons ook wel leuk en als al Jo’s vriendinnen het laten afweten springen we met zn drieen en de fietsen in de auto naar Great Falls. Op de fair zijn allerlei boerderijdieren te koop, er is een kermis en waar wij met name voor komen: een heuse Rodeo! sMiddags kijken we eerst nog bij een piggierace, waar vier kleine biggetjes om het hardste rennen voor een hondekoekje, koddig om te zien. En dan om zeven uur begint de Rodeo, een echt patriotistisch Amerikaans gebeuren. Het is vanavond Military-night, wat betekent dat de rodeo wordt gehouden ter ere van alle militairen en veteranen, van de landmacht, de marine, de mariniers en de luchtmacht. Er zitten een hele groep jonge en oude strijders in vol ornaat in de VIP-box. Een of andere country zangeres opent met ‘The Star Spangled banner’, het Amerikaanse volkslied. Iedereen staat op en bijna elke Amerikaan legt zijn hand op het hart. De dame blert en probeert veel te hoog te zingen, maar dan als zij haar laatste regels in gaat “Of the lahand of the freeeeee, and the home of the brave!!!” komt er plots uit het niets een enorme Blackhawk helicopter over scheren, fascinerend! Daar kregen Joor en ik de rillingen van. Wat een spektakel! Daarna gaan we met zn allen in gebed (…) en dan kan de rodeo eindelijk van start. Wat een sensatie! Af en toe wel zielig voor de koeien, kalfjes, stieren en paarden, maar boeiend om te zien en alle dieren overleven gelukkig de strijd. 

Op internet was te vinden dat we zouden kunnen kamperen op het State Fair terrein, maar bij de infobooth weten ze daar niks over. De vrouw, Debbie, zegt dat we wel achter de booth op het grasveld mogen staan. We lopen er gezamenlijk heen om te kijken, het is wat modderig en vochtig van eerder gevallen regen. Bij nader inzien vindt ze de plek toch niet zo geschikt en ze stelt voor dat we wel bij haar in de tuin kunnen kamperen, ze woont niet ver van de Fair vandaan. Jo moedigt haar aan en zegt dat we zulke leuke mensen zijn en dat het een goed idee is dat we bij haar gaan kamperen. Zo hebben we weer een slaapplek geregeld voor de nacht. Na de rodeo rijdt Debbies man, Mark, in zijn dikke pick-up truck samen met Joris voor Jo en mij uit en leidt ons naar zijn huis. We mogen ook wel in de garage slapen. Helemaal handig, hoeven we de tent ook niet op te zetten. sOchtends heeft Debbie ontbijt voor ons klaar staan. We worden weer in de watten gelegd door wildvreemde mensen, fantastisch!

 Nog meer gastvrijheid

Vanaf Great Falls zijn er bijna overal campings op aardige dagafstanden fietsen, behalve op een lang stuk vanaf het Snowdown skigebied en de Kingshillpass naar Livingston, daar zijn helaas geen campings meer. Halverwege de dag fietsen we door White Sulphur Springs om inkopen te doen. Op de parkeerplaats ontmoetten we een ouder echtpaar, Gary Zeigling en zijn vrouw. Gary, een oude kromme baas in een tuinbroek met cowboyhoed, is nieuwsgierig naar onze herkomst en waar we naar op weg zijn. Het toeval wil dat hij precies halverwege op onze route woont in een gat dat Ringling heet en hij stelt voor dat we wel in zijn tuin kunnen kamperen. Perfect! Als we bij zijn huis aankomen, staat Gary juist in de tuin de randjes van het grasveld te maaien. Het ziet er wat moeizaam uit. Gary vertelt dat hij al drie keer aan zijn rug is geopereerd, vandaar. Gary is ruim in de zeventig, maar doet en rookt dapper door (de tumor in zijn longen bleek een schimmel opgelopen door het vele werken in hooischuren). Hij nodigt ons uit voor koffie. We mogen ook wel douchen als we dat willen. Wederom hartverwarmende gastvrijheid! sOchtends wil hij ons nog graag zijn groentekassen laten zien. Hij graaft een turnip uit, een soort witte radijsraapachtig groente, snijdt het zorgvuldig in stukjes en geeft deze aan ons, lekker. (Als we terug in Nederland zijn moeten we ook maar eens op zoek naar een huis met een tuin om onze eigen groentjes in te verbouwen).

Na Ringling is het heuvelaf naar Livingston, waar we weer een Warmshower geregeld hebben. We verblijven bij Jim en zijn ouders en zusje. Jim is 27 en heeft twee jaar geleden een jaar gefietst door China, Thailand, India en van Istanbul naar Parijs. Leuk dus om verhalen uit te wisselen. Na zijn reis is hij weer bij zijn ouders in gaan wonen en heeft nu net een studie opgepakt. Jims moeder, Netzy, is al net zo fietsgek als haar zoon, zij en Autumn, Jims zusje, doen aan thriatlons. Jim Senior is niet zo van al die drukte, hij houdt van jagen. Het huis hangt vol met jachttrofeeen: deer, elk, antelope, mountaingoat, zelfs een berekop en vacht hangen aan de muur… We hebben hier te maken met een serieuze jager. Dat is even slikken voor ons dierenliefhebbers als we zijn. Jim Sr laat vol trots zijn gewerencabinet zien, voor elk dier een andere shotgun… De antelopebrats (worstjes) die we savonds eten zijn wel heerlijk en Jim Sr vertelt ons dat er veel te veel hertachtigen zijn met te weinig natuurlijk vijanden. Ieder zo zijn hobby moet je maar denken. We blijven nog een dagje langer, Netzy doet onze was (!) en we gaan met binnenbanden stroomafwaarts in de Yellowstone rivier. sAvonds kookt vader Jim weer een heerlijk maal en het is alsof we de langverloren gewaande kinderen zijn zo warm worden we opgenomen in dit gezin. Het blijft bijzonder!

 Yellowstone National Park

En dan op naar het oudste Nationale Natuurpark in de VS: Yellowstone! Yellowstone Park is swerelds grootste actieve vulkaan. Een groot deel van het park ligt in de caldera van de vulkaan en overal zijn hotsprings en komen zwaveldampen naar boven, dat stinkt! Yellowstone huist een van swerelds beroemdste geisers: ‘Old Faithful’. Ongeveer elke anderhalf uur vullen de bankjes rond de geiser zich met honderden toeristen die naar het spuitspektakel komen kijken. En het stelt niet teleur, op het geschatte tijdstip spuit de geiser kokend water en stoom enkele tientallen meters de hoogte in.

Al fietsend door het park zien we elk (een grote hertachtige) en bizons, prachtige beesten. Ze zijn zo gewend aan mensen dat ze niet wild meer lijken, maar schijn bedriegt en voorzichtigheid is geboden. Door de jaren heen zijn er meerder mensen aangevallen door deze wilde dieren. We ergeren ons dan ook aan mensen die met hun driedubbele telelens vlak achter de bizon aanlopen als deze besluit door het water naar de overkant te gaan waar het rustiger is. Stilletjes hopen we dat de bizon hen op de horens neemt, maar hij kiest het ruime sop en voor we er erg in hebben is hij aan de overkant van het water, ver weg van alle druktemakers.

 Huiswaarts

We blijven bijna een week in Yellowstone om van al het moois te genieten. Daarna fietsen we via de Tetons, een imposante berg/rotsformatie, prachtig! door naar het zuiden. Via Lander, naar Rawlins en via Walden naar Granby, waar we nu zitten, weer lekker bij een ‘Warmshower’, Mark Ziegler. En zoals Joris het zo mooi zegt: ‘nu nog een berg over, een trein in en een grote appel en we zijn weer thuis’. Het gaat nu snel. Vanaf hier gaan we door het Rocky Mountains National Park naar Boulder, waar we Mike en zijn vrouw zullen bezoeken. Mike was Stels huisgenoot in Alicante. Het toeval wil dat hij op onze route woont. Hij heeft ons uitgenodigd om bij hem en zijn vrouw te verblijven voordat we in Denver op de trein stappen. Grappig om Mike weer te zien na zeven jaar.

En dan nog een ruime week New York onveilig maken met Stel dr ouders, Stels broer en vriendin. En dan zit het jaar er weer op en trekken we weer in onze stek aan de vd Waalsstraat in Grun, gaat Joris solliciteren voor de huisartsopleiding en Stel op zoek naar een nieuwe uitdagende baan. We kijken er naar uit om jullie allemaal weer te zien, alle nieuwe telgen te bewonderen en de draad weer op te pakken in het Nederlandse!

Seattle ? Libby, Montana

Posted by JenSfietsen on July 9, 2013 at 12:00 AM Comments comments (0)

Yes, yes, hello, hello!
 
Het heeft even geduurd, maar hier is dan eindelijk de eerste update uit de US of A! Want daar waar in Bolivia op bijna elk straathoek wel een internetcafe te vinden was, zo dun zijn de internetcafe’s hier gezaaid. Wel veel WIFI, maar zonder laptop heb je daar weinig aan… Tis net als bij ons in Nederland dus, daar zit ook iedereen gerieflijk achter zn eigen laptopje met een koppie koffie op de bank. Nu zit ik dat dus eindelijk ook bij Jan en Keith, een warmshoweradres, in Libby, Montana. We zijn dus al twee staten door en inmiddels in de derde aangekomen. Met al weer meer dan 1100km op de VS-teller gaat het alweer rap.
Amerika, the land of milk en honey (of was dat ergens anders?), anyway, wat een land, wat een contrast met Zuid Amerika. Wat weer een genieten, maar op een heel andere manier nu. Hier is alles zoals in de films en de soaps, groot en veel en nog veel meer!
 
Seattle
Ruim een maand geleden zijn we aangekomen in Seattle, rond middernacht, wat ons deed besluiten om maar op het vliegveld te blijven slapen voordat we naar ons warmshoweradres zullen gaan. Er lagen wel meer mensen, dus de contacten waren al snel gelegd en als we sochtends wakker worden ligt de eerste uitnodiging voor een slaapplaats en hottub naast onze hoofden. Dat begint al goed! Joor zet de fietsen in elkaar en we hebben zoals altijd weer veel bekijks. Het verschil met de Bolivianen is dat de Amerikanen hun nieuwsgierigheid graag bevredigd zien en dus maar al te graag een praatje aanknopen. Nan, een meid die zelf ook graag mountainbiked nodigt ons uit voor een lunch als we in Mazama zullen zijn. De adressen zijn weer snel uitgewisseld. Wat een vriendelijkheid allemaal, het is als een warm bad. Dan vertrekken we op fietse naar David Monk, ons warmhoweradres in Capitol Hill, de gay wijk van Seattle.
Seattle heeft in en om de stad een heel netwerk van fietsroutes, dus het is relaxed inkomen via mooie fietspaden door het groen. Washington State doet haar naam eer aan als Evergreen State, het is hier ook groen. Je merkt helemaal niet dat je in zo’n grote stad zit. Onderweg voelt het alsof we in een Amerikaanse film zijn beland, grote auto’s overal, megajeeps en trucks met dikke Amerikanen er in, overal van die schattige langwerpige brievenbussen met zo’n rood dingetje er aan om aan te geven dat er iets in zit, grasmaaiende Amerikanen op hun perfect groene lawn, van die typische houten bungalowhuizen met een mooie porch er voor, het is alsof we een set zijn binnengereden. Fascinerend. Door de parken naderen we het centrum, squirls en rabbits vergezellen ons op onze weg. Het ruikt naar lente en naderende zomer, de lucht is heerlijk fris, wat een contrast met al die uitlaatgassen in het zuiden. We ademen onze longetjes vol schone lucht.
 
We kunnen pas vanaf 15u bij David terecht dus we lunchen downtown Seattle. Daar hebben we een gezellig gesprek met Richard en Nora, zijn senior lawine reddingshond. Prachtig beest, wit van kleur, lekker handig in de sneeuw. Ze wonen in Jasper, Canada, maar gaan voor hun werk regelmatig naar de Alpen en Nieuw Zeeland. Boeiende baan, helaas komen ze meestal te laat en is het met name dode mensen uit de sneeuw graven. Bijzonder dat dit ondanks alle moderne middelen nog steeds met name met honden gaat. Geen Sint Bernards, veels te lomp. Hier gebruik ze vooral sheperds. 
 
David Monk, onze eerste warmshower
Even na drieen arriveren bij David voor de deur. Wat een relaxte kerel en wat een relaxed apartement! Hij heeft een serre met een heerlijke luierbank van waaruit je uitzicht hebt over de I-5 (grote verkeersader) en downtown Seattle, dus met strak uitzicht op de Space Needle. We doen gedrieen boodschappen om samen te eten en leren zo mekaar al een beetje kennen. David is half Amerikaans en half Japans. Hij is 38 jaar, maar leeft het leven van een 20-jarige student. Hij heeft een studentenbegeleidersbaantje van 16 uur in de week bij de Universiteit op vijf minuutjes fietsen van zn huis. Daarnaast doet ie nu summerschool om te kijken of ie nog een studie op gaat pakken. Hij heeft al veel verschillende banen gehad, waaronder ook een eigen bedrijf, maar hij wil nu iets met cijferreeksen en coderingen, ‘quantum physics’, hogere wiskunde waar wij de ballen van begrijpen. Z’n vriendinnen zijn maximaal 25 jaar, "daarna beginnen ze over kinderen" en dan heeft David gegeten en gedronken. David is lid van de bibliotheek en huurt daar zijn DVD’s. Hij heeft een hele stapel thuis liggen, dus we hoeven ons niet te vervelen. Hij eet elke dag spinaziesalade met garbanzobeans. Z’n vader woont op twintig minuten fietsen en David pendelt regelmatig heen en weer, want daar heeft ie nog meer fietsen staan. Z’n vader is 80 jaar en fietst zelf ook nog, skieen doet ie trouwens ook nog graag. Geweldig! In het appartement verhuurt David trouwens een kamer aan een Japanse. Zij is psycholoog bij het leger, ze doet therapie met veteranen en teruggekeerden (al dan niet met al hun ledematen). In de weekenden racet ze in haar eigen raceauto op een circuit een eindje buiten Seattle. We zien haar nauwelijks. Het is een bijzondere huishouding.
 
High fructose corn syrup
In de supermarkt wijst David ons gelijk op de ‘high fructose corn syrup’, een zeer geconcentreerde kunstmatige zoetstof die de Amerikanen in bijna al hun producten stoppen. "Dat is een echte dikmaker, het is kunstmatig en daarom is het slecht voor je", zo vertelt David ons. Als je er op gaat letten, zit het werkelijk overal in, zelfs in het brood. Nu draaien we dus elk product om om te kijken wat er in zit. In de supermarkten hier vindt je naast al die kunstmatig gemanipuleerde producten gelukkig veel organische producten, biologisch dus. Een deel van de bevolking is daar tot bijna het geobsedeerde af mee bezig, die eten alles rauw en biologisch, zo puur mogelijk. De rest vreet alles wat los en vast zit (beetje gechargeerd natuurlijk). De Mc Donalds, Burger King, Ardy’s, Taco Bell, Rockin’ Donuts, Burgerworld en ga zo maar door, je vindt ze op elke straathoek en de vette hap is goedkoop vergeleken met gezond eten uit de supermarkt. Voor veel Amerikanen is de keus blijkbaar snel gemaakt. De mensen zijn hier dik! Minstens de helft van de mensen die we op straat tegenkomen hebben overgewicht, we schatten dat weer de helft daarvan obees is. Schokkend! Een reform van het gezondheidssysteem is hard nodig (wat te denken van preventie!), omdat gezondheidszorg nu alleen maar te betalen is door de rijken (tweeverdieners betalen ongeveer 600 dollar per maand), maar met al die dikke mensen (met alle gevolgen van dien) wordt het straks onbetaalbaar. Obama heeft hier een lastige klus te pakken.
 
Ziek
Onderweg van Bolivia naar Seattle voelt Stel zich niet al te jofel, warm, koud, koud, warm, het voelt als koorts. Pas bij David krijgt ze de kans om dat te meten, 38.6, oef, hoog! Stel is nooit ziek, en als ze al ziek is, dan is de koorts max 38 graden, dus dit is vreemd. Na het eten maar op tijd op bed. Zweten, alles kletsnat, en dan weer bibberen van de kou, pff, wat een nacht. sOchtends is de koorts naar 39,2 gestegen. Interessant, omdat die meestal sochtends lager hoort te zijn. Joor begint zich lichtelijk ongerust te maken. Malaria, hoe zat dat ook alweer? Op de koorts en hoofdpijn na voelt Stel zich verder wel ok, een boterham gaat er ook nog wel in. Maar echt geruststellend is het allemaal niet. David biedt zijn bed aan en Joor neemt contact op met de verzekeringsmaatschappij om uit te zoeken waar wij bloed kunnen gaan prikken. Een hele toer, omdat ze hun telefoonnummer verandert hebben en dat niet aan de klanten doorgeven. Uiteindelijk krijgen we accoord om naar een ziekenhuis in de buurt te gaan. In de buurt blijkt helaas een kilometer of 15 weg… Met een taxi gaan we naar de Spoed. Het gaat niet allemaal even efficient. Om drie uur zijn we binnen en om 21u kunnen we het ziekenhuis eindelijk weer verlaten. Koorts gemeten in de mond (geeft een afwijking met de kont van ruim een graad…). Bloed, meerdere buizen vol. Voelen door de ziekenhuisjurk heen, want je wilt als dokter niet gesued worden voor harrasment. Twee longfoto’s en als toetje nog een echo van de benen, omdat de dedimeer (voor de dokters onder jullie) boven de 30 is en ze bang zijn dat Stel misschien ergens een bloedprop heeft zitten. Het is allemaal dik in orde gelukkig. De malariatest wijst in eerste instantie negatief, maar die gaan ze de dag er na nog een keer doen. Voor nu kunnen we in elk geval naar huis. Stel voelt zich nog even beroerd als daarvoor. Weer een nacht van zweten en bibberen en hoge koorts volgt. Vrijdag de hele dag in bed, Joor verzorgt fruithapjes en sap en verkent in zn eentje een beetje van Seattle. Als Joor net naar de supermarkt is belt de spoedarts op de gsm van David. Met 39 graden koorts is Stel echter niet zo helder en ze probeert de begrijpen wat de arts allemaal zegt. Het komt er op neer dat er snelle bacteriegroei in het bloed is en dat we terugmoeten komen naar het ziekenhuis voor een antibioticakuur. Gelukkig komt Joor op dat moment terug en neemt de telefoon over. Hij begrijpt gelukkig wel wat de arts allemaal zegt. We pakken een tasje in en stappen weer in de taxi, terug naar de spoed. Aan het infuus en aan de antibiotica. Daar krijgt Stel vervolgens een ‘rode baard’ van. Een allergische reactie. Jeuk op het hoofd en knalrode hals en hoofd. Gelukkig gaat het niet verder dan dat en hoeven er niet nog allerlei tegenmedicijnen achteraan. Joor krijgt een klapbed naast Stel en zo gaan we de nacht in, elke vier uur gewekt voor het opnemen van de vitale functies en de temperatuur. De koorts blijft hoog, er gaat nog een dosis antibiotica in, maar men komt steeds meer tot de conclusie dat de bacterien in het bloed waarschijnlijk het gevolg waren van contaminatie. Dus dat bij het prikken Stels eigen huidbacterien bij het bloed zijn gekomen. Stoppen antibiotica, als het een virus is dan heeft doorgaan geen zin. Malaria wordt na meerdere bloedonderzoeken wederom uitgesloten. Dengue kunnen ze hier niet testen (blijkbaar te duur om op te sturen). Het wachten is nu op de viroloog, de infectious disease dokter die weekenddienst heeft, is momenteel niet aanwezig in het ziekenhuis. Aan het begin van de avond verschijnt hij eindelijk. Vriendelijke man, hij kan er echter ook geen kaas van maken wat Stel heeft. Hij wil nog wat extra testen op de ziekte van Pfeiffer en gerelateerde zaken. Dus graag bloedprikken als ik weer zo’n koortsepisode heb. Dat is midden in de nacht. Omdat Stel zich zo beroerd voelt krijgt ze Vicodyn, een zware drug. Eerst eentje, dan aan het eind van de nacht twee. Daar wordt ze beroerd van, overgeven. Wat een ellende. Maar dan zondag aan het eind van de middag lijkt de koorts het eindelijk voor gezien te houden. Ook de daaropvolgende nacht blijft hij weg en ook de hoofdpijn neemt af. Maandagochtend komt de viroloog van het ziekenhuis langs en hij besluit dat Stel naar huis kan, omdat ze zich weer redelijk voelt. Als er nog iets uit de bloedtesten komt zal de viroloog contact met ons opnemen. Dit gebeurt niet meer, het zal altijd een raadsel blijven wat voor virus het is geweest.
 
Net als in de film
We blijven nog een week bij David en hij vindt het allemaal prima. Geweldig zo gastvrij als hij is.
En dan gebeuren er dingen die je alleen maar in de film ziet. Vanuit Davids appartement hebben we zicht op een carcrash op de I-5, kettingbotsing van drie auto’s. Vervolgens bij de drogist/convenience store maken we een heuse winkeldiefstal mee. Een junkie uitziende neger gaat voor ons de drogist binnen en neemt binnen zijn rugzak van z’n rug. Stel vindt dit vreemd, door al die Amerikaanse films slaat haar fantasie op hol dus in haar gedachten haalt hij al een uzi uit zn tas en roept hij ‘overval’ door de zaak. Met een vaartje lopen we door achter een paar rekken, dan kunnen we snel gaan liggen uit het zicht (maar natuurlijk gebeurt dit niet!). Wij waren op zoek naar eten, maar de winkel heeft niet zo veel keus, dan maar weer naar buiten. De neger heeft ondertussen z’n rugzak op de grond uitgespreid en is batterijen vanuit het rek aan het inladen. Hij schijft alle duracells zo in zn tas. We lopen snel voorbij en attenderen even verderop in de winkel een van de dames van het winkelpersoneel. De junk heeft ondertussen de rugzak weer op zn rug en loopt zo de zaak uit. Het meisje vraagt nog of ze even in zn tas mag kijken, maar hij loopt stoicijns door, door de alarmpoortjes, die niet afgaan, en de hoek om de straat uit… Niks aan te doen, lijkt het winkelpersoneel te denken, "we gaan het wel terugkijken op de bewakingsvideo". "Voor diefstal onder de 500 dollar komt de politie toch niet", vertelt ze ons, dus pech. Ok, zo gaat dat blijkbaar hier, fascinerend! En dan lopen we langs de music hall en ontdekken we dat Michael Jackson dood is…
Vrijdags stappen we voor het eerst weer op de fiets om Seattle te bekijken. Zaterdag doen we een rondje om Lake Washington samen met David. Prachtige omgeving. Seattle is de eerste stad waarvan Joor en ik tegen elkaar zeggen dat we hier wel zouden kunnen wonen. Enige nadeel is dat het heeeeel lang vliegen vanaf Nederland is.
Zondag is het gay pride downtown Seattle, prachtige optocht van supernichten, alles roze, naakte fietsers, rollerblade bitches, je valt van de ene verbazing in de andere.
 
En eindelijk weer op fietse
Stel voelt zich weer goed, de energie komt dag na dag verder terug en we besluiten om op maandag, bijna twee weken na aankomst in Seattle, dan toch eindelijk te beginnen aan onze geplande toch van West naar Oost.
We zetten koers naar Bellingham, naar het huis van Kiko, de Amerikaan die we in Bolivia hebben ontmoet, die van dat boomhuis. Met de ferry steken we over de zee en fietsen richting Port Townsend. Dat blijkt net iets te ver, maar er zijn hier overal campings dus we kunnen eerder wel ergens stoppen. De prijzen van de campings varieren tussen de 3 en 20 dollar. Wat irritant is is dat de prijs voor de grootste campers en de kleinste tentjes hetzelfde is… Het gaat ze hier gewoon om de plek en of je daar nou met je gezin met tien kinderen, je mega-motorhome en drie jeeps op staat of met twee fietsen en een trekkerstentje is irrelevant, beetje jammer. De camphost van de eerste camping waar we op staan begrijpt ons probleem gelukkig wel en we mogen gratis op zijn plek naast zijn camper staan. Relaxed. De vriendelijke buren voorzien ons van enchiladas, blikjes drinken (rootbeer, cola met bubblegumsmaak brrr) en smoors, een megazoet toetje van koekjes met daartussen gesmolten marshmellow met chocola. Tja, het verklaart wel waarom de meiden die ze maken een paar onsjes meer hebben. Maar wat een warme ontvangst, dit belooft nog wat voor deze tocht door de VS, je zou er bijna aan gewend raken al die gastvrijheid hier.
Via de volgende ferry geraken we op Whidbey Island, de route is precies zoals op de kaart die Kiko in Bolivia voor ons had getekend. Deze route naar het noorden is inderdaad prachtig. Zon, zee, dennebomen, uitzicht op de bergen, prachtig! Onderweg zien we de eerste herten. Die zie je hier overal, bijzonder voor ons, de mensen hier vinden het een nuisance, "they eat your garden…".
 
Bellingham
Op de laatste camping voor Bellingham (met heuse hiker-biker kampeerplaatsen) ontmoeten we een fietser uit Bellingham, we praten sochtends voor ons vertrek even kort met hem. Als Kiko niet thuis is mogen we wel in zijn appartement slapen biedt hij ons aan. Dan moeten we even met zn oom bellen, die heeft een sleutel. Verbazende gastvrijheid wederom!
Via de Chuckanut Drive, een prachtige weg langs de zee komen we aan in Bellingham, je kunt Vancouver en Canada zien liggen. We hebben het adres maar de straten gaan 90 graden steil omhoog. We vragen een vrouw op straat of zij een alternatief weet wat iets makkelijker is. Tevens vragen we of ze weer waar de bieb is om even op internet te kunnen checken of Kiko of een van zijn huisgenoten thuis is. De dame is van de kerk en haar kantoor is vlakbij, daar mogen we wel even internetten. Weer zo’n vriendelijke persoon. Kiko heeft al gemaild, hij is zelf nog in Peru, maar zowel Steven als Doug zullen er zijn. Doug heeft gemaild dat ie de garagedeur voor ons heeft opengelaten. Het blijft fascineren zo makkelijk als het hier gaat! We bedanken de vriendelijke dame en klimmen naar Kiko’s huis. Steven is voor de deur zijn auto aan het uitladen van z’n tripje California. Hij heeft allemaal rotsblokken en grote stenen in zn auto liggen. Daar gaat ie beelden van maken. Steven is een 43-jarige kunstenaar en fotograaf, daarnaast doet ie nog iets met computers. Steven is zo’n purist zoals eerder beschreven, alles organic en rauw. Hij heeft speciaal rauwe noten meegenomen uit California, omdat de noten bij de organische Coop-winkel niet echt rauw zijn, ook al staat er bij dat ze dat wel zijn… Ingewikkeld. Maar het is een supervriendelijke kerel, beetje hippie, hij laat ons het huis zien, laat "onze" kamer zien, daar mogen we wel slapen, tenzij we graag onze tent in de tuin op willen zetten. Alles kan. Doug komt laat thuis van zn werk, graatmagere 60-er. Ook een purist. Hij is grafisch vormgever, maar heeft zn baan in de crisis verloren. Hij verkoopt nu stofzuigers, 6 dagen per week. Mindnumbing, maar hij is al lang blij dat ie een baan heeft.
We blijven twee dagen in Bellingham. Er zit een heerlijke tuin achter het huis, waar de kolibrietjes de vingerhoedskruid bezoeken. Prachtige vogeltjes. We eten goatstew (geit dus) die Steven volgens een speciaal recept klaarmaakt. Hij heeft z’n vrijgezelle vrienden ook uitgenodigd. Ook hippieachtige types, vriendelijke lui. Ze gaan zondag met zn allen skieen op Mount Baker, daar ligt blijkbaar hoogzomer nog genoeg sneeuw.
Steven neemt ons mee naar het boomhuis van Kiko, een knap staaltje werk in de bossen net buiten Bellingham. De deur zit op slot, en het huis wordt zoals Kiko al vermoedde gekraakt, maar het lijken wel nette krakers te zijn, want het ziet er ok uit van binnen. Hoe dit verder moet, daar zal Kiko zich wel over ontfermen als ie terug is.
Elke eerste vrijdag van de maand is er een open-gallerieavond in Bellingham. Op diverse plekken in de stad wordt savonds van 18u tot 22u kunst in diverse vormen getoond. Steven heeft in zijn gallerie zijn fotos geexposeerd. Daar gaan we eerst heen en vervolgens sjouwen we de stad door. We ontmoeten Ken Webb, een fotograaf uit Lynden. Hij vertelt ons dat Lynden een Nederlandse enclave is en met molens en klompen, de hele mikmak. Daar moeten we echt langs volgens hem, dan trakteert hij ons ‘dinner’. Ach over twee maanden zijn we weer thuis, die omweg houden we voor gezien, maar het aanbod is erg hartelijk. Dan lopen we langs een cafe/bakkerij waar Belgische wafels op het menu staan. Vincent, de baas, snelt ons tegemoet. Al pratende blijkt dat hij ook een fanatieke fietser is en dat hij de Tour de France dagelijks live uitzendt in zijn cafe. Hij nodigt ons uit om morgen voor ons vertrek bij hem te komen ontbijten "two for one!", met de Tour op tv. De volgende ochtend zetten we koers naar het cafe en het stikt er al van de fietsers. Door het tijdsverschil begint de Tour hier al om 6.30u. En met de bergetappes opent ie zelfs al om 2.30u. We eten heerlijke croissants en Belgische wafels met fruit en slagroom. Hier kunnen we wel een tijdje op fietsen.
 
Oostwaarts
En dan dus the fourth of july, Independence Day, eindelijk echt oostwaarts na deze detour Bellingham die overigens zeer de moeite waard was. Overal wordt al wat vuurwerk afgestoken, onderweg komen we langs een heuse rodeo, maar verder merken we er niet zoveel van. We zetten koers richting de North Cascades. Het is een drukke route met veel RV’s, recreational vehicle, dus campers. Maar niet zomaar campers zoals we die in Nederland zien, nee, deze zijn huge! Het zijn heuse touringcars. We hebben nog niet gevraagd of je er een speciaal rijbewijs voor moet hebben, maar dat zal haast wel. Er zitten allerlei uitschuifbare delen aan, waardoor ie nog groter kan worden. Voor sommige mensen is dit dan ook hun huis. Die hebben geen ‘gewoon’ huis meer, maar leven in hun RV. Achter de RV hangt de auto, dus niet zoals in Nederland een auto voor de caravan, hier doen ze het omgekeerd. Het toppunt was een RV met een Hummer er achter!
We fietsen over Rainy Pass en Washington Pass, rond de 1400m, niks dus vergeleken met de Andes, maar toch zweten. En Rainy Pass deed zn naam eer aan, we hadden de eerste bui op onze kop… Aan de andere kant van de Cascades is het gelukkig weer zonnig. Aan het begin van de avond komen we aan in Mazama bij Outward Bound, een organisatie die actieve kampen voor kinderen en volwassen organiseert, kanoen, klimmen, mountainbiken. Hier werkt Nan, de meid die we op het vliegveld in Seattle hebben ontmoet. Het personeel staat op het punt om te gaan eten (een bbq) en wij zijn van harte uitgenodigd. Nan laat ons even snel het terrein zien en denkt dat we wel ergens op het grasveld kunnen kamperen. Als Joris even voor donker oppert dat ie maar eens de tent moet gaan opzetten, fluistert Nan dat we van haar baas hier niet mogen kamperen… Even lastig, waar moeten we nu zo snel nog heen? Maar naast O.B. is een parkeerplaats bij een klimwand en daar kunnen we wel stiekem staan, het is ook terrein van O.B., maar ligt uit het zicht van het kantoor. Vlak voor donker zetten we daar de tent op en hebben een rustige beervrije nacht. Beren, we zijn ze nog niet tegengekomen, maar op een camping een paar nachten verder hebben ze de dag daarvoor net een beer gevangen. Deze beer had al een aantal keer de camping bezocht. De buren naast ons op de camping vertellen in geuren en kleuren hoe ze waren geschrokken. Maar gelukkig was de beer erger van hun geschrokken en er weer vandoor gegaan. Het advies is, voor bruine beren: schreeuw en brul en maak je groot, voor grizzlieberen: hou je zo stil mogelijk. Als we een beer tegenkomen dus snel beslissen met welk type we van doen hebben…
Na Mazama komen we in Winthrop, hier zit weer een warmshoweradresje waar je zonder aankondigen langs mag gaan, zo staat vermeld op de website. Prachtig plaatsje trouwens Winthrop, alles wilde westen stijl, in de dorpskern zijn alle winkeltjes met van die ouderwetse belettering en de disco is geen disco maar een Dance Hall, lekker kneuterig. Bij het warmshowerhuis van Tom Sullivan aangekomen worden we vriendelijke verwelkomd door de hond. Helaas geen baasje thuis. Dan rolt er een jeep de parkeerplaats op. Het is Jack, een werknemer van Tom en hij belt wel even op zn gsm naar Tom. Tom had ons al gezien toen we het centrum inreden. Jack moet maar even de deur voor ons open doen, beneden in de kelder is een tweepersoons bed en een douche, "make yourselves at home". Ongelooflijk, de gastvrijheid kent geen grenzen, zonder ons echt gezien te hebben laat Tom ons gewoon in zn huis! We besluiten om toch eerst even langs zn werkplek te rollen om ons voor te stellen. We spreken af dat wij voor het avondeten zorgen. Tom vindt het allemaal prima. We hebben weer te maken met een fanatieke Tour de France-kijker, hij heeft alles opgenomen. Tom zn vrouw en 19-jarige zoon zijn in Seattle, in het ziekenhuis. Paul heeft leukemie, als een gevolg van zijn behandeling voor Lymphoma… Verdrietige situatie. Tom gaat morgen weer naar Seattle en dan gaat zn vrouw weer naar Winthrop. Heftig allemaal, maar Tom vindt het fijn dat wij er zijn, hij vindt het leuk en het geeft afleiding zegt ie. We hebben een gezellige avond. In zijn huis vinden we veel pro-Obama dingen en anti-Bush plaatjes. Hij heeft hoge verwachtingen van Obama. Zijn vrouw is zelfs naar de inauguratie van Obama geweest in januari. Zoveel mensen als daar waren, ‘it gave you the chills’. Dat moet ook wel een bijzondere bijeenkomst zijn geweest, de eerste Afro American President, wie had dat gedacht.
 
Stadskamperen
Vanaf Winthrop gaat het weer een berg over naar Okanogan en Omak. In Okanogan staan we op de stadscamping. We ontmoeten vlak buiten het dorp drie fietsers, twee Zwitsers en een Duitser. Zij zijn onderweg naar Mexico. We staan met zn allen bij elkaar op de camping. Verder staat er verderop een ingezakte tent. We dachten dat ie was achtergelaten, maar dan verschijnt er een wazige gast met zn hoofd diepweggestopt in de muts van zn trui. Hij loopt en staat stil, kijkt ons een tijdje indringend aan, en loopt weer door, komt dan terug met een grote ghettoblaster en verdwijnt in de restrooms. Schizofreen ofzo, niet te druk om maken. Maar wat blijkbaar wel meer gebeurt op dit soort stadscampings, en waarom ze een 72 uur max verblijftijd hebben ingesteld: daklozen komen hier savonds douchen en overnachten… Vlak voor donker rollen twee dronken vijftigplussers en hun drie kefhondjes uit een auto. Er wordt wat wazig heen en weer gelopen. Wij gaan de tent in, het zal allemaal wel. Maar mister Schizo doet zijn ding met ghettoblaster en dat staren enzo, daar raken de dronken lui weer geiriteerd van. Er wordt wat over en weer geschreeuwd en gedaan en dan bellen de dronken dudes met de politie. Het klinkt alsof er daadwerkelijk iemand arriveert die hun verhaal aanhoort en dan vallen wij in slaap. sOchtends als wij wakker worden is er van zowel de auto met de dronken lui als de schizo met tent geen spoor meer te bekennen. Opgeruimd staat netjes.
 
Indianen
Dan via Omak door naar het Indianenreservaat. Wat er nog over is van de Native Americans is in reservaten gestopt. Daar hebben ze hun eigen wetten. Je merkt er verder niet veel van, alleen dat de mensen hier een donkerder huidskleur hebben en dat op veel reservaten casino’s staan, de wet- en regelgeving voor gokken is wat ruimer. We fietsen langs de Colombia-river en komen aan het eind van de dag uit in Colville Indian Agency. Op een groot festival terrein staan diverse tenten en campers. Misschien mogen we hier wel kamperen? Het blijkt dat men zich daar aan het opmaken is voor het Pow Wow festival, een Indianen Get together, met een trommel- en danscompetitie en tombola en al wat dies meer zij. We mogen onze tent wel ergens opzetten, gratis. Het is donderdag en de echte festiviteiten beginnen pas vrijdagavond, maar vandaag begint het ook al aardig vol te stromen. De eettentjes zijn open en savonds is er al wat gaande in een van de kleinere feesttenten. Er wordt getrommeld en gezongen door de mannen en gedanst door de vrouwen en kinderen. Het is een prachtig gezicht. Er zijn maar weinig bleekhuiden, maar we worden welkom ontvangen. Terug van de douche loopt Stel langs de popcornverkoper die nieuwsgierig vraagt hoe het gaat en waar we vandaan komen. Jerry blijkt zelf vijftien jaar vanaf zijn veertiende rondgereisd te hebben door de VS. Wij herinnerden hem aan zijn avonturen en dat ie jong was. Hij geeft Stel een zak popcorn, met suiker en zout volgens een Duits recept (wij kennen het niet). Hij vertelt dat ie destijds is gaan reizen, omdat ie op zn twaalfde ergens in een kloof aan het kamperen was en er toen twee grijskopjes uit hun camper stapten en over het randje keken of ze daar ook wilden kamperen. Ze hebben daar een tijdje staan turen en toen toch besloten dat het te ingewikkeld was om daar beneden te geraken. Jerry had toen bij zichzelf gedacht, "ik ga niet wachten tot ik te oud ben om te gaan reizen, ik ga nu!" En zo geschiedde.
 
Verjaardag
Vanuit het Indianen Reservaat vervolgen we onze weg op en neer met uitzicht op bergen en dalen, rivieren en meren en veel herten, en zelfs bizons! Via Inchelium rijden we naar Lake Roosevelt waar we Joors dertigste vieren, met zn tweetjes aan het meer in ons tentje. Hier zijn verder geen voorzieningen dus het uit-eten houden we te goed. Een dag regen houdt ons vast in de tent. Dan fietsen we door naar Kettle Falls, Colville, Sandpoint en nu zijn we dus in Libby. Weer bij een warmshower adres. Jan en Keith, gastvrije mensen. Amerika is een grote verrassing. Zoveel vriendelijkheid tot nu toe is hartverwarmend. De natuur is prachtig, groots, weids, ruig. We gaan morgen door richting Glacier National Park en the road to the sun pass. Dat wordt weer klimmen geblazen! Het weer zit geweldig mee, af en toe misschien wel te warm. Dus vroeg opstaan en de meeste kilometers voor het middaguur maken.
Over anderhalve maand moeten we al in New York zijn, het gaat nu snel. We zijn er nog niet helemaal uit of we oostwaarst gaan of dat we de Rockies gaan volgen naar Denver. To be continued!

Rondje La Paz- Coroico- Sorata- La Paz

Posted by JenSfietsen on July 9, 2013 at 12:00 AM Comments comments (0)

Hierbij het laatste verhaal(tje) uit Zuid Amerika over de afgelopen twee weken in Bolivia, voordat we morgenochtend op het vliegtuig naar Seattle stappen!
 
We hebben nog een rondje jungle gemaakt vanuit La Paz. La Paz ligt in een soort kom op 3800m. Voordat je kunt gaan afdalen naar de jungle (wij gaan naar 700m) moet je eerst nog een pas over van 4700m… Bij vertrek was het weer wat ongewis, maar omdat de tijd om het rondje te doen beperkt was en we uit een website van een stel die het rondje in 2003 had gemaakt konden opmaken dat je er toch gauw twee weken over doet, zijn we toch maar vertrokken. Het weer in het dal van La Paz knapte steeds meer op dus de keus leek goed. Klim, klim, klim ging het hoger en hoger totdat we rond drie uur de pas bereikten. Langs de weg een vrouw die haar Alpaca´s (soort lama) aan het uitlaten is, mooie beesten. Helaas leek ons geluk wat betreft het weer daar om te slaan, we belanden midden in de wolken… En ook aan de andere kant naar beneden was het volledig bewolkt zodat we helaas niet van het prachtige uitzicht (wat het zou moeten zijn) konden genieten. Muts op, sjaal om, handschoenen aan en afdalen maar, brrr superkoud, maar wat wil je op zo´n hoogte. In een dorpje gaan we aan de warme thee om te ontdooien. Daar wordt ons verteld dat in het volgende dorp alojamiento zal zijn, een plek om te slapen dus. Daar gaan we voor! Verder afdalen, waardoor we onder de wolken komen, wat betekent dat het regent… Kleddernat komen we in het volgende dorp aan waar ons meegedeeld wordt dat er geen alojamiento is… Doorvragen levert de naam van een vrouw op, ´juanita´, die wel iets zou weten. En inderdaad zij heeft een leeg hok waar wel vaker fietsers blijken te overnachten. Wij vinden alles prima, het regent maar door, we zijn kleddernat, daarbinnen is het droog en er is licht, dus wat heb je nog meer nodig? We rollen met fiets en al naar binnen, snel uit de natte kleren en weer aan de hete thee. Daarna koken we bruine bonen met bacon uit blik. Een zwaar blik, maar na zoveel spaghetti met rode saus moesten we wat anders proberen. De bonen smaken heerlijk (heeft Joris die dus niet voor niets helemaal de pas over gesleept)!
 
De volgende dag is het weer gelukkig opgeknapt. Gelukkig, want we gaan vandaag over de Death Road naar Coroico. De Death Road is een eenbaans slingerweg door de Yungas (supergroene junglebergen) waarbij je in plm 40km plm 2500m afdaalt, onverhard, steile afgronden, zie de fotos. Het heet Death Road omdat daar in het verleden regelmatig auto´s, bussen en vrachtwagens de afgrond in getuimeld zijn. Sinds drie jaar is er een nieuwe weg, deze is geasfalteerd. De oude weg is nu een toeristenattractie waarbij toeristen op mountainbikes naar beneden mogen scheuren. Niet geheel en al zonder risico hoor! Drie weken voordat wij er naar beneden gaan is er nog een jongen op z´n fiets naar beneden gestort, halverwege de weg komen we langs een groot kruis met zijn naam er op… Voorzichtigheid geboden dus! Het begint als een gravelweg, modder met veel stenen, daarna wordt het een stevig zand/modderpad met twee sporen. Prima te doen voor ons, we rollen gestadig naar beneden en ook al hangen er wolken, hier en daar krijgen we prachtige doorkijkjes. Totdat… een landverschuiving ons de weg blokkeert! Door de regen van de afgelopen dagen is een halve berg naar beneden gekomen op de weg… Shit, wat nu? Terug? Maar het duurt maar een minuut of vijf en dan arriveren de eerste toeristen op hun mountainbikes, zij worden geassisteerd door busjes, dus binnen no time is het een drukke bende. De toerleiders zijn dit blijkbaar wel gewend. De groepen krijgen eten en drinken wat voor later bedoeld was (ook wij krijgen yoghurt en cake!) en worden geinstrueerd om hun warme kleren en te veel aan spullen terug te leggen in de busjes om daarna met fiets over de landslide te klimmen. Joris en ik slaan het nieuwsgierig gade. Als snel wordt er een pad over de landslide gevormd en de een na de ander klimt er over. Wij besluiten om onze spullen af te laden en van de groepen gebruik te maken en onze spullen van hand tot hand te laten gaan naar de andere kant. Perfect! Een uur na aankomst bij de landslide staan wij (bruin van de modder) met onze fietsen en tassen aan de andere kant en kunnen we onze weg vervolgen. Dankzij de landslide wordt het voor de busjes onmogelijk om te volgen, lekker rustig dus, nu hebben we alleen nog maar rekening te houden met langschietende mountainbikers. Sommige vliegen je als een kip zonder kop voorbij. Om niet door een van hen over de rand gelanceerd te worden rijden wij op de rechterbaan. En zo komen we zonder brokken halverwege de middag beneden. Zoals bijna altijd daalt de weg verder af dan het dorp waar we heen willen, dus zo ook nu. Coroico ligt op 1800m en we zijn afgedaald naar 1300m. Weer klimmen dus, 7km over kinderkopjes… Een vriendelijk stel in een jeep biedt ons onder aan de klim een lift aan, maar puristen als we zijn slaan we die af. Halverwege de kinderkopjes vragen we ons af waarom we die lift ook alweer hadden afgeslagen. Maar om half vijf zijn we boven en dik trots op onszelf natuurlijk!
Coroico is een schattig plaatsje met prachtig uitzicht op de omliggende bergen en de oude (Death Road) en de nieuwe weg. We besluiten een dagje te blijven. De temperatuur is hier erg aangenaam, zeker vergeleken met La Paz, lekker zonnetje, en Joris trekt baantjes in het hotelzwembad. We eten lekker in de Back Stube (even niet Boliviaans ;) en Stel spoelt alle modder weer uit de kleren. Op naar de jungle!
 
Over de kinderkopjes gaat de weg naar beneden naar de rivier die we stroomafwaarts zullen vervolgen naar Caranavi. Stroomafwaarts betekent helaas niet de hele tijd afdalen, het is klimmen en dalen over een vreselijke stofweg! Er is heel veel verkeer, wat heeeeel veeel stof betekent. De weg is smal, meestal eenbaans, een waar spektakel als vrachtwagens en autos elkaar moeten passeren. 70km blijkt lang en zwaar, doortrappen dus in het stof. We komen bruin aan in Caranavi (zie de foto). Grappige kitten hebben ze in het hotel, een paarse sheba…
Van Caranavi naar Guanay is het rustiger op de weg, het is een mooie tocht door het groen, helaas geen apen gezien, schijnen er wel te zitten, maar meer hoger in de bergen. Wel veel vlinders en vogels, prachtige kleuren, wonderlijke geluiden, de ringtones van mobieltjes zijn er niks bij. Tien kilometer voor het dorp krijgt Joor zn tweede lekke band, op 9500km mogen we niet klagen. Pompen en doorfietsen maar.
 
Het stel van die website had van Guanay een boot genomen naar Mapiri. Dat leek ons ook wel wat. Helaas staat het water te laag en gaan er geen boten… Fietsen dus. Op de kaart lijkt de weg langs de rivier te lopen, dus hoe zwaar kan dat zijn? Mis! De weg gaat weg van de rivier en over de bergen! 100km wordt ons verteld, maar het kan ook 70km zijn. Daar heb je dus niks aan. Steil!!! Lopen, duwen, trekken, Joris heeft er een dubbele klus aan, eerst zichzelf en dan duwt hij mij en mn fiets omhoog, of loopt met mijn fiets, en ik hobbel er achter aan. Waarom deden we dit ook alweer? Maar het uizicht vanaf de bergen is prachtig, het is hier zo groen! En er is nauwelijks verkeer dus we hebben de ruimte. Na 38km komen we op de top van een heuvel bij een dorp aan. We zijn kapot. Er is geen hostel, maar we mogen wel kamperen op het voetbalveld. Water kun je een eindje beneden bij de koeien halen en zo hebben we een prachtig plekje boven het dorp op de berg. Aan de straat worden kippetjes gefrituurd met rijst en koude patatten. Daar stoppen ook jeeps die op weg zijn naar Mapiri. Ze vertellen ons dat het nog twee uur rijden is voor hen naar Mapiri en dat ze pas een uur onderweg zijn… Dan gaan wij er dus waarschijnlijk langer dan een dag over doen nog. Balen… Met de boot was in een dag geweest. Maar goed, we weten waar we ons op in moeten stellen nu.
 
Net als de eerste dag vanaf Guanay gaat de weg op en neer, maar nu moeten we ook een aantal rivieren kruisen. Net voor de lunch komen we bij de eerste rivier aan. Eerst maar eens een broodje en bekijken hoe anderen door het water gaan. Er komt een vrouw aan, ze stroopt haar broek op, slippers uit en daar gaat ze. Het water komt ongeveer tot haar dijbenen. Het zijn maar kleine mensen de Bolivianen, het zal ons tot de knieen komen. Joor gaat eerst, dat gaat goed! Joor komt terug en sleept mijn fiets er ook door. De stroming halverwege is best sterk en de voortassen hebben de neiging tot drijven. Het is beter dat Joor dit doet. Ik loop er achteraan. Sokken en schoenen weer aan en weer op pad. Helaas blijkt mijn standaard het begeven te hebben. Joor haalt hem er af en we vervolgen onze weg. Weer omhoog en naar beneden naar de volgende rivier. Beetje van hetzelfde. Ik dacht het nu zelf te proberen, maar kom vreselijk vast te staan. Joor snelt te hulp en sleept de fiets naar de overkant. Sokken en schoenen weer aan en dan… water loopt in straaltjes uit een van Stels voortassen… Is er zoveel water in onze voordragerbuizen gekomen? Tas open… vanaf halverwege alles kletsnat… alles dr uit, kleren uitwringen en dan maar weer er in, drogen lukt nu toch niet en we willen door, want we zijn nog lang niet in Mapiri. Ook vandaag lukt het niet om het te halen. Aan het eind van de middag komen we door een dorp waar ons verteld wordt dat het nog twintig kilometer zal zijn naar Mapiri. We gooien de flessen vol met water en rollen het dorp uit op zoek naar een kampeerplek. Gelukkig kunnen we wel kamperen zonder de spullen die nat zijn geworden. Vlak voor donker zetten we de tent op een eindje boven de weg en hebben een redelijk rustige nacht. Behalve dan dat midden in de nacht ergens iemand begint te trommelen. Er wonen blijkbaar mensen in het dal of… zouden het kannibalen zijn die rondom een grote kookpot aan het dansen zijn… Zulke gedachten helpen niet echt als je wildkampeert. Van vermoeidheid vallen we weer in slaap en sochtends zitten al onze ledematen er nog aan en schijnt de zon weer optimistisch op onze tent. No worries!
 
Halverwege de ochtend bereiken we Mapiri. Het ´gringo´ is hier niet van de lucht. Verder in Bolivia hebben we het eigenlijk weinig gehoord, maar hier en ook langs de weg roepen de kinderen regelmatig gringo naar ons. Toerist klinkt vriendelijker vinden wij, maar ze bedoelen het niet gemeen. Het is grappig om te zien hoe enthousiast veel kinderen zijn. Ze willen graag even een praatje maken en de fiets uitgebreid inspecteren. We nemen daar vaak wel even de tijd voor.
Met heerlijk versgebakken bananenbrood beginnen we aan de klim naar Santa Rosa. In Guanay bereikten we het laagste punt van ons junglerondje, plm 700m. Vanaf daar gaat het in etappes steeds verder omhoog totdat we weer de altiplano en daarna La Paz zullen bereiken. In Santa Rosa zitten we weer op plm 1300 en vanaf Santa Rosa is het klimmen naar Consata op plm 1600m. Al dat klimmen blijkt zwaar. Het gaat over onverharde, slechte wegen, veel stenen, modder, water over de weg af en toe grote plassen waar we door moeten, het is behoorlijk pittig, het is niet in een keer omhoog, maar gaat voortdurend omhoog en weer naar beneden. Daarbij is het warm, vochtig weer. We zweten ons een ongeluk. Dat we veel kilometers op hoogte in de benen hebben zitten is ons voordeel, die extra bloedcellen maken dat we snel herstellen van superzware klimmetjes. Maar eenmaal in Consata aangekomen is Joris helemaal kapot. Het Boliviaanse eten helpt ook niet echt bij het herstel, het blijft toch vaak een Russisch roulette of het er allemaal goed in blijft of heel snel door zal lopen. Stel heeft daar meer last van dan Joor. Daardoor moet Joor regelmatig dubbel werk verzetten. We zijn nu 6 dagen non-stop aan het fietsen en de koek lijkt een beetje op. De tijd begint te dringen. De klim naar Sorata op 2800m zal zeker drie dagen in beslag nemen en dan moeten we nog terugklimmen naar de altiplano over een pas van 4300m. Het lijkt niet realistisch om dit allemaal nog te fietsen. We besluiten in Consata een jeep te regelen die ons naar Sorata brengt. Dan kunnen we daar twee dagen relaxen en rustig doorfietsen naar La Paz. De Jeep is snel geregeld (als je maar betaalt kan hier alles). Volgeladen met dynamiet en fruit (de chauffeur verdient nog wat extra door vrachtjes spullen hier en daar af te zetten), een vrouw en kind en nog een Boliviaans stel vertrekken we. Omhoog, omhoog, omhoog over een smalle onverharde weg. Man, wat is dat eng in een jeep! Stel zit duizendmaal liever op haar fiets. Die afgronden… En de chauffeurs zijn het gewend om te doen dus een kilometertje harden draaien ze hun hand niet voor om. Afdalen in z´n drie op zulke wegen, het voelt als een vrije val… Regelmatig denken we aan onze ouders, wat als we hier over de rand storten. Hier hebben de mensen tenminste tien kinderen… (zou het daar iets mee te maken hebben?). De vrouw en haar kind hebben nergens last van. Ze heeft deze reis al zo vaak gemaakt en het kind valt zonder problemen in slaap. In tegenstelling tot ons, hartslag in de keel, schrap op de achterbank, en dan… een tegenligger, een vrachtwagen ook nog! In principe geldt op zulke bergwegen dat iedereen links moet houden, zodat de bestuurder goed kan zien waar de weg op houdt. Maar onze bestuurder Don Jorge besluit eerst rechts aan te houden, manouvreren op het randje, Stel heeft haar schietgebedje al gezegd. Joor zegt voorzichtig tegen Jorge dat er geen ruimte meer is om nog verder naar rechts te gaan… Dan langs de berg links, de vrachtwagen in zn achteruit en na een tiental meters passen we langs elkaar, pfffffff. We kunnen weer ademhalen. Af en toe met de ogen dicht, en dan weer strak op de weg verslinden we kilometer na kilometer, totdat… lekke band. Ach kunnen we even de benen strekken, fotos maken en herstellen voor het laatste stukje. Jorge heeft er binnen no time een nieuwe band onder liggen, dus kunnen we weer door. En dan zijn we in Sorata en kunnen we opgelucht ademhalen. Fietsen en bagage alles is goed overgekomen en we checken in een relaxed hostal. Twee dagen rust! Mooie plaats Sorata, prachtige ligging met uitzicht op 6000ers met besneeuwde toppen. In ons hostal ontmoeten we Kiko, een 62-jarige Amerikaan uit Bellingham, dat ligt vlakbij Seattle. Prachtige kerel, heeft twintig jaar in een boomhut gewoond, heeft naast zijn huis in Bellingham, ook een huis in Chili en pendelt nu dus heen en weer tussen de VS, waar hij een 14-jarige dochter heeft, en Chili, waar zijn Chileense vriendin woont. Hij is erg enthousiast over ons geplande fietsen in de VS. Hij heeft zelf ook fietstochten gemaakt en hij tekent ons een kaart hoe we uit Seattle moeten fietsen, via de eilanden en via Bellingham (dan kunnen we wel in zijn huis slapen, als zn huisgenoot thuis is) en via allerlei grappige kleine plaatsjes op de route 20 naar New York terecht komen. Superleuk dat soort ontmoetingen.
 
Na twee dagen Sorata zijn we weer helemaal opgeladen en klimmen we zonder problemen terug naar de altiplano. We slapen in Achachi. Een hotel vinden daar bleek nog een heel gedoe, omdat nergens een eigenaar aanwezig blijkt te zijn. De schoonmaaksters hebben geen sleutels, daarbij spreken ze alleen maar Aymara en mogen ze niks. Erg onhandig, weinig flexibel en initiatiefrijk, maar dat hebben we wel vaker meegemaakt in Bolivia. Is heel anders dan de mondige Nederlander. Hier moet je veeeel geduld hebben dat gaat ons de ene keer beter af dan de andere…
En dan nog een laatste etappe en na bijna 100km zijn we weer in La Paz, terug in onze heerlijke hotel voor de laatste dagen fietsen inpakken en ons klaarmaken voor Seattle.
 
Het is goed zo, Zuid Amerika is klaar voor nu. We hebben er op 130km na 10.000km opzitten in negen maanden.
Het was prachtig! Chili, Argentinie, Bolivia, afwisselende combi. Eerst van Santiago naar het zuiden over de carretera en toen vanaf Mendoza weer omhoog over de Andes heen en weer. Prachtige natuur, de bergen blijven ons fascineren. Dan ons uitstapje met de familie in maart, rondje Buenos Aires, Iguazu watervallen en weer terug naar de bergen. Vervolgens de overgang van Chili en Argentinie naar Bolivia. We gingen een hele nieuwe wereld in. Bolivia is in tegenstelling tot Chili en Argentinie nog erg puur. Een openluchtmuseum waar we doorheen fietsen. Al die traditioneel geklede vrouwen, de lamahoeders, het land door de armoede nog zo eenvoudig. Alhoewel overal mobieltjes doorgedrongen zijn. In de bergdorpen hebben ze kabeltelevisie, maar geen stromend water. Wonderlijke ontwikkeling. We hebben nog even gespeeld met de gedachte om door te gaan via Peru en Ecuador naar Colombia, maar daar zijn we ook snel weer vanaf gestapt. We zijn toe aan een verandering van omgeving. Doorgaan in Zuid Amerika zou meer van hetzelfde geven voor ons gevoel , dan zouden we het niet meer echt waarderen en dat is zonde. We komen vast nog wel een keer terug om die andere landen te zien en om daar dan weer volop van te genieten.
Nu dus op naar de VS. Met als voorbereiding hebben we allebei The Audacity of Hope van Barack Obama gelezen. We hebben er veel zin in.
We hebben via de Warmshowerlist een slaapadres in Seattle. Dat zijn fietsers die andere fietsers een plek om te slapen en te douchen bieden. Eens kijken of dat leuk is. Er zijn heel veel van dat soort adressen in de VS, dus als het bevalt…
Jullie horen weer van ons als we in the States geland zijn!

Potosi ? La Paz

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)
Inmiddels zijn we in La Paz aangekomen en zijn we onze dagen aan het aftellen in Zuid Amerika, want 16 juni a.s. vliegen we naar Seattle in de VS, om daar nog drie maanden onze fietsreis te vervolgen!
Maar nu dus eerst nog verslag van de etappe van Potosi naar La Paz via Sucre en Cochabamba: Wat een prachtige, maar bij tijd en wijle superzware route!
Van ons hostel in Potosi moeten we eerst nog een paar kilometer steil omhoog naar de weg naar Sucre, zo hoog dat het echt niet hoger kan en dan zoeft de weg naar beneden, heeeeeerlijk, kilometers en kilometers afdalen. Sucre ligt op ongeveer 2800m en Potosi boven de 4000m, dus we hebben heel wat te gaan. De autos en busjes halen ons vrolijk groetend en toeterend in en we zwaaien en groeten wat af. We rijden door een altiplano landschap wat hoe lager we komen steeds groener wordt. Veel dorpjes langs de weg en alles asfalt dus een heerlijke etappe. Aan het eind van de middag komt er een eind aan de altiplano lijkt het wel want dan storten we in een soort kloof, haarspeld na haarspeld brengt ons razendsnel naar beneden. Tot we bij de rivierbedding zijn die helaas op 2100m ligt (te ver afgedaald…) en het daarna dus weer klimmen zal zijn. Het loopt tegen vijven en het is dus tijd om een plek voor de tent te zoeken. Via de bijna droge rivierbedding lopen we een eindje van de weg af en vragen we aan een boer of we op zijn land mogen kamperen. Hij heeft twee gevaarlijke honden zegt ie dus das niet zo handig, maar bij de buren zal wel plek zijn. En inderdaad, de buurvrouw vindt het geen probleem dat we de tent naast haar ezel en stieren opzetten, dus doen we dat en al gauw verzamelt zich een heel gezelschap nieuwsgierigen om ons kampement. De kinders vinden het allemaal reuze interessant en ook de stomme tante kijkt haar ogen uit. De kinders leggen ons gelijk uit dat ze niet kan praten, maar van snoep houdt ze wel. Wij gaan koken en zij sabbelen op de snoepjes en ondertussen kletsen we over van alles en nog wat. Onze wereld staat zo ver af van de hunne dat ze het meer grappig vinden dat wij in hun tuin kamperen dan dat ze er jaloers op zijn. Rare spullen hebben die mensen en zo ver te fietsen, ze moeten wel niet goed bij hun hoofd zijn. sOchtends bij het eerste licht duiken er al weer twee kinders (broer en kleine zus) op als Joor net staat te plassen, maar wildplassen dat zijn ze gelukkig wel gewend hier. Ze nestelen zich naast Joris als die het ontbijt op zet en ze kijken met grote hongerige ogen toe als we gaan eten. Een bakje rijstepap gaat er bij hun ook wel in en dus krijgen ze een bakje en zitten ze samen lief te smikkelen, eerlijk delen, steeds om en om een hapje. Dan doen ze ons uitgeleide en helpen onze fietsen weer op de weg te duwen. De weg gaat bergop dus ze kunnen nog eventjes meelopen, maar dan volgt er weer een afdaling en nemen we afscheid. Wat een schatties.
 
Dag twee naar Sucre is pittig. We zijn meer afgedaald dan de hoogte waarop Sucre ligt, wat dus klimmen betekent. Gelukkig is het allemaal asfalt, en is het een mooie en rustige (weinig verkeer) vallei die we langzaam omhoog fietsen en dat maakt een boel goed. In de loop van de middag bereiken we Sucre, de officiele hoofdstad van Bolivia. Echter de meeste regeringsonderdelen zitten in La Paz, in Sucre zit alleen nog het Hoger Gerechtshof. Dat schijnt de eeuwige strijd tussen Sucre en La Paz te zijn, wie zich nu hoofdstad van het land mag noemen. Sucre viert op 25 mei van dit jaar 200 jaar onafhankelijkheid. 200 jaar geleden op 25 mei 1809 werd hier de eerste roep om onafhankelijkheid van Zuid Amerika gedaan. De hele maand mei staat in het teken van deze feestelijke gebeurtenis. Er is van alles te doen, we zien muziekoptochten, er draaien overal films en er zijn diverse beurzen aan de gang. Sucre is een heerlijke stad. De gebouwen zijn voornamelijk allemaal wit van kleur, koloniaal wit. Het is er schoon en netjes en de mensen zien er goed uit. Sucre is namelijk een rijke stad, onder andere de mensen die in Potosi rijk waren geworden door de mijn zijn verhuisd naar Sucre. Hier wonen veel mensen op stand, ze zien er hier vrij modern en westers uit, maar je ziet ook nog steeds wel arme traditioneel geklede boeren. In Sucre zitten twee cafes/restaurants die worden gerund door Nederlanders. En dat vind je terug op de kaart: broodje kroket en appeltaart!!! Na acht maanden vinden we het heerlijk om ons hart op te halen met dit soort voer, daarnaast laten we ons de broodjes shoarma en bossche bollen (jaja) ook goed smaken.
 
We waren nog even in dubio hoe naar La Paz te fietsen, maar de Footprint beschrijft dat de weg via Cochabamba mooier zou zijn dan de weg via Oruro naar La Paz. Beide wegen zouden deels van slechte kwaliteit zijn, dus besluiten we de mooiere te nemen. De eerste 90km zijn prachtig, vlak buiten Sucre, waar je eerst nog een prachtig uitzicht hebt op de stad, stort de weg net als eerder vanaf Potosi naar beneden en rijden we door een prachtig rivierdal naar het laagste punt, Puente Arce. Vandaar begint het klimmen weer en wordt de weg onverhard… Het loopt tegen het eind van de dag en we zoeken naarstig naar een geschikt kampeerplekje, maar er wonen hier overal mensen. Dan vinden we een schoolgebouwtje, waar we mogelijkheden zien, er is alleen helaas niemand om te vragen of we er mogen staan. Het is vrijdagmiddag en de school zal wel dichtblijven tot maandag dus we gokken er op dat er niemand komt. Snel douchen en koken en in de schemer zet Joor de tent op. En dan horen we geroep en verschijnt er een vrouw die een beetje bozig aan ons vraagt wat wij daar aan het doen zijn op haar land… Ze vertelt dat ze even naar een naburig dorp was, maar nu weer terug en ze vindt het ok als we een nacht daar staan, als we er maar voor betalen… We hebben weinig keus en zeggen toe dat we haar de volgende morgen 10 Bolivianos (net iets meer dan een euro) zullen geven. Dan slapen. Maar om elf uur savonds staat ze ineens weer bij onze tent en schijnt ze met een zaklamp heen en weer. Even checken wat we aan het doen waren, eh slapen? En hoeveel we haar gaan betalen, 10 per persoon, en in Dollars? pfff. Wederom hebben we niet veel keus en zeggen we dat we haar 20 Bol zullen betalen, morgenochtend, nu eerst weer slapen. Ze vertelt door het tentzeil heen dat ze de hele nacht op blijft om de school te bewaken, volgens haar komen er rovers… En daarbij bewaakt ze haar dieren, er lopen namelijk een stuk of vijf varkens rond te tent die achter de tent in de bosjes hun ´nest´ lijken te hebben. Als de vrouw eindelijk weg is, beginnen de varkens te krijsen en ruzie te maken en te knorren en we doen geen oog dicht. Tot overmaat van ramp stopt er ook nog een auto op de weg, met pech blijkbaar, en de inzittenden stappen uit en praten en lachen en Joor en ik verwachten ze elk moment naast onze tent, ´de rovers´… Gelukkig na een half uur ofzo, krijgen ze de auto weer aan de praat en vervolgen ze hun weg. Wat een nacht…
De stofweg vervolgt zich omhoog omhoog en nog meer omhoog en we doen er de hele dag over om Alquile te bereiken. Daar zit gelukkig een redelijk hostel en we nemen een warme douche en hebben een heerlijke rustige nacht.
De stofweg was erg, maar de 76km van Alquile naar Totora… wie dat bedacht heeft, 76km kinderkopjes!!!! Ziet er prachtig uit, maar niet over te fietsen natuurlijk… Hier en daar zit er gelukkig een stofrand naast, maar bij tijd en wijle denderen we over de keien. Er zit weer een heerlijk hoogteverschil in de weg, eerst via allerlei haarspelden naar de rivier, om dan weer helemaal omhoog. Het uitzicht is wel prachtig trouwens. Totora op 76km leek een mooie dagafstand vanaf Alquile, maar blijkt na 65km en 7,5 uur trappen nog steeds niet in zicht. We zitten midden in de bergen en echt goeie kampeerplekjes zijn er niet. We vragen bij een huis of we achter hun huis mogen staan. De kinderen zijn alleen thuis, de oudste is 18 dus die kan gelukkig wel beslissen, want pa en ma komen vannacht niet terug, die zitten in hun tweede huis ergens hoog in de bergen bij het vee en de gewassen. We kamperen boven op de berg achter het huis van de kinderen. Gelukkig schijnt het de meeste mensen hier niet echt te kunnen schelen wie wij zijn en wat we aan het doen zijn. We kunnen douchen in het licht van de maan en we hebben een rustige nacht. Na 11 kilometer bereiken we de volgende ochtend Totora. Een prachtig koloniaal plaatsje, met mooie geveltjes en gietijzeren balkonnetjes. Hier eindigen de keien, haleluja!
In het dorpsrestaurant bestellen we een broodje ei. Hier eet men de hele dag door, sochtends om 10.30u zitten ze al aan de warme hap, maar ook als je om twee of drie of zeven uur komt zitten hier mensen te eten. Grappig om te zien. Er komt een oude toyota station aangereden propvol met Bolivianen. Achter uit de kattebak rollen twee dames van een jaar of zestig. Het hele gezelschap lijkt hem al behoorlijk te hebben hangen: lachen, gieren, brullen. Een van de dames komt gelijk op ons afgelopen en begint een heel verhaal over haar zoon in de VS en zijn Italiaanse vrouw en dat ze Europeanen zulke fijne mensen vindt en dat die haar zo goed begrijpen, ze schuift een stoel aan en dan plots is ze in tranen en blijkt dat de Italiaanse vrouw twee jaar geleden samen met haar 5 maanden oude dochtertje om het leven is gekomen, op 21-jarige leeftijd en er is geen houden meer aan. De dame snikt grote tranen en wordt hoe langer hoe emotioneler. Het bier dat ze zichzelf steeds bijschenkt lijkt het ook niet makkelijker te maken. We proberen haar te troosten en te sussen en we worden gered als haar eten wordt opgediend en brengen haar terug naar haar tafel. Pfff, broodje ei bijna koud, tis me wat allemaal. Ze nodigt ons uit om bij haar te overnachten, maar we hebben de indruk dat ons dat niet veel rust zal opleveren. We besluiten door te fietsen, omdat de hostels die we gezien hebben ons nou niet echt uitnodigen, maar dan hebben we geluk. Er is een heel luxe hotel in het dorp, maar er werd ons in het restaurant vertelt dat de eigenaar in Cochabamba is, dus de boel is dicht. Joor rolt nog even naar de plaza om te kijken hoe die er uit ziet en raakt daar aan de praat met een man. Die man vertelt ons dat ie wel weet hoe we wel in dat luxe ding kunnen overnachten. En wat een geluk, er is een sleutelhouder die de boel waarneemt! Hij brengt ons naar een prachtig huis met woonkamer, keuken en diverse badkamers en daar kunnen we voor 100 Bol (11 euro) overnachten! Super! Omdat we moe zijn besluiten we er twee nachten te blijven.
 
Dan door naar Cochabamba, weer over asfalt! Totora uit komt er een boer naast ons fietsen, dat is nou een van de dingen die fietsen zo bijzonder maakt. Je hebt en gezellig gesprekje en komt zo een beetje te weten van het leven van de mensen hier. sMiddags komen we langs een school. Eerst zijn de kids heel stoer en zeggen ze niks als we langsfietsen, maar als we dan een broodje gaan eten een paar kilometer verderop en de een na de ander langs komt raken ze al wat losser en groeten en giechelen ze in het voorbijgaan. Als we dan weer op fiets stappen en bergop net zo langzaam trappen als zij lopen raken we met ze in gesprek. De een wil lerares worden, maar eigenlijk het liefste zangeres en haar broer werkt in Rio Grande Tierra del Fuego (Argentinie) en waarschijnlijk gaat ze hem van de zomer opzoeken. Hele gewone gesprekjes met hele gewone Boliviaanse jongens en meiden, leuk om hen een beetje over Nederland te vertellen en zij ons over hun leven hier. Dat maakt het reizen op de fiets zo boeiend, dit soort ontmoetingen.
 
In Cochabamba is het warm, lekker! We trakteren ons op een luxe hotel na zoveel nachten kamperen en na een nacht in een hostel met een heel gaar bed. We ontmoeten Wouter en Sanne, die zijn op de motor al een half jaar onderweg door Zuid Amerika. We gaan samen een hapje eten, gezellig verhalen uitwisselen. www.pindaqueso.waarbenjij.nu
Dan de laatste etappe naar La Paz, terug naar de altiplano! Het eten in Cochabamba was lekker, maar de laatste avond bij de Dumbo is er toch iets misgegaan, want onze beide darmen zijn wat onrustig bij vertrek. Na 67km bergop houden we het voor gezien en kamperen we achter een heuveltje net naast de weg. En dan begint de ellende, Stel voelt zich gedurende de nacht steeds beroerder en sochtends rent ze de tent uit, spuitpoep… en nog een keer en nog een keer. We besluiten om vandaag hier te blijven staan. Joor gaat water halen in een dorp 2,5km terug. De volgende dag gaat het iets beter, maar Stel heeft nog steeds wat koorts en we besluiten om nog een dag te blijven staan, zodat Stel weer wat kan aansterken. Drie nachten langs de kant van de weg. Een van de grote aders in Bolivia. Het verkeer gaat dan ook dag en nacht door. Dat is een geruststellend idee ook, dat als er wat gebeurt dat er voortdurend mensen voorbij komen om hulp aan te vragen. Na de derde nacht gaat het weer zo zo en we stappen weer op de fiets. Helaas moeten we eerst nog een heel eind klimmen, we kampeerden op 3400m en we moeten over 4100m. slowly slowly, veel stoppen en rusten en dan bereiken we toch de 4000m en slaan we boven op een berg de tent weer op. De dag erna is Stel weer helemaal de oude en klimmen we over La Cumbre waarna het afdalen is naar de altiplano op 3800m. We kamperen even buiten Caracollo bij Rene, een vriendelijke boer. Hij wil ons wel een kamer geven, omdat het volgens hem ijzig koud is snachts, maar we liggen liever in ons tentje. Het blijkt inderdaad een ijzig koude nacht, de slaapzakken houden ons maar net warm.
De altiplano fietsen is aardig, maar niet superboeiend, veel verkeer en redelijk vlak met wat heuveltjes op en af, wel weer veel lama´s, dat blijven toch mooie beesten. Op het kruispunt van wegen naar Chili en La Paz, Patacamaya, slapen we in een hostal en hebben we weer een keer een warme douche, heerlijk! We eten in een restaurantje voor 14 Bol = 1,60 euro samen! Bolivia is toch wel echt een heel goedkoop land voor ons, maar niet voor de Bolivianen. Dat maakte het gesprek met Rene ook wel duidelijk, hij moet hard werken om rond te komen, hij heeft ook een stuk of 8 kinderen en dat is ook duur, maar ja, anticonceptie dat ligt niet zo gemakkelijk allemaal. In de meeste dorpen is wel een systeem voor schoon drinkwater aangelegd (vol trots heeft Unicef overal zn borden met deze mededeling staan). Ook gaan de meeste kinderen sochtends naar school, maar voor veel kinderen zal dit niet het verschil maken en zullen ze in de voetsporen van hun ouders treden en de schapen en lama´s hoeden en quinoa en tarwe verbouwen. Vooruitgang zal hier maar langzaam gaan. Het is nauurlijk ook maar de vraag wat goed is en wat vooruitgang voor de mensen hier is, dat kun je niet zomaar vergelijken met onze westerse idealen.
 
En dan La Paz, wat een wereldstad, de op twee na grootste stad van Bolivia. El Alto ligt er praktisch tegenaan en dat is de nummer 2 en Santa Cruz in het laagland is de grootste stad van Bolivia. La Paz ligt in een vallei, en El Alto ligt op de altiplano er boven. De fotos laten wel een beetje zien hoe groot en heftig La Paz is, in woorden moeilijk te beschrijven. La Paz is een grote markt. Overal staan mensen hun spulletjes te verkopen, van fruit tot kleerhangers, van vlees tot lippenbalsem, alles kun je vinden op deze gekleurde markten. Nu hebben we eergisteren een Nederlandse dame, Helen Koolschijn, ontmoet die een project van kinderdagopvang runt voor de kinderen van de marktkooplui, het project heet Corazon Inquieto www.connectiebolivia.nl . De meeste van de kinderen van de marktkooplui zitten namelijk de hele dag bij hun moeder in het stalletje. Particuliere kinderopvang is voor hen niet te betalen. Nu heeft Helen dus drie jaar gelden dit project opgezet waarbij ze aan veertig kinderen dagelijks opvang biedt. sOchtends voor de jongsten, omdat de oudsten dan naar school gaan, en smiddags vanaf 6 tot 12 jaar. Er zijn twee Boliviaanse vrouwen in dienst en verder draait het op (Nederlandse) vrijwilligers. We zijn vanmorgen bij deze kinderopvang wezen kijken en het is prachtig om te zien wat ze daar met die kinderen doen. Met sponsors met name hier in Bolivia bekostigt Helen de twee Boliviaanse vrouwen die de groepen leiden. De ouders betalen dagelijks 1,50 bol voor opvang van het kind. Het project kost jaarlijk plm 1500 euro om dagelijks 40 kinderen op te vangen. sochtends 20 en smiddags 20. De kinderen krijgen er wat te eten, ze zingen, knutselen, puzzelen, leren tandenpoetsen en doen spelletjes met de kinderen. Dagelijks krijgt een ander kind individuele aandacht om te werken aan de speciale behoeften van dat kind. Er zit momenteel een Nederlands vrijwilligster, die stomtoevallig ook Stella heet en uit Groningen komt. Zij geeft kinderen ook individuele aandacht. Joris en ik vinden dit project iets om bij jullie onder de aandacht te brengen. Als je toch nog iets wilde geven aan een goed doel, maar door de bomen het bos niet meer ziet dan kunnen we dit van harte aanbevelen. Geef de kinderen van de marktkooplui in La Paz een kans! Het geld gaat direct naar de kids, naar de begeleiders en naar materiaal om de kinderen mee te vermaken en om ze te laten leren. Het is zo kleinschalig dat er niks aan de strijkstok kan blijven hangen. Joris heeft nog wat fotos gemaakt, die zal hij nog op de site zetten. De andere reisfotos staan er al op.
 
Donatienummer ING Bank 509 46 35
Stichting Connectie Bolivia, Nijmegen
´Donation Corazon Inquieto´
voor meer info verwijs ik naar de website www.connectiebolivia.nl of mail naar [email protected]
 
Ok, weer een heel lang verhaal. Vrijdag vertrekken we nog voor een rondje Yungas, Coroico, jungle, Sorata en weer terug naar La Paz en dan dus 16 juni naar de VS!

San Pedro de Atacama ? Potosi (bolivia)

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)

we zijn in Uyuni, Bolvia! In acht dagen via San Pedro naar Calama en toen dwars door de Atacama woestijn via Ollague en de Salar de Uyuni. Prachtig! maar ook wel zwaar af en toe vanwege de onverharde (zand)wegen…
In Calama hebben we nog een dagje rust gehad om de Chuquicamata-mijn te bezoeken. Erg indrukwekkend. Het is de grootste open kopermijn ter wereld. Het dorp dat er naast ligt, Chuquicamata is sinds januari vorig jaar onbewoond. Codelco, de miningcompany, heeft vanwege gezondheids- en veiligheidsredenen (veel stof en de mijn breidt zich steeds verder uit, zodat het dorp onder de afgegraven stukken dreigde te verdwijnen) alle bewoners naar Calama verplaatst. Chuqui is nu een soort spookstad, raar om te zien, de uithangborden van cafes en scholen hangen er nog allemaal, alsof elk moment de mensen uit hun huizen kunnen stappen. Het zijn in totaal trouwens drie mijnen die ze nu aan elkaar aan het werken zijn. Er wordt gewerkt met mega trucks, daar past een gewone vrachtwagen wel drie of vier keer in. Bizar groot. Ze rijden allemaal links om ongelukken te voorkomen. Zo kunnen de chauffeurs zich orienteren op de rand van de weg om zo op koers te blijven. Alle jeeps hebben vlaggetjes van een paar meter hoog op hun auto voor zichbaarheid. In het verleden zijn er monstertrucks over jeeps heengereden, omdat ze ze domweg niet zagen…
 
Vanuit Calama reden we in een half dagje naar Chiu Chiu, nog over asfalt, dus lekker makkelijk, maar wel omhoog (Calama ligt op 2200m en we gaan weer naar de altiplano, die ligt op plm 3600m en over een pas van bijna 4000m). Na Chiu Chiu is echt 35km puur woestijn fietsen, niet zo veel te zien, echt droger dan droog, een brede vallei. Het aardige is wel dat we heel lang uitzicht houden op de drie mijnen die we bezocht hebben. Daarna gaan we meer de bergen weer in, wordt het dal smaller en interessanter, dan zie je de kleuren van de bergen en vulkanen beter. We volgen het treinspoor van Calama naar Ollague. sNachts liggen we naast het spoor in de tent, en dan komt er een trein langs gedendert, als bij een aardbeving (alhoewel we die nog niet hebben meegemaakt, maar dat moet vast zo voelen) liggen we te trillen in de tent.
 
We kunnen elke dag wel ergens aan vers water komen, dus hoeven we niet extra veel mee te slepen. Bij de stations werken mensen en er wonen zelfs mensen in Ascotan bij de zoutvlakte van Ascotan. Bizarre plek om te wonen, al wat je ziet is zoutmeer en stof. Aan water wil een dame die daar woont ons nog wel helpen, maar de bananen zijn voor de eigen mensen, helaas. Dan verandert de weg in zand en ploegen we mul voort. De laatste plaats in Chili is Ollague. Daar is een restaurant en de beste baas maakt ons heerlijke worstjes met salade klaar. Hij heeft ook nog wel een kamertje met twee spartaanse bedden en een koude douche voor ons. Kost niet veel en later blijkt dat er nog twee luxere hostals in het dorp zitten… Eerder woonden er duizend mensen in Ollague toen de zwavelmijn nog in gebruik was, ze leverden aan Chuquicamata, maar nu Chuqui zijn koperwinning op een andere manier doet zonder zwavel is de mijn stil komen te liggen en is op zon zestig mensen na iedereen weggetrokken… Wel vinden we in een paar kleine winkeltjes nog wat melkpoeder en bij een dame aan huis kopen we brood en zo kunnen wij Bolivia wel in.
 
De grens over, na zeven maanden weer eens een nieuw land! We moeten entreegeld betalen, vaag, 25 Bolivianos pp (2 euro 50), met Chileense pesos betalen mag ook, de douanier wil ook nog wel Dollars met ons wisselen. Altijd weer even spannend hoe dat allemaal gaat, maar met een zootje Bolivianos op zak en een vriendelijke authentiek in boljurk en bolhoed geklede Bolviaanse dame die ons de goede weg wijst (in tegenstelling tot de grensbeamten die ons over de grote nieuwe weg wezen, wat vele kilometers en bergen extra zou betekenen), zoeven we over de pampa richting San Juan. Daar komen we verbazend genoeg aan het eind van de middag al aan. Het gaat sneller dan gedacht. En hier arriveren dan ook alle jeeptours vanuit San Pedro de Atacama en Uyuni. Het winkeltje waar de jeeps stoppen is dan ook uitgerust met Pringles en Snickers. De hostals zijn niet zo bijzonder, maar het kost dan ook niks, een paar euro met warme douche! (itt Argentinie en Chili is hier alles ineens een stuk goedkoper). Van San Juan naar Chivuca via de llamas en vicuñas, mooi beesten, praatje met een oude dame die de llamas hoedt en tegelijk een llamatrui aan het breien is, vriendelijke militair bij de post (waar hij een jaar dienst moet doen zonder vrije dagen) wijst ons de goede weg en dan zijn we bij de zoutvlakte van Uyuni, de Salar!! In Chivuca willen we nog wat eten kopen, maar als de dame van de winkel terug is van haar land blijkt ze de sleutel van haar winkel kwijt… die ligt nog ergens op het veld waar ze vanmorgen de llamas heeft uitgelaten, ze gaat morgenochtend zoeken…
 
Op naar het cactuseiland Incahuasi, een eiland met allemaal cactussen midden op de Salar, bizar gezicht, heel onwerkelijk, met een restaurantje en tafeltjes van zout waar alle jeeptourtjes stoppen… We fietsen nog geen tien minuten over het zout of Joors versnellingskabel houdt het voor gezien, tja, vervangen, gaat ff niet zo soepeltjes, maffe plek om pech te hebben, maar na nog geen uur vervolgen we onze weg over het zout. Fietsen over zout, als fietsen op ijs of harde sneeuw, maar helemaal niet glad, het knispert gezellig onder onze banden, die helemaal wit uitslaan. Het voelt alsof je elk moment kan uitglijden, raar! Dan zijn we zat van het fietsen en fietsen we van het jeepspoor af een paar honderd meter naar het zuiden, mooie plek voor ons kampement. Joor had op internet gelezen dat je een steen mee moet nemen om de haringen in het zout te krijgen en dat bleek een goeie tip! Binnen no time heeft Joor onze tent staan op deze immense witte vlakte, onder een strak blauwe lucht met stralende zon. Ff douchen? Lekker in de blote kont op deze bizarre plek, alles wit om ons heen, de eerste bergen kilometers verwijderd. En wij met ons tentje, zo nietig, bijzonder. Prachtige zonsondergang, alle kleuren van de regenboog aan de hemel en dan sterren en het duister dat aan komt rollen en geen hond, geen mens, geen jeep meer, alleen wij… fantastisch!
 
En dan laatste daggie naar Uyuni, toeristenoord, even weer bijeten, na alle spaghetti met rode saus nu lekker pizza en hamburgers en veel verse fruitsappen. 
 
 Tot Potosi, want daar zitten we nu. Dat is de hoogste stad ter wereld, is boven de 4000m. Uyuni lag al wel op 3600m dus op zich zou je denken dat we niet veel hoger hoefden, maarrr dat viel tegen…. We verlieten namelijk de altiplano, de hoogvlakte, waar alles ongeveer even hoog is, richting de bergen, dus op en neer… De weg is nog onverhard op de laatste vier kilometer na. Ze zijn anderhalf jaar geleden oid begonnen met asfalteren, het is een stuk van ongeveer 210 kilometer dus daar zijn ze ook nog wel even zoet mee. Het gaat dwars door de bergen, en het was een klein spoortje en moet nu een ruime tweebaansweg worden. Je kunt je voorstellen wat  een chaos dat wordt. Trucks af en aan, een grote stoffige bende. De wegen hier zijn bij tijd en wijle zo steil, ze gebruiken bij aanleg duidelijk een andere hellingmeter dan in Argentinie en Chili… Ik denk dat we in totaal wel vijf of zes keer geklomen zijn tot 4000-4200m om vervolgens weer af te dalen naar 3400m-3800m wanneer het weer klimmen geblazen was. Dat was behoorlijk pittig, gelukkig kwamen we af en toe door dorpjes, waar we een fles Fanta konden halen om weer op adem te komen.
Bolivia is een van de armste landen in Zuid Amerika en dat verschil is duidelijk te merken met Chili en Argentinie. Hier zijn bijvoorbeeld geen supermarkten, hier lopen de meeste dames in traditionele kleren en de kwaliteit van de hostals en hotels is van een ander niveau dan we gewend waren (de lakens en handdoeken worden omgedraaid gedroogd en weer neergelegd, of niet eens…). Tussen Uyuni en Potosi hebben we drie keer wild gekampeerd, das prettiger dan in een bed van een ander te liggen. Even wennen dus Bolivia, maar alles is hier wel veel goedkoper, dus dat is weer prettig. Qua hygiene is het meer opletten geblazen, van water uit de kraan zeggen ze dat je het niet moet drinken. Tot nu toe zijn we gelukkig nog niet aan de buikloop, maar het is niet vreemd als dat wel gebeurt, het schijnt 90% van de fietsers te overkomen…
De Bolivianen zijn rustiger dan de Argentijnen en Chilenen. Ze lijken schuchterder, verlegen. Minder makkelijk in het eerste contact, maar als blijkt dat we ze in het Spaans goed te woord kunnen staan dan blijkt het ijs toch meestal wel snel gebroken. Wel lastig is het als ze alleen maar Quechua spreken, maar gelukkig spreken de meeste jonge mensen wel Spaans. Hier is het trouwens ook een meer gebruikelijke vraag hoe lang we al onderweg zijn, blijkbaar zijn ze wel gewend dat toeristen al maanden op reis zijn voordat ze in Bolivia komen.
Veel vrouwen hier hebben prachtige rokken aan en bolhoedjes of strohoedjes op. Helaas waren ze onderweg nog niet zo gewillig om op de foto te gaan. Ons vragen werd meestal afgewezen, een dame vroeg om geld voordat ze op de foto wilde, daar beginnen we niet aan. Ach, we hebben nog tijd zat, dus er komen vast nog genoeg geschikte momenten.
 
Potosi heeft zich trouwens ontwikkeld tot zon grote stad vanwege de berg waar ie tegenaan ligt, Cerro Rico. Deze berg zit vol met goud! Daar wordt al sinds jaar en dag door mijnwerkers onder erbarmelijke omstandigheden gewerkt, steeds dieper in de mijn, om nog wat zinvols er uit te halen. Touristen kunnen met een toertje de mijn in, kijken hoe de mijnwerkers aan het werk zijn, zien onder wat voor omstandigheden ze daar werken en samen met je gids wat dynamiet opblazen. Je gaat vooraf op de markt cocabladeren en dynamiet voor ze kopen, als geschenk, zodat ze nog even door kunnen daar in die grotten, met slechte ventilatie, op het vierde niveau in de mijn kan de temperatuur oplopen tot 40 graden Celsius. Gisteren waren twee Fransen van ons hostal op zon toer, deze werd voortijdig afgebroken, omdat er een mijnwerker tijdens het werk was overleden, die moest er uit worden gehaald…
Joris en ik hebben besloten dat we deze toer dus niet willen doen. 15% van de kosten van de toer gaat naar de cooperatie waar je naar binnen gaat, dat is niks. Je bezoekt dan dat stukje van de mijn. Zo zijn er vele cooperaties die allemaal in een stukje van de mijn aan het hakken zijn, in veel gevallen ook naar elkaar toe. Het is een grote gatenkaas met alle risicos van dien… Ik denk niet dat het nuttig is dat wij dit sponseren. Cocabladeren worden hier van oudsher trouwens genuttigd door de mijnwerkers, om het werk vol te kunnen houden, ze schijnen de bladeren eerst voor te bewerken tot een grote bal die ze dan links of rechts in hun mond houden en die onder invloed van speeksel een verdovend gevoel afgeeft, zo vergeet je de honger en dat je vermoeid raakt. Het kauwen schijnt ook goed te werken tegen hoogteziekteverschijnselen. Het is een onderdeel van de cultuur, heel veel mensen op het land en in de dorpen kauwen cocabladeren. Dat maakt het ook zo lastig om de verbouw van de coca te stoppen. Het is traditie, alhoewel er ook veel misbruik van wordt gemaakt en een groot deel van de verbouw verwerkt wordt tot cocaine…
Evo Morales was zelf ook een cocaboer (voordat ie president werd), dus hij strijd voor de rechten van de cocaboeren en tegen de Amerikaanse uitbanning van de cocaverbouw. Onlangs zou er een aanslag tegen Evo zijn beraamd door een Hongaar en vier handlangers o.a. een Ier. Deze Ier is vorige week doodgeschoten in Santa Cruz. We zien nu propaganda op de televisie dat Bolivia goed bezig is in de strijd tegen terrorisme en dat ze er goed aan hebben gedaan om deze vijf terroristen op te pakken cq te vermoorden. Ben benieuwd hoe de rechtzaak gaat verlopen en hoe nou precies zit.
 
Van Potosi gaan we door naar Sucre, over asfalt als het goed is! En dan maar eens bekijken hoe we in La Paz gaan geraken. Dit bergen klimmen is behoorlijk zwaar, misschien toch maar weer snel naar de altiplano?

Salta ? San Pedro de Atacama

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)
Twee weken geleden hebben we afscheid genomen van pap, mam en Hil en zijn zij weer op het vliegtuig gestapt terug naar Nederland. Voor ons even weer wennen dat we weer met zn tweetjes zijn en weer op fietse verder zullen gaan, na drie weken ledigheid en gezelligheid, maar na de eerste dag was het gelukkig alweer helemaal vertrouwd en dik prima. Met voorraden voor een dag of tien in de tassen gaan we op weg via de Paso de Sico naar San Pedro de Atacama, Chili. Dus weer de Andes over! Voor de achtste en laatste keer heen en weer tussen Chili en Argentinie. Nu zijn we dan toch echt bij het uiterste noorden aangekomen en zullen we niet meer terugkomen in Argentinie. We hebben het meeste dan ook wel gezien, en hebben een goede indruk gekregen van het land. Het zuiden van Argentinie is moderner dan het noorden, weinig cultuur in het zuiden, veel kolonisten (Europeanen) en Argentijnen met Europese voorouders. Het noorden is authentieker, meer indigenous peoples, afstammelingen van de indianen, heel andere koppen. Veel vriendelijker ook. Qua mooie steden springen Buenos Aires en Salta ver boven de rest uit. Thuis zijn we niet van die vleeseters, maar hier, met name de afgelopen weken met de familie, hebben we ons de steaks goed laten smaken. Lekker vlees, met name van de barbeque (parilla en asado) en goedkoop. Argentinie is geen derde wereld land meer, maar ook nog geen eerste wereld land. Veel rijken in Buenos Aires en ook in het merengebied (de kolonisten), maar ook veel armoede op het platteland. En veeeeel kinderen. Doordat de meeste Argentijnen zeer Katholiek gelovig zijn en daarom geen voorbehoedsmiddelen gebruiken, zijn gezinnen met zes tot tien kinderen geen uitzondering. Veel bedelende kinderen in de grote steden, triest om te zien. Ook politiek gezien zijn veel mensen niet tevreden, een vrouw aan de macht, dat is toch eigenlijk niet wenselijk en wordt ook niet overal serieus genomen. Ook zou er nog veel corruptie zijn. Ben benieuwd hoe het zich verder ontwikkelt. De financiele crisis begon de laatste weken hier toch ook door te werken. De peso was al weer (is al een aantal keren gebeurd de afgelopen jaren) behoorlijk in waarde gedaald. Moeilijk voor de mensen hier, omdat veel producten in verhouding met de prijzen Nederland niet veel anders zijn, maar de inkomens wel! Prachtige natuur en ontzettend uitgestrekt. De Andes, schitterend, met name de hoge Andes, ruig, zo kom je het in Europa niet tegen. We zijn passen over gefietst bijna hoger dan de Mont Blanc. Ben benieuwd hoe het zal zijn nu we de redelijk welvarende landen van Chili en Argentinie achter ons laten en Bolivia in zullen gaan.
 
Twee weken gelden maandag zijn we dus vanuit Salta de bergen weer in gefietst. We moeten vijf passen van boven de 4000m over om aan de andere kant in San Pedro de Atacama te komen, dat wordt dus hard werken. Na 30km langzaam steigen belanden we in Campo Quijano, lunchtijd. Het eelt op de billetjes was toch behoorlijk afgesleten de afgelopen drie weken en we besloten om te relaxen op de gemeentelijke camping. Helaas daar veel zwerfhonden, waarvan er eentje ons direct als zijn baasjes bestempelde. De hele nacht wordt trouw gewaakt naast onze tent, wat af en toe met luidruchtige hondengevechten gepaard gaat…
De volgende dag door onverhard (ripio) en klimmen, rond lunchtijd arriveren we in Chorillos, een piepklein dorp (vier huizen), en een restaurant! Een oud, krom vrouwtje, die naar onze mening al lang met pensioen had moeten zijn (ware het niet dat dat soort voorzieningen hier niet zo goed geregeld zijn als in Nederland) heeft nog wel een lapje vlees voor ons op de plank liggen. Samen met haar evenoude man maakt ze een lekker maaltje voor ons klaar. Twee truckchauffeurs stoppen hier ook om te eten. Zij komen vanaf de berg, hoog in de buurt van Antofagasta de la Sierra. Daar zitten mijnen, rond de 5000m. Die moeten voorzien worden van een speciaal soort benzine die uit Buenos Aires moet komen. Deze truckers rijden wekelijks heen en weer. Kauwend op cocabladeren en zuigend op aspirines om de hoogteziekteverschijnselen de baas te blijven. Pfff. Dit soort trucks rijden altijd in colones van minstens twee, maar ook drie en vier trucks. Zonder sateliet- en telefoonverbindingen is het een hachelijke onderneming om zo hoog de bergen in te gaan. Voor de veiligheid reizen ze altijd met meer.
 
Na Chorillos is de weg weer verhard en we kunnen nog heel wat kilometers maken. We slapen in de tent naast een boerderij bij Puerta Tastil. Een boer is op het land bezig en we vragen of we de tent op zijn land mogen opzetten, achter het huis, beschut tegen de wind. Geen probleem. Na een uur arriveert er een oudere baas, die kijkt verbaasd dat wij daar staan. Op onze opmerking dat zijn zoon had gezegd dat we hier wel mochten staan, zegt hij dat hij helemaal geen zoon heeft… Dat was de buurman die wij gesproken hadden, lekker!! Maar maakt niet uit, morgenochtend zijn we er weer vandoor. Het is wel ok, hij zal nog wel even met zn buurman praten.
 
Na een kilometer of 60 arriveren we in Las Cuevas, de directrice van de school vindt het prima dat we de tent naast de school opzetten. De school is al lang uit en daardoor is het lekker rustig. Ze hebben hier alleen maar sochtends school tot 13u en daarna krijgen de kinderen nog een maaltijd en gaan ze naar huis. Er is nog wat rijstepap met melk over van het eten, Joor en ik krijgen allebei een bordje. Als blijkt dat de enige winkel in het dorp niet open gaat, omdat de man die het runt niet in het dorp is en zijn familie het dan blijkbaar niet overneemt, voorziet het schoolhoofd ons ook nog van brood met kaas en mogen we de soep in haar keuken opwarmen. Wat een hartelijkheid. Ze werkt daar al vijftien jaar, nog drie jaar dan gaat ze met pensioen, op 57-jarige leeftijd. Ze is ooit begonnen als juf op deze school, maar toen ging de directeur met pensioen. Bij gebrek aan een nieuwe directeur heeft zij die rol toen op zich genomen. Dit interimschap moet je vijf jaar doen voordat je officieel zelf directeur kan worden, als er voor die tijd een nieuwe directeur zich meldt, ook dus na vier jaar, wordt je gewoon terug gezet in je rol als muestra, juf. Tja. Gelukkig was dat voor haar niet het geval en het bevalt haar goed. Voor het kleine dorp dat het is, telt het wel 75 kinderen (opmerking van een gendarmeria dat er geen electriciteit is, dus wat te doen als het donker is…) en maar twee juffen (waar de directrice een van is) en een meester. Hard werken. De kinderen komen ook uit de omliggende contreien (bergen). Naast de school is een jardin, kinderopvang, waar de kids die niet in het dorp wonen worden opgevangen totdat ze met de bus aan het eind van de middag naar huis gebracht worden. Deze kids hebben ons gesignaleerd en staan nieuwsgierig om de tent heen. Mooie snoetjes. Gereserveerde kinders. Oppassen met de scheerlijnen, als we ze uitleggen dat we nu even willen rusten gaan ze weer weg. Prettig, goed opgevoed.
Snachts Stel aan de diarree, drie keer de tent uit, prachtig heldere lucht, veel sterren, met de kou valt het mee, terwijl we al op 3600m zitten!
 
En dan de eerste pas over, plm 4100, een oude baas haalt ons in op zijn fiets zonder versnellingen… Wij toch beetje kortademig van de hoogte? Veel minder last van de hoogte dan toen we over de Agua Negra gingen, blijkbaar heeft ons lichaam zich al wat aangepast. Naar beneden Vicuña´s, familie van de lama en lijkt op een klein soort guanaco´s. Mooi! Erg schuw, de lama´s die verder op staan lijken daar minder last van te hebben.
En dan begint helaas de ripio, stof, gravel, wasbord, zand… En dit zal zo blijven tot we in Sociare, Chili zijn, over een kilometer of 250 ofzo… Dit gaat dus langzaam, en het is warm, en op een of andere manier is de weg aan het eind van de middag altijd net iets te lang… Uitgeput komen we in San Antonio de Los Cobres aan. Dagje rust, kleren in de wasmaschien, kamertje met kabelteevee, lekker.
 
We volgen de hele tijd het treinspoor van de tren de las nubes, trein naar de wolken. Prachtig staaltje werk! Dit spoor gaat na San Antonio richting de Socompa-pas, deze ligt ten zuiden van de Sico. Na San Antonio fietsen wij op naar de volgende pas, plm 4500m. S.A. de los Cobres ligt op 3800m dus we zijn al aardig op weg. Mooie pasweg, we volgens het spoor nog een tijdje, broodje gekookte ei met mayo helpt ons om 15u over de pas. Stoer, weer boven op eigen kracht, mooi, kaal, ruig, stil. Zullen we trouwen zegt Joor (toch door de hoogte bevangen?), ja hoor, doen we wel een keer, nu eerst weer verder fietsen ;) . We lachen er samen hartelijk om, romantici die we zijn.
De afdalingen zijn steeds niet zo lang helaas, omdat we toch vrij hoog blijven. We zitten op een altiplano, hoogvlakte. Ook nu is de weg aan het eind van de middag weer net te lang. Even voor zessen komen we bezweet en gaar aan in Olacapato, maar wat schetst onze verbazing: er zit een hostal, met een prettige kamer en warme douche! En de dueña wil ook nog wel wat te eten voor ons maken, heaven!
 
Van Olacapato fietsen we over de altiplano door naar de Argentijnse grens. De hele dag komen we geen verkeer tegen. Zo leeg en uitgestrekt, prachtige zoutvlaktes. Dan vlak voor de grens een jeep, een Nederlands gezin! Wonen en werken in Buenos Aires. De bananen die ze ons geven gaan er goed in. Door naar de grens. Daar is het de normaalste zaak van de wereld dat er fietsers overnachten. We krijgen ons eigen huis met keuken en badkamer, goed geregeld. De gendarmeria vertelt ons dat hij al drie jaar op deze post zit. Nog twee te gaan. Saai! Komt weinig verkeer langs, het werk wordt afgewisseld met weken werken in San Antonio en op de grenspost bij de Socompa pas, nog veel saaier, daar komt echt geen hond overheen… Elke vijf jaar krijgen ze een andere post toegewezen, kan overal zijn… Hij heeft al in Iguazu gezeten, in Mendoza, Cordoba, Catamarca, Bariloche… einden uit elkaar, zn huis staat in Catamarca, maar dat heeft ie onderverhuurd aan een collega. Als ie bij familie in Catamarca op bezoek gaat slaapt ie in een hotel… Je wordt er wel flexibel van, hele gezinnen verplaatsen zich zo door het land. Moet je je voorstellen dat dat bij de Nederlandse politie zo zou gaan.
 
De grensbeamte heeft helaas geen flauw idee hoe het er aan de andere kant van de grens uit ziet. Volgens hem moeten we elf kilometer omhoog naar de Sicopas en vandaar zou alles naar beneden gaan… Niets is minder waar, de Sico is puur een landsgrens, de weg steigt gewoon door. Stel heeft een hele slechte dag en Joor verzet dubbel werk door Stel en dr fiets steeds naar boven te slepen. De pas blijkt pas op bijna 4500m te liggen. Dan een prachtige korte afdaling, elke keer weer bijzonder hoe het landschap en de kleuren toch zo anders zijn aan de andere kant van zo´n pas. Dan weer bergop en we zijn bij de Chileense grenspost. Deze ligt op 4300m. We mogen wederom wel binnen slapen, maar er is geen stromend water. De babydoekjes doen goed hun werk en de voetverfrissers van Marjolein geven ons het gevoel alsof we net onder een koude douche vandaan komen, prima zo. Inslapen is vervolgens geen probleem, maar als we dan weer wakker worden midden in de nacht kunnen we allebei de slaap niet meer vatten, happend naar lucht van de ene zij op de andere, zo ijl, en het raam wil niet verder open… Lekker nachtje dus. Dan gelijk weer een bergje over van 4300m weer naar 4500m en dan behoorlijk afdalen. Joor voelt zich niet zo heel lekker, maar trapt dapper door. Laguna Miscanti was het doel voor vandaag, want daar zouden cabañas zijn mét warme douche, maar onduidelijk is of dat 60, 70 of meer kilometer zal zijn. En over ripio is 60km voor ons echt een hele opgave. Vanaf kilometer 54 gaat de weg weer bergop, en zó slecht en Joor voelt zich ook slecht dat we besluiten om de tent op te zetten op 4100m, lager dan vanacht en na twee paracetamollen slaapt Joor ook rustig in en in de tent is de lucht een stuk minder ijl en we slapen een rustige nacht.
Laguna Miscanti was nog eens 15km verderweg, dus dat hadden we nooit gered voor donker, het wordt hier al om half 7 savonds donker, half 7 sochtends licht, we zijn na Argentinie weer een uur terug in de tijd gegaan met Chili, nu 5 uur verschil met Nederland.
 
Prachtig meer, illegaal ingegaan, broedgebied van een met uitsterven bedreigde meerkoet, broedtijd van juli tot december (dus nu niet!). De wit-van-de-zonnebrand-gesmeerde homofiele guardaparques vindt het niet zo heel erg gelukkig, we betalen alsnog entree en rollen na de laatste pukkel van 4200m naar Socaire. Mooi op tijd voor de lunch, konijn! Raar, maar we hebben honger. In het hostal staan vijf hokken, allemaal met van die pluizige beesies, lokale specialiteit, maar niet te veel bij nadenken, Flops…
 
Dan laatste etappe naar San Pedro de Atacama en zo zijn we na elf dagen vanaf Salta weer in de bewoonde wereld!!
 
Morgen door naar Calama en dan noordwaarts naar Ollague, waar we de grens met Bolivia over zullen gaan! Zal wel een lange radiostilte worden, pas weer internet in Uyuni denk ik. Op naar de Salar!


San Jose de Jachal ? Salta

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)

Hola!

Na een week in Jachal te hebben gezeten
waarin we intensief contact hadden met Joors ouders vanwege de
operatie van zijn vader konden we met een gerust hart de fietsreis
vervolgen. Door de komst van Stel d’r ouders naar Buenos Aires
moesten we er vervolgens de vaart inzetten om op tijd in Salta aan te
komen om vandaar met de bus naar BA te gaan.

Vanaf Jachal fietsten we over de
befaamde Ruta 40 (Che Guevarra, the motorcycle diaries) naar het
noorden. Ook al is het een befaamde route vanwege Che, erg boeiend is
ie niet: droog, heet, kaal, dus maken we de meeste dagen dagafstanden
van boven de 100km. Verstand op nul en doortrappen, dit gaat Joor
vaak makkelijker af dan Stel. We ontmoeten Willemijne en Sander die
al elf maanden vanuit Las Vegas naar Santiago onderweg zijn,
www.wens.reismee.nl , leuke
lui. Staan we zo een uur te praten in de brandende zon, dat was te
zien aan het eind van de dag…

We wisselen het kamperen af met hostals
en hotelletjes. Bij een benzinestation kamperen is hier meestal geen
probleem en met een gratis douche, wc en vaak wel een klein
restaurantje in de buurt zijn dit voor ons prettige plekken om te
overnachten. We hebben ‘sochtends nog nauwelijks het ontbijt achter
de kiezen of er verschijnen twee mannen, een wat oudere met een
jongen van een jaar of twintig, netjes gekleed in pak met strop naast
onze tent. De oudere man voert het woord en knoopt vriendelijk een
gesprekje met ons aan. Het wordt ons al snel duidelijk, we hebben
hier te maken met twee Jehova’s getuigen, en beide hebben ze een
exemplaar van de Bijbel onder de arm om dit te bevestigen. De koetjes
en kalfjes veranderen al gauw in de missie waar ze voor gekomen zijn,
ze proberen ons er van te overtuigen dat de Bijbel het belangrijkste
en meest interessante boek is dat er bestaat en dat we daar misschien
nu nog geen behoefte aan denken te hebben, dat had hij zelf ook niet
toen hij jong was vertelt hij, maar er zal een moment komen in ons
leven dat het houvast zal geven. Om dit te bevestigen slaat de oudere
man de Bijbel open en begint ons voor te lezen in een deel waar deze
kennis blijkbaar is terug te vinden. De jongere man volgt het
voorbeeld van de oudere en slaat de Bijbel op dezelfde plek open. Hij
komt vervolgens naast Stel staan en wijst in de Bijbel aan wat de
oudere man aan het voordragen is. Joor, atheïst als ie is, begint
z’n geduld al behoorlijk te verliezen en Stel maakt tactisch een eind
aan het gesprek voordat het straks een ellenlange discussie wordt. De
oude man wil ons ter afscheid nog graag een soort ‘Bijbel voor
dummies’ aanbieden waar in gemakkelijkere woorden uitleg zou worden
gegeven over de verhalen in de Bijbel. We slaan het vriendelijk af,
die kunnen ze beter bewaren voor Argentijnen die daar werkelijk wat
mee doen. Tot slot krijgen we dan nog een folder van de Wachttoren,
en om niet helemaal bot te zijn gaat die in de stuurtas. De mannen
stappen weer in hun oude bestelwagentje en zetten koers richting het
dorp om daar verder het Woord te verkondigen. Wonderlijke ontmoeting
zo naast de tent op de vroege op de morgen, hun doorzettingsvermogen
valt te prijzen, de hele provincie door te crossen, door hitte en
hobbelige wegen. Hopelijk hebben ze elders meer succes dan bij ons.

In de buurt van Cafayate belanden we in
de wijnstreek. Er zijn hier veel bodega’s waar je een rondleiding
kunt krijgen over de wijngaard. Dit slaan we voor nu over en bewaren
het voor als we met Stels ouders gaan rondrijden. Vanuit Cafayate
gaan we rechtsom door naar Salta via de Quebrada de las Conchas. Deze
kloof heeft rotsformaties met prachtige kleuren en vormen met tot de
verbeelding sprekende namen: de keel van de Duivel, de monnik, de
kastelen, de obelisk, het amfitheater. Prachtig! En dan aan het eind
van de kloof komen we in een heerlijk groen landschap, wat een
verademing na al dat droog. Hier regent het duidelijk meer dan aan de
andere kant van de bergen.

In Salta stallen we de fietsen en het
meeste van onze bagage en vertrekken we met de nachtbus naar Buenos
Aires waar we dinsdags de 10e na 17 uur bussen aankomen. Even wennen
zo’n grote stad, met name ook omdat de Footprint bol staat van de
waarschuwingen, maar we vinden al snel een geschikt hostel, waar we
ook met de ouders prima kunnen vertoeven en bemerken dat het met het
“gevaar” allemaal wel wat mee valt. Samen verkennen we woensdags
en donderdags de stad en doen vast wat voorwerk voor de komst van de
familie.

Vrijdagochtend arriveren pa en ma
Buurma en Hilbrand stipt op tijd op het vliegveld. Het is bijna een
half jaar geleden dat we elkaar weer zien na het afscheid op Schiphol
dus het is even heerlijk knuffelen en bijkletsen. Met Nederlandse
drop en een verrassingspakketje van de studievriendinnen van Stel
settelen we ons op onze hotelkamer als de familie even een slaapje
gaat doen na de vermoeiende lange vlucht.

Die middag en de rest van het weekend
brengen we met z’n vijven door op zwerftocht door de diverse wijken
van Buenos Aires: Centro, San Telmo, Palermo, Recoleta (hier is
Maxima opgegroeid, hele sjieke buurt!), Puerto Madero en La Boca. Het
is een prachtige stad met veel mooie oude gebouwen met bijzondere
gevels, gietijzeren balkonnetjes, kleine galerieën, moderne gebouwen
en oude architectuur, prachtige parken, de gerestaureerde haven,
gezellige marktjes en natuurlijk de tangobars. Met een Citytour in de
bus komen we langs de belangrijkste bezienswaardigheden en daarna
verplaatsen we ons vliegensvlug van de ene plek naar de andere met de
metro of een taxi. We bezoeken de stadsbegraafplaats met zijn
prachtige familiegraven, dit zijn ware monumentjes veelal prachtig
versierd met glas in lood en beelden van engelen. Natuurlijk lopen
we net als alle ander toeristen ook langs het graf van Evita Perron
(don’t cry for me Argentina…). Om het bezoek aan Buenos Aires
compleet te maken gaan we op zondagavond met pa en Hil naar een
voetbalwedstrijd van de Boca Juniors, de landskampioen van vorig
jaar. Omdat La Boca een wijk is waar regelmatig toeristen worden
beroofd doen we dit in een tourtje met een bus vol andere toeristen.
We worden eerst in dé toeristenstraat van La Boca afgezet, Caminito,
prachtig gekleurd straatje waar de tango op straat wordt gedanst door
prachtig geklede paartjes. Daar eten we een ranzig broodje worst met
bier en Hil danst de tango met een Argentijnse schone. Daarna gaan we
te voet onder begeleiding van twee jongens (de begeleiders) naar het
stadion. Als we op de tribune aankomen blijkt deze al praktisch
helemaal vol te staan. Een van de jongens helpt ons er tussen
moffelen aan de zijkant, zodat we tegen het hek aan kunnen leunen. De
wedstrijd lijkt al zijn te begonnen, maar het blijkt de wedstrijd te
zijn van een tweede of derde elftal wat nog niet is afgelopen. Binnen
een half uur stroomt het stadion helemaal vol en onze tribune voller
dan vol, we staan schouder aan schouder. Het scheelt dat we groot
zijn, anders was ademhalen geen gemakkelijke opgave. Het gaat er
allemaal wat anders aan toe dan een Nederlandse wedstrijd, chaotisch
dit. De spelers komen rommelig op, de tegenpartij staat al vijf
minuten klaar als Boca opkomt. De harde kern staat in het vak precies
tegenover ons en van begin tot eind van de wedstrijd slaan ze op
trommels, springen ze op de tribune en zingen ze
aanmoedigingsliederen. Ons vak volgt en zingt bij tijd en wijle mee.
Het fluitsignaal van de rust heeft nog niet geklonken of iedereen
gaat zitten, als een stoelendans, degenen die niet op tijd zijn
hebben geen plek om te zitten: wij dus! Het wordt uiteindelijk
drie-nul voor Boca, dus reden tot feest. De supporters zijn
uitgelaten. De sfeer is goed. We moeten nog ruim twintig minuten
wachten voordat we van onze tribune het stadion uit mogen, maar
iedereen blijft gelukkig rustig. Leuk om een keer meegemaakt te
hebben, maar het haalt het niet bij een wedstrijd van de FC ;)

Maandags vertrekken we met de bus naar
Puerto Iguazu om daar de watervallen te bezichtigen. Tropische warmte
als we aankomen. Prachtige watervallen, supermooi, je kunt van
diverse afstanden en hoeken kijken, overal worden we vergezeld door
vlinders in de mooiste kleuren. Helaas zien we geen toekans, maar wel
neusbeertjes en een soort grote cavia.

Vanuit Puerto Iguazu gaan we door naar
Salta en zijn Joor en ik dus weer terug waar we begonnen waren. Nu
hebben we een auto gehuurd met z’n vijven en rijden we een weekje
rond door de provincie. Zondag de 29ste stapt de familie weer op het
vliegtuig terug naar BA en zullen wij maandag of dinsdag weer op
fietse stappen, richting Paso de Sico naar San Pedro de Atacama in
Chili.

Zo, zijn jullie even weer op de hoogte.
Wij genieten de komende dagen nog even van het familiebezoek en de
vakantie in de reis, volgende week weer verder op fietse!


Mendoza ? San Jose de Jachal

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)

We hadden jullie achtergelaten vlak voor de vlucht van Ushuaia naar Mendoza. Inmiddels zitten we in San Jose de Jachal zo´n 300km boven Mendoza waar we via Chili zijn heengereden, de teller staat inmiddels op 6037km.
 
In Ushuaia was de zomer een graad of 15 – 20, maar door met het vliegtuig 3500 km naar het noorden te gaan via Buenos Aires is de zomer ineens in volle gang met temperaturen boven de 35 graden, pff ff wennen.
Met een paar uur vertraging landen we net voor zonsondergang in Mendoza. Ook het vroege donkerworden is even wennen. In Ushuaia hadden we heerlijk lange dagen, zon op om 4.30u en onder om 22.30u. Nu is het om 21u donker en pas om 7.00u wordt het licht.
De bagage en fietsen arriveren zonder problemen. De waarschuwing van bezorgde Argentijnen dat we niet moeten gaan fietsen naar de stad nu het bijna donker is, omdat we beroofd en vermoord zullen worden, met de beweging van een vinger heen en weer over de keel, zijn een mindere binnenkomer. Dit soort waarschuwingen hadden we slechts één keer eerder, toen we Valparaiso uitreden. Door dat soort waarschuwingen krijg je toch een unheimisch gevoel en ga je overal beren zien. We waren zowiezo al niet van plan om naar de stad te fietsen, omdat het inelkaar zetten van de fietsen zo weer een uur in beslag neemt en het dan echt te laat wordt, we gaan op zoek naar een grote taxi. Stel regelt via een vriendelijke dame achter een informatiebureautje een taxiflet (een grote auto/busje, meestal ingezet voor verhuizingen, dat alle bagage en fietsen kan vervoeren). Maar na ruim een half uur wachten is er nog steeds geen taxi… Terug naar die vriendelijke dame. Na vier andere taxibedrijven te hebben geprobeerd is er eindelijk iemand die ons wel wil ophalen voor een lucratief bedragje. Het kan ons even niet schelen, op de luchthaven slapen is ook niet echt een optie, die gaat dicht na de laatste vlucht… Een oude baas in een grote jeep met laadbak arriveert en alles gaat in de bak. Op weg naar het gereserveerde hotel vertelt hij ons dat er in de afgelopen 15 dagen 15 mensen zijn vermoord in Mendoza, waaronder twee toeristen. Nog zo´n lekkere binnenkomer… Onderweg naar het hotel ziet alles er schimmig en gevaarlijk uit, lijmsnuivende kinderen, prostituees langs de weg. Het is even slikken na het slaperige Ushuaia. Gelukkig blijkt het hotel prima. Snel alle spulletjes op de kamer gestald, om de hoek een happie eten en eerst maar eens een goede nachtrust. Bij daglicht ziet alles er altijd veel beter uit en zo blijkt dat ook te zijn de volgende dag. Ook Mendoza is gewoon een typische Argentijnse plaats, met weinig bijzondere gebouwen, met een Plaza de Armas (plein in het midden van de stad) waar jong en oud zich verzamelt om in de schaduw van de bomen op de bankjes te vertoeven en te genieten van het geklater van de fonteinen. We houden een paar dagen rust, Joor zet de fietsen weer in elkaar, die hebben de vlucht weer goed overleefd, en we doen inkopen waar we de bergen mee in kunnen.
 
De reis vervolgt zich richting Chili, over de Andes. Nu het zomer is hier laten de temperaturen het nu toe om de hoge passen van boven de 3000 en 4000m over te gaan. Mendoza ligt geografisch gezien op ongeveer dezelfde hoogte als Santiago, maar dan aan de andere kant van de Andes, dus we zitten praktisch weer waar we zijn begonnen en zullen nu het noorden van de beide landen gaan verkennen. 
Om Mendoza uit te komen moeten we via dezelfde wijk als die we door moesten vanaf het vliegveld. Ook nu volgt weer een waarschuwing van twee mannen in een bestelbusje dat we niet via die weg de stad uit moeten gaan. Helaas zijn er geen andere wegen die naar Villavicencio leiden, dus zetten we kracht op de pedalen en schuwen we bewust ieder oogcontact als we rap de stad uitfietsen. Veilig buiten Mendoza aangekomen in de pampa halen we opgelucht adem. Niks gebeurd, nu kunnen we weer relaxed fietsen, op naar Villavicencio. Villavicencio is bekend om zijn natuurlijke waterbron. Puur water komt hier zo uit de grond omhoog, dus extra water meeslepen is vandaag niet nodig. We mogen kamperen bij het huis van de parkwachter (guardaparques), een relaxte jongen die om een praatje verlegen zit. Hij nodigt ons uit om onze pasta bij hem op het balkon op te eten en verzorgt ons brood en (natuurlijk) gebotteld bronwater (het plastic is de business). Om het huis rennen cuys, een soort kleine cavia. Er staan ook twee guanaco´s, die zijn in de bergen gevonden zonder moeder toen ze klein waren. De guardaparques hebben ze grootgebracht en nu kunnen ze niet meer overleven in het wild. Het zijn nu gezellige attracties voor de toeristen, ´even een guanaco over zn koppie aaien´. Alhoewel je daar wel mee moet uitkijken, omdat het beest ineens stress kan krijgen van een overdaad aan graaiende handen en plots begint te spugen (wie kent Chico lama van de Fabeltjeskrant niet?), zo zagen wij de volgende ochtend.
 
Via Villavicencio gaan we richting de grootste pas tussen Chili en Argentinie, los Libertadores. De weg uit Villavicencio is een ware toeristenattractie. De weg leidt via 365 haarspeldbochten (zo wordt gezegd, het zijn er veel minder, maar 365 klinkt zo mooi) naar de pas van 3000m. Geweldig gezicht om zo haarspeld na haarspeld steeds hoger te komen, cool uitzicht, in de verte is zelfs Mendoza nog te zien. We hebben prachtig zonnig weer, bijna te heet, maar dat verandert als we aan de andere kant van de berg komen. In de verte kunnen we de onweersbuien zien hangen. Na tien minuten afdalen zitten we in de bui. Uit angst voor de flitsen parkeren we de fietsen en gaan onder de bosjes zitten wachten tot het over waait. Maar… dat doet het niet. Wat wel vaker gebeurt met regenbuien tussen de bergen is dat ze tussen de bergen blijven hangen. Na drie kwartier, het is ruim na half zeven en flitst en dondert het nog net zo heftig als toen we er net inbelandden. Er rijdt een quad voorbij, dan volgt een bestelbusje met een karretje erachter. Tien minuten later komt het bestelbusje teruggereden met de quad op het karretje. Drie jongens uit Buenos Aires, of ze ons mee kunnen nemen naar het dorp, omdat ook zij wel in de gaten hadden dat het te gevaarlijk werd om verder te rijden op de quad. We laten ons graag meenemen deze laatste 18 kilometer naar Uspallata. Weg van de berg en het onweer. Als we in Uspallata aankomen is de lucht bijna weer opgeklaard. De chaos op de camping is groot. Het blijkt dat er hagelstenen zo groot als eieren waren gevallen. Van sommige tenten is niet meer zo veel over, de hele boel staat blank. Nu het weer lijkt te zijn opgeklaard besluiten we om te camperen. We hebben een rustige nacht, er is geen druppel meer gevallen.
 
Vanaf Uspallata gaat de weg omhoog naar de pas van 3200m, Los Libertadores. Deze pas loopt langs de Aconcagua, de hoogste berg van Zuid Amerika. Deze grensovergang is de grootste tussen Chili en Argentinie en heeft daarom veel vrachtverkeer. De weg is volledig geasfalteerd en heeft een ruime berm, dus ook al is er redelijk wat verkeer, fietsend is het goed te doen. Vanaf Uspallata omhoog komen we langs de jaarlijkse pelgrimstocht van de plaatselijke scoutingvereniging. Zij doen de tocht van San Martin, de belangrijkste militair leider in de strijd naar de onafhankelijkheid van Chili, Argentinie en Peru, door de Andes jaarlijks over. Met paarden en muilezels en escortes van eten en drinken door het leger in busjes en op motors, gaan zij in een dag of 15 naar de pas. Blijkbaar zien wij er uitgedroogd uit, want we krijgen een fles tonic van de EHBO´ers. Lekker, het is namelijk weer een bloedhete dag. We wensen elkaar succes en omdat we op de fiets veel sneller kunnen dan zij op de paardjes zien we ze jammergenoeg niet meer terug (geen koude drankjes meer onderweg…).
 
Op weg naar de pas rijden we door Argentijnse wintersportoorden. Ook in de zomer is hier nog wel wat te doen, want het is de uitvalsbasis van de klimmers naar de top van de Aconcagua. We fietsen langs de begraafplaats waar vele gevallen klimmers begraven liggen. Er zitten hele recente graven tussen. Dit doet je dan toch wel even slikken. De beklimming van een berg als deze blijft, ondanks alle moderne uitrustingen qua kleding, gps, trekkingmaaltijden enz nog altijd een gevaarlijke expeditie, qua fysieke inspanning, hoogteziekte, plotselinge weersveranderingen. Ook voor ons op fietse over de weg merk je al dat het weer snel kan omslaan en dat je moet acclimatiseren aan de hoogte wil je niet in de problemen komen. De laatste meters naar de top zijn fysiek zwaar, de lucht is ijl, de wind is fors tegen, puffend komen we boven bij de tunnel. Er mag niet gefietst worden door de tunnel, te gevaarlijk ivm vrachtverkeer, het is een lange tunnel. Er komt een mannetje met een busje en die brengt ons aan de andere kant. We zijn weer in Chili. De autos en vrachtwagens staan rijen dik voor de grenscontrole. Wij fietsen daar lekker langs, halen onze stempels, een hond snuffelt aan onze tassen, die met het brood moet open. In Chili zijn ze erg gespitst op de invoer van verse waren. Er mag geen groente en fruit en verse dierproducten worden ingevoerd ivm ziektes voor eigen gewassen en vee. Dat wisten we al, brood mag wel, de hond duikt bijna in m´n tas. Tis maar brood, dan mogen we door.
 
Weer in Chili, waar de mensen vriendelijk groeten, Argentijnen zijn toch wat koeler. Via een hele serie haarspeldbochten rijden we naar Los Andes. We kunnen sneller afdalen dan de vrachtwagens, de chauffeurs toeteren blijmoedig naar ons en maken ruimte als we langsrollen. In Los Andes zou een Casa de Cyclistas zijn, mogelijk net zo iets als in Tolhuin. Als we bellen blijkt dat dat inderdaad zo wás. Maar Eric, de eigenaar, stelt voor dat we langskomen op zn kantoor. Hij blijkt de lokale dierenarts te zijn. Hij is zelf ook een fervent fietser, het is echter al weer wat jaren geleden dat hij zelf een grote reis heeft gemaakt, maar er hangen mooie fotos van zijn avontuur in de praktijk. Het huis dat hij had voor fietsers om te overnachten heeft hij helaas verhuurd, dat werd te duur voor hem alleen sinds zijn vrouw in Viña del Mar is gaan wonen met de kids. Hij heeft vijf jaar geleden een stuk land gekocht even buiten Los Andes en daar woont hij nu, in een soort schuur, zonder veel voorzieningen. In de weekenden zit ie in Viña. Hij stelt voor dat we wel op zijn land mogen kamperen. Hij moet nog werken tot 13u en dan kunnen we gaan. 13u wordt 14u omdat er nog vanalles binnenkomt, puppies die ingeent moeten worden, een hond die is aangereden, een andere hond waar de oren van moeten worden uitgespoten, het is wel grappig, we mogen overal bij blijven staan. Het gaat allemaal erg relaxed. Eric stelt voor dat hij ons trakteert op een lunch als wij savonds voor een typisch Nederlandse maaltijd zorgen. Goed plan. We doen inkopen en even na 14u stappen we in zn bestelbus op naar zn ´huis´. Huis blijkt een heeeel groot woord. De schuur staat op een droge helling in de schroeiende hitte boven Los Andes. De bomen die Eric geplant heeft zijn nog veel te klein om echt schaduw te kunnen geven. Het perceel naast dat van Eric is opgekocht door een projectontwikkelaar die bezig is om daar een groot Casino te bouwen. Dit heeft de waarde van Erics stuk grond enorm doen stijgen. Eric heeft zelf ook grootste plannen, op zijn land moet een soort kinderboerderij komen voor dagjesmensen uit Santiago. Daarnaast wil hij een huis in de berg bouwen, we stellen het ons zo voor als er huizen waren in Cappadocie, Turkije. Het zit allemaal in zn hoofd. Op dit moment is het met name een schroeiende hete plek met een wc gebouwtje waar het water niet goed loopt. Joor en ik zien niet echt mogelijkheden voor ons om te kamperen. Wel was het erg boeiend om Erics ´project´ gezien te hebben. Dan wordt Eric gebeld dat er twee Ierse fietsers bij de praktijk staan. Ondanks dat hij al tijden geen Casa de Cyclistas meer heeft blijven de fietsers komen. Hij staat nog op allerlei oude lijsten. De twee Ierse jongens blijken dezelfde te zijn als die wij in Cochrane, op de Carretera Austral, zijn tegengekomen. It´s a small world, de wereld van de wereldfietsers.
Op zoek naar een hostal komen we een Schotse tegen, zij fietst met man en twee kleine kids van twee en drie jaar. Het mannetje is echter ziek, dus zitten ze een paar dagen vast hier in Los Andes. We wisselen verhalen uit, zij hebben er vier maanden Australie en Nieuw Zeeland opzitten. Nu dus het Andes-avontuur, maar ze vraagt zich af nu haar zoontje zo ziek is of ze er wel goed aan doen om dit de kids aan te doen. Het is in elk geval een heel ander soort reis dan alleen de verantwoordelijkheid te hebben voor elkaar zoals Joor en ik. De volgende dag horen we dat ze zijn vertrokken. Misschien dat we ze in hun reis naar het noorden nog weer tegenkomen. We hadden met Eric afgesproken dat we hem mee uit lunchen zouden nemen, omdat het koken niet door was gegaan. Terug van de lunch staat er een Japanse fietser voor zn praktijk. Zo grappig! Hij heeft een grote vlag bij zich en die moeten Eric en wij tekenen. Dan nemen we de Japanner mee naar onze B&B. Los Andes blijft een wonderljike kruising van wegen van de fietsers, erg leuk! Het echtpaar van de B&B stelt bij het ontbijt voor dat we met hen mee gaan naar hun huis dat ze in aanbouw hebben, het is een luxe buitenhuis (condominio) tegen de bergen op boven Los Andes. Overal ´ja´ op zeggen, dan maak je maffe dingen mee lijkt ons nieuwe motto, dus stappen we in de auto. Het echtpaar neemt de B&B tijdelijk waar voor hun vriendin die op vakantie is. Ze wonen zelf in Santiago. Het huis in aanbouw is prachtig, moderne steil, zwembad in de tuin. Leuk uitstapje, goed adresje als we nog eens terugkomen ;)
 
Omdat het in de lage Andes bloedheet is besluiten we via de kust naar het noorden te fietsen, daar zou het koeler zijn. Dit blijkt echter toch geen goede keus, omdat de enige weg die er loopt de snelweg is, je mag er fietsen, maar qua natuur en lawaai is het niks aan en aan de snelweg maak je geen contact met mensen dus… Na Los Villos besluiten we weer de binnenlanden in te gaan. Blijkbaar zijn we inmiddels wat gewend geraakt aan de warmte, want het bevalt ons nu een stuk beter. Als we lunchen staat de thermometer soms boven de 40 graden, maar we kunnen er goed tegen. Veel drinken en veel fruit eten. We fietsen door de druiven- en abrikozenstreek, dus dat zit wel goed! Hier komt ook de Pisco Sour vandaan, sterke drank van druiven gemaakt. Prachtige wijnranken tegen de heuvels op, groene dalen en schattige kleine dorpjes. Helaas blijken ze hier ook last te hebben van de financiele crisis. De VS, de grootste afnemer van het fruit, neemt dit jaar slechts de helft af. Het is al geen rijke streek, dit zal zwaar worden voor de mensen. Veel van de druiven worden dan ook gedroogd tot rozijnen, en dat stinkt!! Ik wist niet hoe dat in zn werk ging, maar de druiven liggen op grote matten te drogen en daar komt me toch een lucht bij vrij, een verschraalde dranklucht, de Blauwe Engel in tienvoud, brrr.
 
Via het dal van de Limares fietsen we naar Ovalle om via het dal van de Rio Hurtado naar Vicuña te fietsen. Dit is de basis voor het spekstuk van onze etappe, de tocht over de Paso de Agua Negra, de hoogste berg tussen Chili en Argentinie, met een pas van 4780m hoog! Joors ouders hadden ons vantevoren gewaarschuwd voor hoogteziekte middels een interessant artikel dat ze hadden gekregen tijdens een nascholing. Twee van de drie casussen hadden een dodelijke afloop, bemoedigend dus! In Tajikistan waren we over hogere passen gegaan en enkele weken boven de 3500m, maar de destijds aangemaakte rode bloedcellen zijn al lang weer afgebroken. Die moeten dus opnieuw opgebouwd. De weersomstandigheden aan de Chileense kant zijn goed, en afgelopen zondag gingen we op pad met een globaal via Google Earth samengesteld acclimatisatieplan. Vicuña ligt op 800m. Van daaruit loopt de weg via het rivierdal omhoog naar de grenspost op 2100m. Na 90km zijn we helemaal kapot. Stel wil de grenspost halen, Joor ziet al na km 70 overal mooie plekjes voor de tent. We krijgen een kamertje in het grensgebouw, mogen er douchen en de keuken staat tot onze beschikking, wat een gastvrijheid (ze zijn wel fietsers gewend). Een van de jongens die werkt als toeristeninformeerder vindt het gezellig om met ons te babbelen en zo eten we wat te weinig en gaan we pas laat slapen. Hartkloppingen houden ons wakker, dat was niet zo handig, beelden van hersenoedeem en sterfte flitsen door Stel dr hoofd, dat stomme artikel ook! De volgende ochtend maakt Joor een stevig rijstepapontbijt en kunnen we er weer tegen, op naar het meer op 3100m, dat is maar 30km. Prachtig! Zo blauw, en dan de bergen er om heen, die kleuren. Die kleuren die steeds veranderen met de stand van de zon. We hebben weer wat last van de hoogte, net als bij de Libertadorespas, de laatste paar honderd omhoog zijn pittig. We slaan de tent dus op en genieten van de zon op de bergen en het blauw van het meer en de gekke eenden en koeten die er in rondzwemmen. Bijzonder plekje. Dan naar 3550m, nog geen 20km, maar de hoogte is alweer duidelijk voelbaar, elk steil stukje weg wordt een ware beproeving, het hart bonst in de keel en de benen voelen van lood. Maar weer stoppen dus, wil je goed acclimatiseren dan moet je volgens het artikel (en Joors moeder) niet hoger slapen dan 300 tot 500m ten opzichte van je vorige slaapplaats. Wederom met het hersenoedeem en alle waarschuwingen van Joors moeder vers in het geheugen vinden we een mooi plekkie voor de tent, pakken we onze boeken uit de tas, neemt Stel een paracetamolletje tegen de hoofdpijn en houden we pas op de plaats. De afgelegde afstanden zijn maar klein, maar de hoogte is zo duidelijk merkbaar. Het is een prachtige tocht, de bergen zijn zo ruig en prachtig van kleur, er is weinig verkeer en we hebben geen haast, er zit nog genoeg pasta en rijstepap in de tas waarom zouden we ons haasten. Dag vier klimmen we naar 4100m, na 12km en bijna twee uur fietsen is dit onze laatste kampeerplek voor we over de top zullen gaan. Joor voelt de hoogte nu ook steeds meer en ook hij heeft last van wat hoofdpijn en licht gevoel in het hoofd. Dag 5 dus over de top, 20km naar de pas. Halverwege staat een oude Argentijnse auto, die kan ook niet meer, een sleepvrachtauto helpt hem naar boven. Het is zwaar, maar prachtig, deze bergen zijn zo kleurig, sochtends zwart en later rood en roze en oranje en bruin en blauw en groen, en zo hoog en nu komen we zo hoog dat er nog sneeuw ligt, pendientes, een soort gletsjerachtige ijspieken, metershoog. De laatste meters naar de pas zijn loodzwaar, Stel voelt zich heel slecht, zo licht in het hoofd, het hart klopt als een wilde bij de lichtste inspanning, ook Joor voelt licht en duizelig, maar bikkelt iets harder door, om vervolgens terug te lopen en Stel omhoog te duwen. En zo komen we boven, het bord op de pas geeft 4780m s.n.d.m. aan, de hoogtemeter van Joor 4728m en op de kaart staat 4795m. Hoog dus en ijl, en we zijn kapot en de tranen vloeien van emotie en inspanning en van dat het geweldig is dat het gelukt is en van het uitzicht, overweldigend. Het waait, dus snel de jassen aan, en dan gauw afdalen, want voordat we weer onder de 3500m zijn duurt ook nog wel even. En zo kwamen we eergisteren in Las Flores aan, weer terug in Argentinie, na zes dagen over de berg.
 
Nu zitten we in San Jose de Jachal, Joors vader wordt dinsdag geopereerd, dus wachten we hier even af hoe dat allemaal gaat. Dan zullen we onze weg weer vervolgen naar het noorden.
Het blijft genieten, dit fietsreizen, de bijzondere ontmoetingen, de prachtige plekken op deze aardbol, zo anders dan Nederland, maar toch ook veel dingen hetzelfde. We blijven ons bewust van het feit dat we bevoorrecht zijn om dit te kunnen doen, fantastisch!

Calafate ? Ushuaia

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)

Hola!
 
Weer een heel lang verhaal! Joor is druk in de weer met de
fotos´s, die zeggen vaak meer dan dat ik dat met woorden kan om te beschrijven
hoe het landschap hier is, ik hou me dan ook met name bij wat we gedaan
hebben.
 
Een vijfde update van ons uit Zuid Amerika. Vorige week zijn we
aangekomen in de zuidelijkste stad op aarde die via de weg te bereiken is,
Ushuaia (Argentinie)! Puerto Williams ligt nog zuidelijker en behoort tot Chili,
maar daar kun je alleen met de boot komen. Dus Ushuaia is voor ons het eindpunt
van onze eerste fietsetappe. Santiago – Ushuaia 4777km.
Onze laatste update
was in El Calafate, Argentinie. Vandaaruit voerde de weg ons door de pampa
terug naar Chili, Cerro Castillo. Vanuit El Calafate hadden we veel geluk met de
patagonische wind in onze rug, met een kilometertje of 30 zoefden we over de
weg, totdat deze van richting veranderde en we schuin op de wind te fietsen
kwam. En dan maak je dus pas echt kennis met deze beruchte wind… Met de handen
stevig aan het stuur en alles stevig op de fiets gebonden ratelden we half op de
wind door de pampa. Na 120 kilometer verscheen er een huis, dat een politiepost
bleek te zijn en de midden overdag in slaap gevallen (tis hard werken hier… zo
op deze lege pampa gebeurd echt niks) gendarmeria (snel z´n tshirt
rechtstrijkend en zn haren in de plooi brengend) vond het prima dat we de tent
in zijn tuin opzetten. Er stond een vervallen oude bus, die bood ons enige
bescherming tegen de wind. Halverwege de nacht verandere de wind echter van
richting en de tent klapperde om het leven. Om zes uur waren we allebei klaar
wakker, alles maar snel inpakken en weer op fietse. Door via het schapenland. In
dit deel van Patagonie staan duizenden en duizenden schapen (United Colors
of)Beneton schijnt hier ook ergens zijn land te hebben). Een boer te paard is
een grote kudde schapen aan het opdrijven. Hij vertelt ons dat ie er 38000
heeft. Die moeten allemaal geschoren worden deze zomermaanden. Van sochtends 4u
tot savonds 7 is ie daar mee bezig. Daar maakt Beneton vervolgens onze mooie
gekleurde truitjes van! Geloof niet dat deze boer er zo rijk van wordt als B.
Hard werken in een ruige omgeving en dan die wind de hele dag, de baas zag er
uit alsof ie al wel toe was aan zn pensioen, maar waarschijnlijk was ie pas
halverwege de 40…
Tegen drie uur is de wind niet te harden, we moeten er
dan ook vol tegenin richting Chileense grens. We besluiten even pauze te houden
als de weg wat omhoog gaat en wij beneden wat uit de wind kunnen zitten. Na
anderhalf uur wachten blijkt de wind echter nog niet te zijn afgenomen, we
rollen weer terug naar onze beschutte plek en wachten nog wat. De wind neemt
niet af. De tent opzetten lijkt zo geen optie. Het afwateringskanaal dat onder
de weg doorloopt heeft een klein betonnen platformpje waarop het mogelijk lijkt
om samen te kunnen liggen. We besluiten dat dit onze beste optie zal zijn. Eten
koken wil ook niet zo lekker, want de brander heeft ondanks dat ie overal op zou
moeten branden toch wel erg veel moeite met de vieze Argentijnse en Chileense
benzine. Na een uur is de pasta eindelijk gekookt en de saus opgewarmd… bij
het ontbijt laat ie ons echter helemaal in de steek, geen rijstepap vanmorgen,
maar crackers met jam en manjar (soort Bebogeen voor degenen die weten wat dat
is). We spreiden het reisplastic van de fietsen en het grondzeil van de tent
uit, daarop komen de matjes en dan maar in de slaapzak. De wind is ijzig koud
geworden, dus dit is een goeie test voor de slaapzakken. En zo liggen we dicht
tegen elkaar aan in een afwateringsbuis, terwijl er af en toe en auto boven ons
over de weg raast, ieder in de eigen mummy en zo warmen we langzaam op. Het
heeft ook wel weer wat zo onder de blote hemel met uitzicht over een watertje
met eenden en ganzen en een vos die op een lekker hapje aast. Ook dit hoort bij
zo´n fietsavontuur, we vallen opgewarmd in slaap af en toe weer wakker worden
met uitzicht op de sterren.
 
De volgende dag weer grensformaliteiten en
we staan weer in Chili. Een nachtje in een luxe hotel in Cerro Castillo, lekker
zacht bed en warme douche en we gaan op weg naar Torres del Paine, een
natuurpark met een prachtige berg/rotsformatie. Net op de fiets ontmoeten we
twee Franse fietsers en daarna twee Duitsers, we wisselen verhalen uit en voor
we het weten hebben we twee uur staan kletsen, erg leuk altijd om
fellow-cyclists te ontmoeten, hebben we even iemand anders om mee en later
samen over te praten ;)
 
Torres del Paine is met name een park waar je
meerdaagse trekkings met backpack kunt maken onder en om de bergen langs, het
lijkt een beetje aan z´n eigen succes ten onder te gaan. We besluiten om de berg
naar met uitzicht op de Torres op te lopen in een dag heen en weer. Op weg naar
de camping onder aan de Torres komen we lallende Amerikanen tegen met glazen
wijn in de hand. Tja… Als dat soort volk hier ook rondloopt. Onderweg op het
pad omhoog naar de Torres komen we ontzettend veel backpackers tegen. Dan worden
we nog meer bevestigd in ons idee om niet te gaan trekken. We beleven en zien
genoeg ´avontuur´ op de fiets, zo en masse de berg op en hutje mutje kamperen
brrrrr. In een paar dagen fietsen we verder het park door, we kamperen nog een
paar dagen met uitzicht op de Torres op een rustige camping met rondscharrelende
vosjes, mooi plekje, en zo komen we op 24 december rond 19u aan in
Puerto Natales, nog net op tijd om Stel dr vader te feliciteren met zn
verjaardag (wij zijn vier uur achter in de tijd ten opzichte van
jullie).
 
In Puerto Natales was verder niet veel meer te doen dan lekker
eten en luieren, wat ons goed beviel. We zaten in een relaxed familyrun hostal
en zo kregen we een beetje hun kerstgevoel mee. Er stond een grote boom in de
woonkamer en toen we binnen kwamen waren ze druk bezig met het maken van
allerlei taarten en sandwiches. Kerst wordt hier met name de nacht er voor
gevierd, om twaalf uur snachts gaan ze schranzen van de taarten en de sandwiches
en daar wordt het nodige bij gedronken. We werden uitgenodigd om met ze mee te
doen, maar twaalf uur halen als je 7 uur op het zadel gezeten hebt, dat was voor
ons toch te lastig. Op eerste kerstdag ging de familie smiddags ergens het
platteland op om te barbequen (parilla), dat schijnen de meeste Chilenen te
doen. Bij het ontbijt kregen we van de baas leftovers van de taart en koekjes en
cakejes, lekker.
 
Via Puerto Natales was het drie dagen fietsen naar
Punta Arenas, de zuidelijkste overland bereikbare stad van Chili. Ook op dit
traject speelde de wind ons weer parten. We klagen in Nederland wel eens over de
wind, maar als je hier geweest bent, dan lach je om de Nederlandse zuchtjes.
Windstoten van meer dan 100km per uur, je wordt letterlijk van de weg geblazen,
pfffffff. Op het midden van de dag is het het hevigste. We kwamen nauwelijks
meer vooruit, dan maar lopen, maar dat leek haast gevaarlijker, Joor pusht snel
verder en Stel staat schrap om de windstoten op te vangen. Stel kan wel janken,
je kunt niet voor en niet achteruit, en dan komt er weer een windvlaag en ze
valt met fiets en al om juist als er een kleine truck langskomt. De mannen
stoppen en komen bezorgd naar buiten, moet de fiets soms op de truck? Er is niet
echt plek voor en in de beschutting van de truck komt Stel op adem. Joor snelt
te hulp en duwt Stel dr fiets de laatste paar honderd meter naar een
bushaltehuisje. Daar wachten we tot de wind afneemt, maar dat doet ie
nauwelijks, na vier uur wachten en honderden passerende schapen (ook zij hangen
schuin in de wind!) die voortgedreven worden door drie cowboys te paard later,
steigen we weer op ons ros de laatste kilometers naar Villa Tehuelces. Daar
wacht ons een warm onthaal bij een vriendelijke oude dame met een relaxed
hospedaje en heerlijk schone bedden. Pffff.
 
De wind is de volgende dag
minder hevig en we komen 7u en 100km later in Punta Arenas aan, tijd voor oud en
nieuw. Oud en nieuw zonder vuurwerk, ze besteden hun geld hier blijkbaar liever
aan eten, en prachtige taarten. Wij vieren oud en nieuw in een door Oma
Jans´reispot gefinancierde lekkere hotelkamer met cinecanal (filmkanaal) en
tenedor libre bij de chinees (eten zo veel je wilt, het enige restaurant dat
open is op oudejaarsavond).
Twee januari brengen we een bezoekje aan de
Maggelhaanse Pinguins in Seno Otway, schattig, overal van die grappige kleine
zwart witte pinguins met hun grijze pluizige babies. En de dag erna gaan wem et
de boot over naar Porvenir, Tierra del Fuego! Helaas over onrustige zee (van de
harde wind), beetje misselijkmakend, maar met de beide benen weer op de fiets
besluiten we om te gaan fietsen en wel zien waar we uitkomen. Met de wind in de
rug blazen we over de ripio (onverharde weg), over een prachtige weg langs de
kust, met uitzicht op de besneeuwde bergen aan het eind van de wereld en 100km
later besluiten we bij een estancia (boerderij) te vragen of we daar uit de wind
mogen kamperen. De vrouw is wat verbaasd, omdat de estancia niet direct aan de
weg zit is ze blijkbaar geen fietsers gewend, maar na enige aarzeling mogen we
dan wel in de schuur van de schapenscheerders slapen. Het schapenscheren doen ze
hier pas in juni, omdat de wol dan veel meer waard is. Prima voor ons, we hebben
een rustige windvrije nacht. Helaas bromt het agregaat nog wel tot laat in de
nacht door…
 
sMorgens weer de wind in de rug, met 30-35km/u blazen we
weer oostwaarts, door het pampalandschap met guanacos en schapen, wow alsof we
vliegen! Weer de grens over, stempel uit en in en we staan weer in Argentinie.
Deze dag word een recorddag met 155km op de teller komen we in Rio Grande aan.
Beetje verlopen plaats, niets bijzonders, net als de meeste steden hier
trouwens, voor de cultuur hoef je niet naar Patagonie. Dan door zuidwaarts, dan
verandert de pampa en wordt het weer heuveliger en bosrijker, mooier! We
ontmoeten onderweg vijf Spaanse fietsers en een Australische meid. In Tolhuin
kletsen we bij. In Tolhuin was ons verteld door de Franse en Duitse fietsers
over een panaderia dat een casa de ciclistas zou zijn en inderdaad, nadat we
heerlijke zelfgemaakte chocolade daar hebben gekocht brengen ze ons naar een
slaapkamertje boven de bakkerij (=panaderia) waar we de nacht wel door mogen
brengen. Achter in de bakkerij is een badkamer en de fietsen staan naast de
koelkast met het verse deeg! De geur en de broodjes zijn hier niet te versmaden
en we eten onze buikjes rond. De Australische Polly komt bij ons op het kamertje
slapen en zo hebben we een gratis nachtje waarbij we om half 6 gewekt worden met
een heerlijke zoete verse broodgeur, wat wil een fietser nog meer. www.panaderialaunion.com als het goed staat onze vertrekfoto
met de Spanjaarden en de eigenaar van de zaak op de site.
En dan samen met
Polly de laatste 100km naar Ushuaia! Halverwege moeten we een laatste pas over
en we besluiten die voor de volgende dag te bewaren. We kamperen met zn drieen
aan het Lago Escondido en zo arriveren we op 8 januari na 4777km in Ushuaia, fin
del mundo! Met utizicht op de grote cruiseschepen in het Beagle Channel
realiseren we ons dat verder zuidelijk fietsen niet mogelijk is. We hebben de
eerste etappe van ons avontuur er op zitten!
 
De afgelopen dagen hebben
we gekampeerd in het nationale park Tierra del Fuego, maar dat is een behoolijke
tourist trap, het einde van ruta 3, een suf bord waar iedere toerist mee op de
foto wil, stoffige wegen, veeels te veel toeristenbussen…
Aanstaande
vrijdag de 16e vliegen we naar Mendoza, vanwaar de tweede etappe van ons
avontuur zal starten, op naar de hoge Andes en Bolvia en Peru, weg uit het
vertrouwde westerse Chili en Argentinie en op naar ruige bergen en indigenous
peoples in het noorden.

Coyhaique (chili)- El Calafate (Argentinie)

Posted by JenSfietsen on July 8, 2013 at 11:55 AM Comments comments (0)
We zitten in El Calafate, Argentinie. De afgelopen weken hebben we de Carretera Austral afgerond en zijn we via een bijzondere grensoversteek weer in Argentijns Patagonie aangekomen.
 
Het zuidelijk deel van de Carretera na Coyhaique is nog mooier dan het noordelijke deel. Veel ruiger en desolater en nauwelijks toeristen. Perfect dus. In Coyhaique hadden we onze voorraden ingeslagen om regelmatig te kunnen kamperen, maar de eerste dagen is het nog om en om, nachtje tent, nachtje hospedaje. In Cerro Castillo zitten we gezellig te kletsen met de duena van onze hospedaje als er twee kerels op de fiets aankomen. Jean uit Belgie en Simon uit Engeland hebben elkaar op de klim naar Cerro Castillo ontmoet en hebben besloten om samen een stukje verder te reizen. Gezellig verhalen uitgewisseld en sochtends met zn vieren op de fiets in wat druilerig weer vertrokken. Simon in zn korte broek, omdat ie geen lange fietsbroek mee heeft… Na een uurtje fietsen gaat de motregen over in heuse regen en rollen we snel achter elkaar aan over de ripio om maar kilometers te maken. Door de gedeelde smart kunnen we het volhouden en realiseren we zowaar bijna 70 kilometer, dan gaat de regen over in natte sneeuw. We maken ons zorgen over de mogelijke onderkoeling van onze vriend Simon in zijn korte broek en besluiten dat we snel op zoek moeten naar een geschikt kampeerplekje. Dan staat er plots een bouwvallig schuurtje langs de weg waar we ons kamp kunnen opslaan! Vol in het zicht van de weg kamperen, dat doen we met zn tweeen nooit, maar hier in dit uitgestorven deel van Patagonie, in de regen, met drie sterke mannen, denken we er geen seconde over na. In het hutje ligt droog hout en na het eten bouwen we een vuurtje. Meer rook dan vuur, zodat onze jassen nu nog naar rook stinken, maar het verwarmt, en we praten en lachen en zo kruipen we tevreden in onze tentjes als het donker wordt.
De volgende ochtend biedt ik Simon mijn tweede lange fietsbroek aan. Het is nog steeds grijs en grauw en hij besluit dan ook om mijn aanbod te accepteren. I´m cycling in lady lycra!
 
De dagen die volgen fietsen we gevieren via Bahia Murta naar Rio Tranquilo, waar we een cabana huren en gezellig mn verjaardag vieren. Het weer klaart op en met stralende zon vertrekken we via Lago General Carrera naar Puerto Bertrand. Halverwege komen we langs een idyllisch plekje aan het meer, met uitzicht op de besneeuwde bergtoppen en gletsjers. De boer van wie het land is is wel gewend dat er toeristen op zn land komen en we mogen er dan ook best kamperen. Hij kan zelfs een parilla voor ons verzorgen, een barbeque met vers geslachte lam… Simon is helemaal enthousiast en is bijna in staat om kilometers terug te rijden om bij een hosteria bier en wijn te gaan regelen. Het idee dat het lam speciaal voor ons geslacht moet gaan worden trekt mij minder, maar de mannen willen vlees… Na onze duik in het ijskoude meer, hangt er dan ook een druipend lam aan de spies in het vuur… Gescharrelder vlees dan dit kun je niet krijgen denk ik, dus gevieren zetten we onze tanden in het vlees, helaas minder mals dan verwacht, maar Simon is geheel content. Onze eerste parilla-ervaring.
 
Na vijf dagen gezamenlijk opgetrokken te hebben merk je dat er af en toe wat spanningen zijn. Met name Simon racet als een wilde bergaf op de ripio en schuwt daarbij de gaten en grote stenen niet. Zijn fiets hoeft het dan ook slechts vol te houden tot El Chalten, waar we over anderhalve week aan zullen komen. Jean probeert Simon zo goed en zo slecht als het gaat bij te houden, maar Joor en ik doen het wat rustiger aan. Als Simon een spaak breekt en daardoor een lekke band krijgt houdt ie even weer wat in, maar daarna is het hek weer van de dam. Vlak voor Cochrane besluiten Jean en Simon om door te fietsen en Joor en ik zetten de tent op bij een vriendelijke boer met uitzicht op de plek waar de Rio Baker en de Rio Chacabuco samen komen. Dit is een van de vier controversiele plekke van Chileens Patagonie. Hydro Aisen wil onder andere hier een dam bouwen om daarmee stroom op te wekken wat helemaal naar Santiago gaat. Dit betekent voor Patagonie een enorme verstoring van de natuur, overstromingen van delen van het land, overal electriciteitspalen, overal bedrijfigheid, wat naar alle waarschijnlijkheid ten koste zal gaan van het toerisme, waar Patagonie toch grotendeels op aangewezen is. Voors en tegens, protestmarsen, Greenpeace die zich er mee bemoeit. De aanbouw is nog volop in discussie. Volgens de boer waar we kamperen is het een vernietiging van Patagonie, waar de Patagoniers niks voor terugkrijgen. Voor Chili lijkt Patagonie niet te bestaan, Chili loopt van Santiago tot Puerto Montt… In veel hospedajes liggen prachtige boekwerken om de bouw van de dammen tegen te houden, met prachtig gefotoshopte fotos waarin de dammen zijn aangebracht en de electriciteitspalen om te laten zien hoe dat wordt, fotos met geerodeerd land en ondergelopen gebieden. Interessant om een beeld te krijgen van wat er aan de hand is. In Nederland horen jullie hier waarschijnlijk helemaal niks over. Als we onze tent opzetten verschijnt er een kudde guanaco´s boven op de berg, er hinnikt er een als een paard (lacht ie ons uit? gelukkig is ie te ver weg om ons te bespugen), prachtig om die beesten zo in het wild te zien!
 
We fietsen de dag erna door naar Cochrane, de laatste plaats van enige omvang aan de Carretera voordat we de oversteek naar Argentinie zullen maken. Bij vertrek ontdekt Joor dat zn zonnebril nog bij de boer 18km terug bij de splitsing ligt… Hier en daar vragen levert ons een oude baas met zijn jeep op die ons wel heen en weer wil brengen. De bril was al in veiligheid gebracht door de boer. Grappig uitstapje zo, we zitten even voor het middaguur alsnog op de fiets richting Tortel. Even na de afslag komen we Reese en Nina tegen, twee ozzies op de fiets. Die zullen we in Villa O Higgins weer ontmoeten, om dezelfde boot mee te nemen naar Argentinie.
 
Tortel is een plaatsje waar tot voor 2003 geen weg heen liep. Vanaf de Carretera is een 22km ripio aangelegd om Tortel te bereiken. Alles ging tot die tijd via boot en lucht. In Tortel zijn geen straten maar alleen maar houten bruggetjes. Bijzonder om te zien, beetje zoals in de film Waterworld, voor wie dat wat zegt. Via een prachtig pad kun je helemaal rondom lopen over de berg van de ene kant van Tortel naar de andere via houten vlonders en trappetjes. Een ingenieus systeem. Tortel is in 2000 bekend geworden doordat prins William van Groot Brittanie daar drie maanden heeft verbleven. Doordat er geen wegen zijn, en omdat de Chilenen zowiezo niet echt nieuwsgierig en opdringerig zijn, kon hij daar drie maanden in alle rust en veiligheid bivakkeren.  Dit heeft Tortel wereldwijd iets van bekendheid gegeven, maar het is nog steeds een slaperig oord.
 
Dan de laatste 100 kilometers over de Carretera, via Puerto Yungay met de ferry over naar Rio Blanco (slapen in de refugio) en door naar Villa O Higgins. Hier woont werkelijk helemaal niemand meer, einde van de wereld-gevoel. Ruige bergen, een paartje condors dat overscheert, wow! Bergop puffend, plots oog in oog met een huemul, een hertachtig dier, zit daar gewoon een paar meter van de weg munchend. Ik ben zo verbaasd dat ik keihard HUEMUL roep naar Joor. We fietsen al tijden door gebied waar deze beesten zouden moeten rondlopen, maar ze schijnen moeilijk te spotten, dus Joor gelooft er dan ook niks van, maar dan ziet hij hem ook. We vallen volledig stil, snel de camera, voordat ie weg gaat, maar het beest lijkt geen enkele aanstalten te maken. Zou ie ziek zijn? In Villa O Higgins wordt ons verteld dat huemuls niet echt bang zijn, en dat ze daardoor ook met uitsterven bedreigd worden, het vlees schijnt erg lekker…
 
Laatste nachtje kamperen tussen de muggen en midgies. We worden er helemaal gek van, Joor heeft geen benen meer over… Ontbijten doen we dan ook niet bij de tent, snel alles inpakken en na een paar kilometer trekken we de pannetjes uit de tassen om langs de weg ontbijt te maken. Hier komt nauwelijks verkeer langs, drie autos op een dag is al veel. Prachtig! Dit is een deel van de wereld dat je gezien moet hebben. Zulke natuur hebben we nergens anders nog gezien. Chilenen die we spreken zeggen dat je dit gezien moet hebben voordat je dood gaat, tja… Kijk maar naar de fotos.
 
Dan in Villa O Higgins kaartjes kopen voor de boot. Deze gaat slechts een keer per week op zaterdag. Dus we verenigen ons met Simon en Jean en de Ozzies en er arriveert nog een fietser, Floran uit Frankrijk. Samen met een handjevol backpackers beginnen we aan de oversteek naar Argentinie. Vanuit hier is het alleen mogelijk om met een voetferry de grensoversteek te maken naar Argentinie, via Lago O Higgins, 2,5u met de boot naar de andere kant, waarna je 22 kilometer moet overbruggen naar de grenspost en naar Lago Desierto. De eerste 16km zijn over Chileense ripio waarna 6km bospad volgen door Argentinie. De brug is weggeslagen, daarvoor in de plaats ligt er een klein voetbruggetje, tassen van de fiets, fiets over de schouder en alles overhevelen. Dit doen we daarna nog een keer door het bos om alles droog over te brengen, we waden zelf met slippers door het water. Veel omgevallen bomen, tillen, duwen, trekken, samen een voor een de fietsen. Mooie tocht. Zwaar, maar super de moeite waard. Binnen vier uur trek- en duwtijd arriveren we aan de Argentijnse grens vanwaar de boot gaat over Lago Desierto om op het Argentijnse vaste land te komen. Door al het trekken en duwen zijn we helemaal naar de kloten, maar wat een prachtig uitzicht op de berg Fitz Roy over het meer! Stempeltje entrada en dan met de ferry naar de andere kant. Simon, Jean en Floran vertrekken als een speer, omdat ze vanavond El Chalten nog willen halen zodat Simon daarna met bussen terug kan naar Santiago. Reese en Nina willen wel met ons kamperen en na een paar kilometer fietsen vinden we een plekkie waar we mooi uit het zicht van de weg staan.
 
De laatste kilometers naar El Chalten zijn zwaar, superslechte weg. El Chalten is een waar toeristenwalhalla van Argentinie, omdat je vanuit daar mooie wandelingen kan maken naar Cerro Fitz Roy. Vreemd om weer zo midden tussen de toeristen te zitten. Wel fijn voor het eten: de milanesa (scnitzel) met frietjes gaat er lekker in! 
 
In Chalten maken Joor en ik een 8-urige wandeling via Cerro Torre naar Cerro Fitz Roy en weer terug. Prachtig, maar geen benen meer over. Via Chalten is het 210km via de pampa naar El Calafate. De Argentijnse pampa is bijzonder omdat ie zo kaal is, je kan enorm ver kijken. Na 100km hebben we nog steeds zicht op de Fitz Roy! Langs de weg guanaco´s en emoes en gordeldiertjes die snel oversteken. Mooi! Halverwege kamperen we bij de parador La Leona. Daar verzorgen ze een baby-guanaco, 10 dagen oud, zoooo zacht! Schattig.
Dan vol tegen de wind in richting Calafate, hier maken we kennis met de beruchte Patagonische winden. Beter sochtends op tijd vertrekken…
In Calafate nemen we de bus op en neer naar de Gletsjer Perito Moreno, een van de grootste nog steeds aangroeiende gletsjers. Spectaculair! Hij beweegt en kraakt en bij tijd en wijle vallen er stukken af, machtig natuurfenomeen. 14km in lengte.
 
Vandaag inkopen doen en via de Ruta 40 (Che Guevarra) door naar Torres del Paine. Weer door de pampa, weer de waterzak met tien liter achterop. Stoer, ruig, gaaf! We hebben al weken prachtig weer, temperaturen van rond de 25-30 graden, super! Bijna drie maanden onderweg nu, 3600km op de teller. Kerst in Punto Arenas of Puerto Natales met zon in tshirt en slippers. Andere wereld!

Rss_feed