J en S fietsen

Van Hanoi naar Bangkok .

Blog


view:  full / summary

Update Cambodja

Posted by JenSfietsen on March 24, 2014 at 9:10 AM Comments comments (2)

Ho Chi Minh (Vietnam) – Bavet (Cambodja) – Neak Luong – Phnom Penh – Siem Reap (bus) – Battambang (boot) – Phnom Penh (bus) – Kompong Speu – Sre Ambel – Trapang Roung – Koh Kong – Trat (Thailand) – Ko Chang – Bangkok (bus)

 

Soouh Soodai, Sawadee Kaaaaaaa en Sawadee Kap

 

Vanuit Bangkok hierbij de laatste update. Na ruim 7000 fietskilometers in de benen vliegen we morgen weer naar huis. Vijf en een halve maand Zuidoost Azie zitten er weer op.

 

De vorige update was vanuit Ho Chi Minh city vier weken geleden. Op 25 februari fietsen we in een dag van Saigon Cambodja in. Het vierde en laatste land op onze reis. De laatste kilometers door Vietnam zijn goed, maar heet. De temperaturen lopen behoorlijk op de laatste weken. Rond de 43 graden rond het middaguur begint al redelijk normaal te worden, maar we merken wel dat de lichamen het hier steeds zwaarder mee krijgen. Doordat ons visum in Vietnam korter geldig was dan we hadden gewild, hebben we ons moeten haasten. We merken dat we wat te weinig rust hebben gehad. De lijven raken vermoeid. Als we weer een stop maken bij een klein winkeltje voor ons favoriete Vientamese drankje Khong Do, groene thee met honing frisdrank, krijgen we van de verkoper ijskoude verfrissingsdoekjes. We zien er blijkbaar oververhit en vermoeid uit. We verkoelen even rustig zowel de in- als de uitwendige mens, voordat we doorrijden, de laatste kilometers naar de Cambodjaanse grens, waar we rond half vier ‘s middags aankomen. De visumstempels ‘uit’ en ‘in’ zijn hier gelukkig snel gezet, en zonder gedoe rijden we Bavet binnen, Las Vegas in Cambodja… We hadden al gehoord van de vele casino’s net over de grensovergangen van Cambodja die erg populair zijn onder Chinezen, maar als je er binnenrolt doet het toch surrealistisch aan. Megahotels met spiegelramen, schreeuwerige verlichting en namen als Macau Paradise en Lucky Vegas…. Als we zo’n willekeurig casinohotel binnenlopen om te vragen wat het kost om daar een nachtje te verblijven wordt al het personeel onrustig. Via walky talkies wordt druk heen en weer gepraat over wat wij hier wel niet komen doen. Dat we de fietsen zomaar voor de ingang neerzetten, dat kan al helemaal niet. Als duidelijk wordt dat een overnachting vanaf tachtig dollar kost, zijn we er snel weer weg, zodat iedereen weer opgelucht kan ademhalen. Even verder vinden we een beter geprijsd ding, zonder casino, waar met name het personeel van de casino’s overnacht en dat is prima voor ons. De eigenaar is een Chinees en op de kaart van het restaurant prijken dan ook allerlei Chinese maaltjes. Welkom in Cambodja ;). Uit nieuwsgierigheid stappen we na het eten nog even een casino binnen en dat is ook surrealistisch. Buiten is het redelijk rustig qua mensen op straat, maar binnen puilt het uit van de Aziaten gemoedelijk gezeten rondom vele roulettetafels in een grote zaal. Wederom zien we alom verschrikte blikken onze kant op. Het fototoestel van Joris wordt door security angstvallig in de gaten gehouden. Het lijkt er op dat onder geen beding naar buiten mag komen, wat daar binnen gebeurd. Die starende blikken worden ons snel te veel, tijd ons bedje in te duiken.

 

Als we Cambodjaanse Riel willen pinnen komen we tot de ontdekking dat de pinautomaten alleen maar Amerikaanse dollars uitgeven. Zoals we later ook in andere plaatsen merken, is dit in heel Cambodja het geval. Ook hier hadden we wel over gelezen, maar het voelt toch vreemd. Helemaal omdat je wel wisselgeld in Riel krijgt. We hebben de indruk dat dit werken met de dollar het land duur maakt. Als we iets willen kopen wordt het bedrag veelal uitgedrukt in hele of halve dollars. 4000 Riel staat voor 1 dollar, maar we krijgen zelden minder dan 500 Riel terug, alles wordt afgerond op 500 of 1000. Da’s raar als je bedenkt dat we in Nedeland wel met 5 cent werken. Cambodja lijkt ons het armste land van de vier landen die we bezocht hebben. In Laos wonen de mensen buiten de grotere plaatsen ook wel heel eenvoudig maar de armoede hier in Cambodja lijkt ons groter. De mensen die we het gevraagd hebben zeggen tevreden te zijn dat Cambodja met de dollar werkt, maar volgens ons maakt dit de kloof tussen arm en rijk snel groter en mogelijk voor velen onoverbrugbaar.

 

De weg naar Phnom Penh is vlak, droog en heet. Cambodja is veelal zo plat als een pannenkoek met een half jaar rijstvelden in het natte seizoen en een half jaar droge vlakte. Langs de weg worden we vriendelijk begroet door zowel volwassenen als kinderen. We willen de 190km van de grens naar PP in twee dagen afleggen, dus doortrappen. De hitte en de veelal kaarsrechte wegen maken de etappes lang en saaaaai. Van de grens naar Neak Luong is een dikke 120 km buffelen. Voordeel hiervan is wel dat we de laatste 60km naar Phnom Penh al voor het middaguur hebben afgelegd, waardoor we lekker kunnen lunchen in de expatwijk. We hebben besloten om de fietsen even een weekje te laten staan en met de bus en boot op en neer te gaan naar Siem Riep om de tempels van Angkor Wat te bekijken. Daarom zoeken we een relaxed hotel, waar we met een gerust hart onze fietsen en een groot deel van onze bagage een tijdje kunnen opslaan. Phnom Penh heeft een relatief klein en overzichtelijk centrum. De prijzen hier zijn voor Zuidoost Aziatische begrippen fors. In Vientiane, wat toch redelijk vergelijkbaar is met Phnom Penh kreeg je meer waar voor je geld dan hier. Eten kost ook ongeveer het dubbele. Nou is het allemaal relatief vergeleken met Nederland, maar waar je in Laos voor 8 euro at, eet je hier voor 16.

 

We kijken twee dagen rond in Phnom Penh voordat we de bus naar het noorden pakken. Om meer te leren over de treurige recente geschiedenis van Cambodja, bezoeken we het Tuol Sleng museum. Dit was voordat de Rode Khmer aan de macht kwam een gewone lagere en middelbare school met vier gebouwen in een van de centrumwijken van Phnom Penh. De Rode Khmer heeft onder het bewind van Pol Pot de vier schoolgebouwen omgebouwd tot een efficiente horrorgevangenis, waar zo’n 17.000 Cambodjanen in de jaren 1975 – 1979 gemarteld werden en de dood vonden. Iedereen die in de ogen van de Rode Khmer de Angkor, zoals zij de volledig agrarische samenleving die zij nastreefden noemden, ondermijnde werd opgepakt. De lokalen in Tuol Sleng ademen 35 jaar na dato nog steeds de sfeer van angst en geweld. Stalen bedden met kettingen staan centraal in de ruimtes, foto’s aan de muren laten uitgemergelde en verminkte gevangenen zien. Een aantal klaslokalen zijn verbouwd tot kleinen cellencomplexen, waar van hout of baksteen claustrofobisch kleine ruimtes zijn gecreëerd. Wederom overal ogen en kettingen om mensen aan de vloer te ketenen, vegen van smerigheid en bloed op de vloeren en muren. Een aantal lokalen laat eindeloze rijen zwart-wit portretfoto’s zien van de gevangen genomen mannen, vrouwen, jong en oud, kinderen en zelfs baby’s. De Rode Khmer legde van iedere gevangene uitgebreide documentatie aan, bij binnenkomst werd van iedereen een portretfoto gemaakt. In de gevangenis werden mensen net zo lang mishandeld en murw gemaakt dat ze valse verklaringen aflegden en ondertekenden, waarna ze werden afgevoerd naar de Killing Fields, waar ze vervolgens werden afgeslacht en in greppels werden achtergelaten. Slechts 7 gevangen hebben Tuol Sleng overleefd… Hoe kan iemand zijn eigen volk dit aan doen? Op die vraag vinden we helaas geen antwoord. Maar door deze locatie in stand te houden en open te stellen voor een breed publiek, hoopt de huidige Cambodjaanse regering herhaling van een dergelijke genocide in de toekomst te voorkomen. Heel wat jaren geleden bezochten wij Auschwitz en net als toen laat ook Tuol Sleng nu een diepe indruk op ons achter.

 

De volgende dag nemen we de bus naar Siem Reap om een ander indrukwekkend onderdeel van de Cambodjaanse geschiedenis te zien, de meer dan 100 tempels van Angkor, het eens zo grote en belangrijke Khmer rijk. De reis met de bus verloopt prima. Giant Ibis heeft goed verzorgde touringcars met airco en halverwege is een prima lunchstop. De droge, hete Cambodjaanse pannenkoek voltrekt zich vanachter het raam in de bus en we zijn blij dat we er niet voor gekozen hebben om dit te gaan fietsen. Wel realiseren we ons dat een land zien vanachter glas zoveel minder intens is, dan als je er met de fiets doorheen trekt, maar goed dat komt over een week wel weer.

 

Drie dagen fietsen (op onze gehuurde fietsjes) en zwerven we over het megalandgoed door de tempels van Angkor en dan hebben we nog steeds niet alles gezien. Angkor is een van de meest indrukwekkende geschiedkundige plekken op aarde, met de epische omvang van de Chinese muur, de details en intrigerendheid van de Taj Mahal en de symboliek en symmetrie van de Egyptische piramides, allemaal in een. Van 1100 tot 1300 speelde Angkor een invloedrijke rol in een groot deel van het vaste land van Zuidoost Azie. Mensen leefden hier in houten huizen die alle zijn vergaan, maar voor de goden werden stenen tempels gebouwd en vele hiervan zijn na jaren van verval hersteld en voor het publiek toegankelijk gemaakt.

We vergapen ons aan Angkor Wat, het grootste religieuze bouwwerk ter wereld, de Bayon met zijn 54 torens met daarop 216 lachende en serieus kijkende gezichten en de vele andere grote en kleine tempels die al dan niet deels terug zijn genomen door de natuur met bomen die dwars door de muren heen groeien en een zijn geworden met het bouwwerk. We zien zoveel prachtige details op de muren, ingegraveerd of uitgehouwen. De foto’s zeggen meer dan duizend woorden.

 

Na Siem Reap nemen we de toeristenboot naar Battambang. Dit blijkt een minder comfortabel bootje te zijn dan die we eerder hadden over de Mekong naar Luang Prabang en wat we een beetje in ons hoofd hadden. De boot wordt volgestouwd met meer mensen dan ie aan lijkt te kunnen. Dit geldt trouwens ook voor de minibus die ons heeft opgepikt om bij de boot te komen. Daar zitten 15 stoelen in, maar op een gegeven moment zitten we er met bijna 30 mensen in… Het is even wennen aan de bewegingen van de boot, maar als ie na een uur nog steeds niet gezonken is krijgen we er vertrouwen in dat het we goed zal komen. Eerst varen we over het Tonle Sap meer, daar is niet zo veel aan, maar daarna komen we in een kleinere rivier naar Battambang. We varen langs allemaal bootdorpen. De mensen wonen hier op het water op drijvende pontons of echte boten. Alles van hout. Het is een bijzonder gezicht. Hoe verder we stroomopwaarts komen hoe armoediger echter de dorpen worden. We zien pure armoede, boten die op het droge zijn gelegd, omdat het water te laag is komen te staan en mensen die wonen onder flappen plastic in de brandende hitte. Foto’s maken voelt op een gegeven moment gewoon genant. De droogte en daardoor de steeds beperkter wordende diepgang van het water maakt dat de boot regelmatig moeite heeft om in beweging te blijven. Totdat op een gegeven moment de boot vastloopt en de motor zo hard begint te loeien, er een pijp los schiet en water overal uit de motor opspuit, einde oefening… Gelukkig zijn de mensen hier echte handy men en binnen een kwartier hebben ze de motor weer aan de praat, om in de volgende bocht de toeristen die het dichts bij de motor zitten volledig onder modder water te bedelven als de pijp weer los schiet… Nogmaals gepruts en gesleutel en gepeddel om los te komen en we zijn weer onderweg. Net voor donker meren we aan in Battambang. Er is helaas geen tijd meer om hier uitgebreid rond te kijken. Het doet aan als Pakse en Savannakhet, Frans koloniaal. We vinden een prima hotel, een aardige hap te eten (hoera weer indiaas) en boeken een bus terug naar Phnom Penh voor de volgende ochtend. Zo rollen we Phnom Penh weer in en bereiden we ons voor op het laatste stukje van onze fietstocht, zuidwestwaarts door Cambodja naar Thailand.

 

De weg Phnom Penh uit is helaas under construction. Onze stalen rossen worden hobbelpaarden en al stuiterend en stoffend verlaten we de Cambodjaanse hoofdstad. We overnachten in Kompong Speu, waar we de Nederlandse Annemarie ontmoeten die daar een project begeleidt waar jongens en meiden uit arme dorpen worden opgeleid om te voorkomen dat ze in de seksindustrie verdwijnen. Onderdeel van het project is een guesthouse en restaurant. Samen met Annemarie en Ben, een vrijwilliger uit de VS, gaan we ‘s avonds een hap eten in een lokaal tentje en wisselen we ervaringen uit. Annemarie vertelt ons dat er in Cambodja vanwege de armoede veel kinderen door hun ouders worden verkocht aan mensenhandelaren. Het was ons al opgevallen dat er regelmatig bij hotels staat dat het verboden is voor sekstoerisme, maar ondertussen gebeurt er van alles wat het daglicht niet kan verdragen. Het project van Annemarie wordt geleid door een Cambodjaan en is een druppel op de gloeiende plaat, maar voor de jongens en meiden die wij in het guesthouse ontmoeten een gouden kans.

 

Na Kompong Speu rijden we naar Sre Ambel. De weg is veel te druk en te smal met een onverharde berm waar we regelmatig opgedrukt worden door al het vrachtverkeer. Als we het laatste stuk naar Sre Ambel eindelijk van de hoofdweg nummer 4 af zijn is het gelijk prettiger fietsen. Na Sre Ambel gaat het op en neer door de Kardamom bergen. De weg gaat niet hoger dan over rond de 200 meter, maar door de hitte en de droogte is het pittig. We eindigen de dag in Trapang Ruong waar een lokale organisatie homestay’s organiseert voor toeristen die de jungle van de Kardamom bergen in willen. We worden ondergebracht bij een lokaal gezin. Zij wonen in een houten woning op palen. Het is erg eenvoudig. We krijgen een kamer waarin een dikke matachtige matras op de grond ligt met een grote klamboe er boven. De fan doet het niet, airco is hier niet aanwezig. We wassen ons met bruinig water uit een grote ton waar we met een plastic bakje water uit scheppen en over ons heen spoelen. Wat ons erg verbaasd is dat er wel een zit-wc is in plaats van de verwachte hurk-wc. Dit zal dan wel zijn om toeristen niet helemaal in eenvoud onder te willen dompelen, omdat ze andere misschien weg blijven? Het gezin bestaat uit twee grootmoeders, twee meiden en een jongetje van elf. Het mannetje is wel nieuwsgierig naar de logees en hij schuift buiten bij ons aan tafel. We proberen wat met hem te praten in het Engels en pakken ons vertaalboekje en point it er bij. Pin Pin is helemaal enthousiast en haalt zijn schoolboeken Engels te voorschijn. Ook oma is inmiddels aangeschoven met haar Engelse cursusboeken en aan de hand van de plaatjes uit de point it leren wij de Cambodjaanse woorden voor allerlei dieren en fruit en leert Pin Pin ze spreken en schrijven in het Engels. We lezen samen oefeningen uit zijn schoolboek en hebben dikke pret. Tegen half zeven komt zijn zusje en fluistert wat in zijn oor. Dan zegt die lieve schat “Pin Pin eat rey”. Inmiddels hebben we helder dat het uitspreken van de “s” aan het einde van een zin erg lastig is voor de Zuidoost Aziaten, en begrijpen we dat het etenstijd is voor Pin Pin en zijn familie. Wij duiken onder de klamboe en lezen een boek. Na het eten moet Pin Pin naar bed, maar verzamelt de rest van de familie zich naast onze slaapkamer boven in de palenwoning om een portable dvd-speler om gezellig een Cambodjaanse draken- en prinsenfilm te kijken. Tegen tien uur gaan alle lichten uit en is het stil, op het gesnurk van de snotverkouden Pin Pin na dan… Joor heeft een hele koortsige nacht en voelt zich meer dan slecht ’s ochtends. We besluiten dan ook de laatste 60 km naar Koh Kong met een busje af te leggen. We regelen dit bij het informatiecentrum van de homestay organisatie en dat gaat heel mooi. Om acht uur rolt er een minivan voor met een drager voor de fietsen. De fietsen en al onze bagage gaat er op en in en dan maken we nog een stop waarbij 17 Cambodjanen en twee baby’s er bij in komen, zodat we met meer dan volle bak over de Kardamom bergen door de jungle naar Koh Kong zoeven.

We vinden snel het 99 guesthouse waar Joor goeie reviews over had gelezen en houden twee dagen rust. Op de dag van vertrek blijkt Stel niet helemaal fit. De 100 km naar het Thaise Trat valt zwaar. Maar we zijn er op gebrand om nog voor het einde van het weekend op het eiland Ko Chang aan te komen, zodat we daar nog een dag of vijf kunnen relaxen. Zo gezegd zo gedaan. Op Ko Chang maken we de laatste fietskilometers waarbij de teller op ruim 7000 kilometer staat. We rollen langs een prachtig resort, Flora i Talay, en besluiten om nog even lekker te splurgen deze laatste dagen. Met een bungalow aan het strand met uitzicht op de blauwe zee is het puur relaxen. We doen nog een dagje een introductie duikles. We varen met de boot van een Nederlandse duikschooleigenaar naar een rif ten zuiden van Koh Chang. Helaas is het een wilde zee en is de helft van de mensen al ziek voor we op de plek zijn. Het duiken is een ervaring apart. We zien prachtige vissen en zeedieren, maar we merken ook dat we het een ietwat claustrofobische ervaring vinden. We gaan dan ook niet door voor ons duikbrevet, maar genieten de resterende dagen van onze hangstoelen aan het strand.

 

Afgelopen vrijdag zijn we met de hele pakkelage naar een hotel gegaan bij de airport van Bangkok en hebben daar de fietsen gestald. Van ‘t weekend hebben we rondgekeken in Bangkok en nu zitten we weer bij de airport. De fietsen zijn ingepakt en de spulletjes liggen klaar om weer in de tassen te gaan voor de terugreis. 5,5 maanden Zuidoost Azie waren mooi. We hebben zoveel fijne, leuke, grappige, indrukwekkende, mooie, maar soms ook lastige en zwaardere momenten meegemaakt. Zoveel dingen gezien, gedaan en mensen gesproken daar kunnen we wel weer even op teren. Voor nu zijn we klaar om weer naar huis te gaan, dan kan alles gaan bezinken. We hopen dat jullie plezier hebben beleefd aan het meereizen via onze verslagen en hopen jullie binnenkort weer in goede gezondheid te zien en spreken!

 

Update Laos 2 en Vietnam 2

Posted by JenSfietsen on February 24, 2014 at 9:05 AM Comments comments (0)

24 februari 2014


 

Ubon Ratchathani (Th) – Khong Chiam – Pakse (Laos) – Champasak – Pakse – Paksong – Tat Lo – Khong Sedon – Paksong – Savannakhet – Donghen – Lampoy – Muang Phin – Dansavan – Dong Ha (Vietnam) – Hue – Lan Co – Hoi An – Thanh My – Kham Duc – Dak Glei – Kontum – Che Se – Ea Drang – Buon Ma Thuot – Dak Song – Dak Som – Bao Loc – Phan Thiet – La Gi – Ba Ria – Ho Chi Min/Saigon

 

Sabaydee en Xin Chiao en Chuc Mung Nam Moi!

 

Vanuit Ho Chi Minh weer een update van de afgelopen zes weken. De laatste keer dat we mailden zaten we vlak voor de grens met Laos in Ubon Ratchathani. Na twee dagen fietsen zaten we weer in Laos. De grensformaliteiten leverden wederom geen problemen op en binnen vijftien minuten waren we weer in Laos waar de kinderen net uit school kwamen. Het was direct weer als een warm bad, zoveel vriendelijkheid van die mensen. De kinderen fietsten gezellig met ons mee en overal klinkt het Sabaydee!!! Welkom terug in Laos!

 

Pakse is een stoffige, rommelige plaats aan de Mekong. Hier en daar herinneren gebouwen aan de Frans koloniale tijd en er zijn een aantal luxe hotels met bistro’s gericht op Franse toeristen, de Laotianen achter de receptie spreken ons zelfs in het Frans aan. Deze hotels liggen echter buiten onze prijsklasse, maar voor een ontbijtbuffet schuiven we graag aan. Wij nemen onze intrek in het Saigon hotel, een guesthouse van Vietnamese kwaliteit met de ons bekende dubieuze schoonmaakactiviteiten, maar het heeft twee goede matrassen met wit linnen, dus daar gaan we voor. De Vietnamese ambassade in Pakse is open tot half vijf en we besluiten ons alvast te laten informeren over hoe we een Vietnamees visum kunnen aanvragen. De medewerkers van de ambassade zijn uiterst vriendelijk (dat maak je zelden mee) en voor 80 dollar per visum willen ze het direct nog voor ons in orde maken. We kunnen ook vijf werkdagen wachten voor 70 dollar, dus dan is de keus snel gemaakt. Om kwart voor vijf staan we weer buiten met een glimmende sticker van het Vietnamese visum in ons paspoort. Dat is nog nooit zo strak verlopen. We vieren met Indiaas eten dat we nu de volgende dag al naar Champasak kunnen vertrekken en niet meer achter een visum aan hoeven.

 

Naar Champasak ligt een strakke nieuwe weg en we arriveren al voor de lunch. Joris rijdt daarna nog door naar de resten van een vroeger belangrijke tempel even buiten Champasak om samen met een groep Thaise toeristen een paar mooie foto’s te maken van Wat Phou, een tempel die mogelijk de blauwprint is voor latere tempels in Angkor Wat (Cambodja). Champasak ligt ook aan de Mekong en op het terras van “Champasak with love”, wat onder leiding staat van een Thaise eigenaar, eten we heerlijk bereide maaltjes met prachtig uitzicht over de Mekong.

 

Na Champasak charteren we een klein bootje voor een korte oversteek over de Mekong om via een andere weg terug te rijden naar Pakse en dan door te fietsen het Bolaven plateau op naar Paksong. Op het Bolaven plateau vindt de Laotiaanse koffieproductie plaats. Deze wordt verbazend genoeg veelal gerund door Vietnamezen (ruim een maand later fietsen we aan de andere kant van de grens in Vietnam en daar zien we overal koffieplantages en dan begrijpen we waarom er zoveel Vietnamezen begonnen zijn in Laos, zelfde terrein, nog veel mogelijkheden). Op de klim naar Paksong op 1300m zijn verschillende watervallen te bezoeken en bij een van deze ontmoeten we Stanley uit de UK op z’n mountainbike. Hij woont al acht jaar in Laos, is getrouwd met een Laotiaanse en sinds een jaar probeert hij bosbessen te verbouwen op het plateau. Dat is allemaal niet zo makkelijk, want zijn grond moet deels nog ontdaan worden van bombies (onontploftje bommetjes uit een clusterbom), wat een tijdrovende bezigheid schijnt te zijn. Hij fietst met ons mee terug naar Paksong en ondertussen vertelt hij honderduit. Hij is zichtbaar blij dat ie weer eens Engels kan spreken. Z’n huis is, naar zijn eigen zeggen, te klein om gasten te ontvangen, maar hij wijst ons in Paksong op een prima guesthouse. Bij het ondergaan van de zon nemen we afscheid. Het koelt snel af en met onze lange onderbroeken kruipen we even voor acht uur diep onder de dekens.

 

De volgende dag dalen we het plateau weer af, maar eerst bezoeken we nog een mooie koffieplantage. Hier leren we hoe de koffie van bes naar boon naar koffie verandert. Interessant.

We arriveren in de middag in Tat Lo waar een schitterende waterval vlak achter het dorp ligt. Hier ontmoeten we weer een paar andere toeristen, waaronder de Nederlandse Joke van 63 jaar, die alleen aan het backpacken is, iets wat ze al jaren doet door allerlei continenten. Savonds eten we gezellig samen bij Mama Pap en wisselen ervaringen uit.

 

Na Tat Lo vervolgen we onze weg richting Savannakhet. De eerste dag fietsen we door outback Laos, hier zien de mensen zelden toeristen. Als we stoppen bij een winkeltje voor wat drinken verzamelt zich dan ook binnen no-time een steeds groter wordende schare kinderen die ons op afstand bestuderen. Helaas zijn ze het Engels niet zo mondig en ons Laotiaans is minimaal, dus het contact blijft beperkt tot groeten en naar elkaar lachen. Bij vertrek zwaaien ze ons allemaal na. Hartverwarmend.

 

Na de outbackroute komen we weer op de hoofdweg naar het noorden die uitkomt in Vientiane. Gelukkig valt het mee met de drukte van het verkeer en is de weg van goede kwaliteit. Na lezen in de reisgids en de relaxedheid die wij ervaren in het zuiden van Laos besluiten we om een kleine omweg te maken om ook nog de Mekong in Savannakhet aan te doen. Savannakhet is net als Pakse een voormalige Franse koloniale plaats. Het heeft een knusser centrum, met oud koloniale huizen en het ademt rust. We drinken cola aan de Mekong en vinden een gezellig restaurantje dat Westerse maaltjes maakt. Na alle noodlesoep is dat wel weer erg lekker. Echter valt het eten niet goed en Stel is een dag uitgeschakeld met buikloop. Na een dag rust gaat het weer ok en we vertrekken oostwaarts naar Vietnam. Maar het beest blijkt hardnekkiger dan gehoopt en we kunnen niet meer fietsen dan halve dagen. De wind zit ook niet mee, blaast voortdurend uit het oosten en er zijn veel wegopbrekingen, wat gaten, gravel en stof betekent. In Lampoy moeten we gedwongen een dag rust nemen. Lampoy is een stip op de kaart, een strip met huizen direct langs de weg een paar winkeltjes en verder niks. Althans dat dachten wij. Om zes uur savonds echter knallen de bassen door de muren van onze kamer. Er blijkt een groot kermisterrein te zijn ingericht net buiten het dorp. Het is al donker als we even gaan kijken en verwonderen ons over wat we aantreffen. Er staat een groot podium waarop gedanst en gezongen wordt. Daar staan vele rijen met stoeltjes voor, waarvan nog niet een kwart bezet is. De geluidsboxen staan op meer dan vol open en zonder gehoorbeschadiging houd je dit niet langer dan een kwartier vol. De Laotianen lijken er echter geen last van te hebben. Op het terrein naast de stoeltjes kun je met pijltjes op ballonnen schieten om knuffels te winnen, daar verkopen ze suikerspinnen en er zitten met name veel Laotinanen rondom kleedjes waarop gegokt wordt. Op een soort roulette-achtig ingericht speelkleed kunnen de mensen hun geld inzetten en wordt er vervolgens met dobbelstenen gerold. De duizendjes gaan snel van hand tot hand. De mensen en kinderen kijken ons met grote ogen aan. Twee blanke reuzen is duidelijk niet wat ze gewend zijn, wij verwonderen ons over hun, maar zij verwonderen zich evenzoveel zo niet meer over onze aanwezigheid. We houden al die starende blikken snel weer voor gezien en duiken met oordoppen in ons bedje. De volgende dag als we langs het terrein fietsen is het meeste al afgebroken. Wat rest is een puinhoop aan zakjes en papiertjes. Laat maar waaien lijkt het motto. Zoals we dat al op veel plekken op onze reis in Zuid-Oost Azie zagen en nog zullen zien...

 

Door de vertraging van buikloop, tegenwind en wegopbrekingen bereiken we Vietnam later dan verwacht. Dat is jammer, want nu hebben we minder dan een maand om naar Saigon te fietsen. Het visum heeft fixed dates en we krijgen op 31 januari een stempel die geldig is tot en met 25 februari. Niet getreurd, we bekijken wel even hoe dat uitpakt in de planning. We stellen vast dat we wederom prettig hebben gefietst in Laos, het Zuiden is ons stukken beter bevallen dan het Noorden. Het leven lijkt hier minder bepaald door toerisme, het is authentieker Laotiaans. De kinderen zijn geweldig, zoveel hartverwarmende begroetingen, dat was toch wel heel bijzonder. Maar nu is het weer tijd voor meer actie. We maken ons op voor drukker verkeer en energiekere mensen, op naar Vietnam. Het leuke is dat de dag waarop we Vietnam weer in fietsen 31 januari is en deze dag het officiële nieuwe jaar inluidt voor de Vietnamezen. Het lijkt voor ons een soort time warp, want in de nacht van 30 op 31 januari worden we om 12u snachts gewekt door de plotselinge knallen van het vuurwerk, gelukkig nieuwjaar (again??!!)!

Bij de Laotiaanse grens hoeven we dit keer geen extra’s te betalen, dus steken we onze laatste Kippen (Laotiaanse munteenheid) in de bus voor het Rode Kruis en fietsen we naar de Vietnamezen. Ondanks hun (waarschijnlijk) korte nacht zijn ze goedgemutst, het is immers Nieuwjaarsdag, en ook hier zijn de stempels snel gezet. Chuc Mung Nam Moi! Gelukkig nieuw jaar!

Het is nog maar half negen sochtends, maar vele Vietnamezen zijn al in de weer op hun scooters. Het is blijkbaar gebruik om bij elkaar op bezoek te gaan en samen te eten en te drinken. Op straat liggen snoepjes en rijst en nep-geldbriefjes, zowel Dollars als Vietnamese Dong, dit alles om een gelukkig nieuw jaar in te luiden. De meeste winkels en restaurants zijn gesloten en dat kan nog wel de hele week duren. Tet, het nieuwe jaar, wordt namelijk dit jaar twee weken gevierd. Overheidsinstellingen zijn al dicht vanaf 25 januari en gaan pas weer open op 5 februari.

 

We fietsen door Khe San, wat tijdens de Vietnam oorlog een belangrijk strijdtoneel is geweest. Het ligt op een bergtop, waarna je een enorme val naar beneden maakt richting de kust. We rijden over Highway 9, deze weg loopt een paar kilometer onder de Demilitarized Zone, de zone die tijdens de oorlog Noord en Zuid Vietnam scheidde. We fietsen onder andere langs de Rockpile, een rots waarop de Amerikanen hun kanonnen hadden gelaatst.. Bizar als je je probeert voor te stellen wat zich daar heeft afgespeeld. Voor vertrek hebben we beide het boek Matterhorn gelezen en met dat (en natuurlijk Tour of Duty enz) in gedachten en dan hier en nu door dit landschap fietsen, geeft ons nog meer het gevoel “Waar waren die Amerikanen aan begonnen?”. Het landschap is zo ruig, dichte bebossing, steile hellingen, moesonregens, muggen, bloedzuigers en dan die hitte en neem dan die slanke, kleine, wendbare Vietnamezen die hier opgegroeid zijn en gewend zijn op blote voeten te lopen en op het land te werken, ten opzichte van die grote veelal roze Yankees, net 18 jaar, nog nat achter de oren… bij voorbaat een kansloze strijd, what were Johnson and Nixon thinking… Ze hadden hier niks te zoeken.

 

Maar goed, bijna veertig jaar later ontmoeten wij op de fiets lachende gezichten op Nieuwjaarsdag en de weken daarna. Veel hello, how are you, happy new year, peacetekens en zwaaiende Vietnamezen. Ongetwijfeld dat er nog veel leed achter de voordeuren is dat nog voortkomt uit deze vreselijke oorlog, onder andere door Agent Orange, het destijds ingezette chemische wapen dat nu nog steeds verantwoordelijk is voor de geboortes van mismaakte kinderen, van huidziektes, kanker en andere ellende. In het War Remnants museum in Saigon treffen we hier nare voorbeelden van aan. Echter in het Vietnam van nu dat wij vanaf de fiets zien lijkt het optimisme te overheersen. Vietnam groeit en bloeit en is op steeds meer plekken al behoorlijk modern.

We fietsen van Dong Ha, naar Hue en via de kust naar Danang en Hoi An, waarna we de bergen in gaan om over de Ho Chi Min Highway naar het zuiden te rijden. In Hoi An blijven we een paar dagen, omdat het zo’n prettige plaats is (en we een heerlijk hotel hebben ;), met een prachtig oud centrum met traditionele gele huizen en een heerlijke wanorderlijke voedsel- en warenmarkt.

 

In de grote steden waar we doorheen fietsen, zoals Hue, Danang, Kontum en Buon Ma Thuot zien we veel hip geklede, jonge, goed opgeleide mensen die op snelle scooters de steden doorflitsen. We zien veel goedgebouwde Vietnamese huizen en luxe hotels en restaurants. Hier en daar duiken supermarkten op. Het verschil met het platteland is wel groot. Hier zien we nog met name de eenvoud overheersen. Door de bergen over de Ho Chi Minh Highway zien we armoedige houten huizen, smoezelige kinderen en gaan de mensen vaker gekleed in viezige kleren. Waar het langs de kust stikt van de rijstvelden, zien we in de bergen overal koffieplantages. Veel van de bomen staan in volle bloei, de witte bloemetjes geven een heerlijke jasmijnachtige geur af die als een zweem door de dalen trekt.

 

We besluiten bij Gia Nghia van de HCM Highway af te gaan om weg 28 naar het zuiden te volgen, zodat we via de kust naar Saigon kunnen fietsen. De HCM Highway wordt steeds drukker en er zijn veel wegwerkzaamheden, en aangezien elke kilometer aanbesteed kan worden door een andere partij, kun je je voorstellen dat het een lappendeken is van oude weg, nieuw asfalt, gravel, weggeschraapt asfalt, keien, gaten, smal en met name veeeeel stof… De 28 staat zowel op onze kaart als op de GPS app op de mobiele telefoon, maar geen van beide heeft het bij het goede eind helaas… Rond drie uur s’middags belanden we in een eenvoudig dorp, Bre Se, waar de weg lijkt op te houden. Navraag aan de dorpelingen over hoe we door kunnen fietsen naar Di Linh levert onduidelijke informatie op. We proberen op de splitsing een weg die op de app juist lijkt. Echter na 2 kilometer eindigt deze in keien, einde asfalt. De scooterrijders die we tegenkomen wijzen ons terug naar de splitsing. Weer in het dorp beginnen we te begrijpen wat de dorpelingen ons proberen uit te leggen. De weg bestaat niet meer, we moeten 30 kilometer terug naar Quang Ke en daar een afslag nemen die niet op onze kaart staat en ook niet op de app. Blijkbaar een nieuwe weg. Er is namelijk een stuwdam aangelegd, die de weg 28 onder water heeft gelegd. Die stuwdam waren we al eerder gepasseerd, we voelen nu pas de nattigheid... Dit betekent een omweg van een dag extra fietsen. Dat is balen, omdat we al vijf lange fietsdagen onafgebroken onderweg zijn en het is jammer, omdat ons visum rap afloopt, betekent dat weer een dag minder rust. Maar hier in de middle of nowhere hebben de mensen geen auto en er gaan nauwelijks bussen, dus terugfietsen naar het vorige dorp en kijken of we ergens kunnen slapen, om de volgende dag de terugweg te aanvaarden en de omweg in te slaan, is de enige optie die ons rest. Wonder boven wonder staat er een bordje met “guesthouse” in het dorp. Maar aan de staat er van te zien, is het niet meer heel actief... Echter de eigenaresse ziet onze nood en besluit een kamertje voor ons op te lappen, zodat wij daar onze intrek in kunnen nemen. Het is een hok zonder ramen, de stroom valt elk half uur uit, maar het heeft een douche en hurk wc en een tweepersoonsbed en met onze eigen slaapzakken maken we er weer wat van. Er is helaas geen restaurantje/eethuis in het dorp, de dame in de noodletent tegenover het guesthouse haalt, als wij vragen of we bij haar wat kunnen eten, een bak met ondefinieerbare stukken vlees uit een kastje (lees: geen koelkast) en gebaart dat ze daar wel wat van kan maken voor ons. Wij gaan toch maar voor onze instantnoodles….

 

Na een onrustige nacht zitten we om half zeven weer op de fiets terug naar Quang Ke. Daar vinden we zonder problemen de juiste afslag naar de nieuwe weg, die ons om de hoogste pieken heen leidt, maar wel over passen van 1000m en die na 50km aansluit op een weg die gelukkkig wel op onze kaart staat. Na 108km bereiken we Bao Loc. Dan doen we nog een laatste monsteretappe van 137km naar Phan Thiet via Di Linh over een pas van 1150m. Dit is een prachtige klim en afdaling en als we op 300m zitten omarmt de hitte ons als een dikke deken. Dat is even wennen. De laatste veertig kilometer Joor voorop en Stel in de slip stream en zo komen we vlak voor zessen aan bij de zee, heerlijk!

 

We nemen een dagje rust om de knieen en zure spieren te laten herstellen. We luieren aan het zwembad en bekijken de kitesurfers aan het strand van Mui Ne. Omdat we er een hekel aan hebben om de fietsen op een bus te moeten laden, moeten we de volgende dag weer door, om in drie dagen Saigon te kunnen bereiken. Maar deze weg is geen straf. Hij volgt de eerste twee dagen strak de kust en dat is prachtig. De wind is in onze rug, het is een graad of 35 en we blazen met een mooie gemiddelde snelheid van Phan Thiet via La Gi naar Ba Ria. Onderweg ontmoeten we Harvey, een Welshman op de fiets. Hij fietst gezellig met ons mee tot aan Saigon. Daar kwamen we de 22ste februari aan en daar zitten we nu nog.

Ho Chi Min City, Saigon, beide namen worden gebruikt, blijkbaar zit daar stiekem toch nog wat opstandigheid van de Zuid Vietnamezen. Saigon bruist, het is een enorme stad, het stikt van de scooters en net als in Hanoi willen studenten graag in het park een praatje aanknopen met de toeristen om hun Engels te oefenen. Ondanks dat het een miljoenenstad is, kom je dezelfde toeristen wel tegen, we lopen meerdere malen Harvey tegen het lijf in de toeristenzone en bij het museum. Heel bijzonder is als we op het terras een hap zitten te eten en daar een bekend gezicht van onze eerste wereldreis voorbij loopt. Ennio roepen we in koor! Deze Italiaanse motorrijder zagen we begin 2006 in Egypte en nu is hij hier aan het toeren op de motor. It’s a small world after all! Hij schuift gezellig aan en we praten de hele avond bij.

 

In Laos kwamen we veel fietsers tegen die Vietnam vermeden, omdat ze gehoord/gelezen? hadden dat Vietnam een lastig en veel te druk en gevaarlijk land zou zijn om te fietsen. Het lastig zou dan met name duiden op de mensen, altijd onderhandelen, altijd worden afgezet… Wij hebben daarentegen genoten van Vietnam. Vietnam bruist met al die bezige mensen, allemaal verkopen ze wel wat, eten gebeurt bij kleine eetstalletjes aan de straat op kleine krukjes, de hele dag door. Het drukke verkeer vormt een geweldig schouwspel om naar te kijken. Als je begrijpt hoe hier de dans van het verkeer werkt, dan is het helemaal niet zo druk en gevaarlijk. Die scooterrijders zijn juist ontzettend vermakelijk om te zien. Ze zitten er wel met z’n drieen of vieren op, of met tassen vol eenden, groenten, hooi en ballonnen. De kinderen worden vervoerd zonder helm, ingeklemd tussen de ouders, de kleintjes soms in een soort stoeltje, meestal gewoon staand. Vietnamezen begroeten ons graag, ze lachen en zwaaien en ja, soms proberen ze je meer te laten betalen dan zou moeten, maar met een lach en een onderhandeling reduceert dat bijna altijd weer tot normale proporties. Behalve een keer bij een waterval, een toeristische stop-over, toen een moeder vond dat haar zoon ons te weinig had gevraagd en ze achteraf nog 10.000 extra wilde. Daar kwam een stok aan te pas en ze gilde als een mager speenvarken. Om 35 cent willen we geen nieuwe oorlog… Verder was het voor ons nooit een probleem. Op de fiets kom je op zoveel plekken waar ze nauwelijks Westerlingen tegenkomen, het komt niet in ze op om je te veel te laten betalen. Zo eerlijk, hartverwarmend.

We hebben een geweldige tijd gehad in Vietnam, zowel in Noord als in Zuid. Het is jammer dat ons visum afloopt. Morgen gaan we in een dag de grens met Cambodja over. Onze reis loopt ook tegen zijn eind. Over vier weken moeten we in Bangkok zijn voor onze vlucht terug naar Nederland. Maar gelukkig is het nog niet zover. Eerst gaan we Cambodja nog bekijken en ergens aan het strand liggen in Thailand. De temperaturen zijn hier nog steeds geweldig, we hebben geen regen meer gezien sinds begin december en de afgelopen etappe welgeteld twee bewolkte dagen gehad. We beleven een eindeloze zomer, in tegenstelling tot jullie eindeloze herfst (sorry voor jullie). Het fietsreizen verveelt ons nog niet. We gaan nog even door!

 

 

Update Thailand

Posted by JenSfietsen on January 13, 2014 at 6:50 AM Comments comments (0)

Vientiane – Nong Khai – Sang Khom – Chiang Khan – Loei – Dan Sai – Chat Trakan – Phi Chai – Sukothai – Tak – Bhumibol dam – Thoen – Li – Hot – Kong Loi – Mae Sariang – Mae La Noi – Khun Yuam – Mae Hong Son – Sop Pong – Pai – Pa Pae – Chiang Mai – Ayuthaya – Ubon Ratchathani

 

Sawadee Kaaaaaa! (Stel), Sawadee krap! (Joor)

 

Zaterdag 7 december vertrokken we uit Vientiane via het Buddhapark (een prachtige tuin met vele buddha- en andere religieuze beelden) de grens over naar Thailand. De grensovergang vormt geen enkel probleem. Het visum hadden we al geregeld en de stempel voor 2 maanden is dan ook snel gezet. Joor monteert gelijk de spiegels aan de andere kant van het stuur, want vanaf nu moeten we links rijden… en das flink wennen zeg! Rechts rijden en op die manier kijken en de verkeerssituatie inschatten zit zo diep ingesleten dat we zelfs na ruim een maand af en toe nog steeds als we ergens rust hebben gehad de rechterkant van de straat op rijden als er geen verkeer is (moet gezegd worden dat dat bij Stel hardnekkiger verkeerd gaat dan bij Joor, die dan weer roept “LINKS!”” waarop Stel dan vaak eerst links kijkt om te zien wat daar dan te zien is omdat ze denkt dat Joor daar iets moois gezien heeft…;). Tot nu toe heeft het gelukkig nog niet tot fietsongelukken geleid en de spiegels vormen voortdurende goede reminders en over twee dagen zitten we weer in Laos en mogen we weer gewoon rechts rijden.

 

Maar wat een relaxed fietsland Thailand! Vriendelijke mensen, vrije goede wegen, bijna overal prettige hotels en lekker eten. We hadden vantevoren het idee om vanaf de grens Thailand van oost naar west te doorkruisen naar de grens met Birma om vervolgens noordwaarts via de bergen in Chiang Mai uit te komen, maar we wisten nog niet precies via welke wegen dit het beste zou gaan. Al snel komen we er achter dat onze kaart uit Nederland veel te grof is in schaal. Via een van de vele Westerse mannen die hier in vrijwel elk dorp opduiken met meestal een Thaise schone aan hun zijde (daarover later meer) krijgen we een goeie tip voor kaarten bij de 7-Eleven supermarkt (waarvan er ontzettend veel zijn hier). Gewapend met een betere kaart kunnen we via kleine wegen onze route verder uit stippelen. Onze eigen kaart komt ook nog steeds van pas voor de hoogtelijnen, op de Thaise kaart lijkt alles vlak en dat valt in de praktijk regelmatig behoorlijk tegen.

 

Vanaf de grens fietsen we eerst langs de Mekong tot aan Chiang Khan, een mooie groene route. Eerder zagen we de Mekong al vanaf de Laotiaanse kant en dat was goed bevallen. Het grappige van het gebied rondom een landsgrens is dat het landschap redelijk hetzelfde blijft, maar dat de mensen, de geluiden en de gebruiken er toch een beetje anders uitzien dan in het vorige land. Wat ons met name opvalt zijn de vele vogels met hun prachtige kleuren en hun gezellige gekwetter. In Laos was het vaak ontzettend stil (daar zagen we wel veel mooie vlinders). Ons is verteld dat dit komt doordat de mensen daar op vogels jagen en ze opeten… De vogels die daar nog zijn zitten in kooitjes gevangen en hangen voor de winkels.

 

We merken dat het in Thailand schoner is, de boel lijkt beter voor elkaar, het is welvarender, we zien veel dure auto’s, de levenstandaard is op veel plekken behoorlijk hoog, er zijn regelmatig supermarkten en grote hypermarches als Big C en Tesco Lotus. Deze supermarkten zijn zoals bijvoorbeeld de Carrefour in Frankrijk je kunt er te kust en te keur (en daarom jagen ze waarschijnlijk ook niet meer op vogels). Verder zien we veel “eigen” toeristen. Chiang Khan is zo’n Thais toeristenoord. Uit de grote steden, met name Bangkok en Chiang Mai, komen de Thai hier om hun vrije dagen door te brengen. Het gekke is dat de hotels en restaurants niet of nauwelijks uitzicht bieden op de Mekong. Ook vakantiebungalowtjes die we eerder en later zijn tegen gekomen worden veelal gebouwd zodat de veranda uitzicht biedt op de parkeerplaats in plaats van de bergen of de rivier… logisch toch?

 

De doorsteek van oost naar west leidt ons na Chiang Khan door rijstvelden en rustige dorpjes, over een paar bergen van 800 a 1000m hoogte, eerst naar het oude Sukothai. Dit was de hoofdstad van een van de koninkrijken van lang geleden. In het oude Sukothai is een historisch park waar nog resten van tempels te vinden zijn die de grootsheid van het koninkrijk van vroeger weergeven. Hier komen we weer wat Westerse toeristen tegen. Dat we op onze route door Thailand veel minder Westerse toeristen tegenkomen vinden we een verademing ten opzichte van Laos. Al die blanke koppen die daar het straatbeeld bepaalden... De Thai langs de weg groeten ons vriendelijk, maar we missen stiekem wel weer het enthousiasme van de kinderen in Laos. Wat ook ontzettend opvallend is zijn de vele Westerse mannen die we hier tegenkomen. Op de gekste plekken, de kleinste dorpen, elke dag komen we wel weer een blanke man van middelbare leeftijd (vaak grijskopjes) tegen die zich in Thailand heeft gesetteld. Begrijpelijk, het klimaat is hier heerlijk, het eten idem dito en er lopen natuurlijk veel mooie Thaise dames rond, maar soms is het leeftijdsverschil daarmee wel errug groot…

 

Na Sukothai willen we de bergen in naar Mae Sot, aan de grens met Birma, maar na het poetsen van de fietsen in Tak begint Joors rug weer te protesteren. We besluiten de bergen nog even uit te stellen en we fietsen eerst naar de Bhumibhol dam. De grootste dam van Thailand is opgezet als een ware toeristentrekker met een heuse golfbaan. Echter in de praktijk valt het met de drukte wat tegen en is er weinig te doen. Hoe meer we richting het noorden komen merken we dat het frisser begint te worden. Eerder op het Thaise nieuws zagen we al dat er een weeralarm (jaja) werd afgekondigd voor de noordelijke provincies, omdat de temperaturen overdag zouden blijven steken op gemiddeld 13 graden en er hier en daar nachtvorst mogelijk was. Er werden al dekens en eten uitgedeeld aan de bergvolkeren en er bleken al enkelen doden te zijn gevallen door de kou… Ze zijn hier duidelijk op andere temperaturen voorbereid dan wij in Nederland. Maar het moet gezegd worden dat het ’s nachts inderdaad fris begon te worden, de airco hoefde bij ons ’s nachts niet meer aan.

 

Na Hot gaan we de bergen in naar Mae Sariang. De klimmen omhoog zijn regelmatig vreselijk steil, my god, bijna 20%, ze lijken wel recht omhoog te gaan… zoveel hoogtemeters en 100km fietsen op een dag is dan echt te veel voor ons. Helaas zijn er halverwege geen hotels en we hebben geen tent mee... En dat op tweede kerstdag… Maar goed kerst is hier geen issue. De Thai zijn gewoon aan het werk en de kinderen gaan naar school, dus er lopen genoeg mensen rond om om advies te vragen naar een goede kerstherberg. Een Amerikaanse fietser die we in Laos waren tegengekomen had ons verteld dat hij regelmatig bij de politie had geslapen. Met het Nederlandse motto “de politie is je beste vriend” gaan we dat maar eens uittesten in Kong Loi. Een gewapende Thai in zwart uniform staat ons te woord en zowaar, hij vraagt even na binnen bij de baas en komt weer naar buiten en zegt dat het ok is. Dat ging makkelijk! Maar we moeten niet te vroeg juichen natuurlijk. Hij begeleidt ons naar een houten schuur achter het politiebureau, de archiefruimte. Daar mogen we wel slapen. Ok? Ok, beter dan in de buitenlucht zonder tent, maar spartaans is het wel. Even schakelen, maar ach op eerdere reizen hebben we wel op mindere plekken gelegen, this will do just fine for now. We halen een snelle hap eten in het dorp en spreiden vlak voor donker de fietshoezen, slaapmatten en -zakken uit op de grond en kruipen er in als Jozef en Maria in de stal, maar dan high tech zonder ezels, maar met stalen rossen. Het is wel even wennen zo half in de buitenlucht en de zomerslaapzakken blijken nauwelijks warm genoeg helaas. Aan het eind van de nacht is het strak lepeltje-lepeltje om het beetje warmte wat er nog vast te houden. Maar ach, dan komt gelukkig altijd de zon weer op hier en is het als snel weer een graadje of 25. De politieman komt nog even vragen of we een goede nacht hebben gehad en zeggen dat we internet kunnen gebruiken in het bureau… helaas geen aanbod van koffie voor Joor. Kap khun Kaaaa, Kap khun krap for the hospitality of the Thai police en we springen weer op onze fietsen. Over de laatste bergen en op naar een goed bed in Mae Sariang!

 

Maar dat bed bleek echter minder makkelijk gezegd dan gedaan. De dagen rond oud en nieuw zijn de Thai vrij en massaal op pad. Dit worden dan ook wel de "seven deadly days" op de weg genoemd.  Ondanks een uitgebreide campangne van de overheid stond de teller na twee dagen al op 80 doden en aan het eind van de week kwam deze ruim boven de 300 doden... Het enige ongeluk dat wij gelukkig maar tegenkomen is van twee Polen op de scooter waarvan een vlak voor ons uit de bocht vliegt. Op wat schaven en een kapotgescheurde trui, jas en broek na staat ie al snel weer op zijn benen en hoeft Joor hier geen eerste hulp te verlenen. In tegenstelling tot in Laos, waar Joor een gevallen Laotiaanse scooterrijder zijn knie had gedesinfecteerd en verbonden en Stel hem en zijn vriend twee snoepjes gaf tegen de schrik. Deze onfortuinlijke Laotiaan had wat minder kleren aan dan de Pool... De bergen in, de ‘loop’ van Chiang Mai en Mae Hong Son, is dus een van de drukke populaire vakantieroutes deze week, ook voor Westerse motor- en scooterrijders trouwens. En om terug te komen op de zoektocht naar ons lekkere bed, hotels op de route blijken behoorlijk volgeboekt. In Mae Sariang moeten we daarom drie keer van kamer wisselen, maar we vinden steeds weer een relaxte kamer met uitzicht op de rivier en de bergen richting Birma. Je hoort ons niet klagen. Op het komende traject verder noordwaarts zijn ook nauwelijks hotels dus we boeken tegen onze principes toch vast twee hotels vooruit. Boeken is iets wat we eigenlijk nooit doen, omdat we wel zien waar we terecht komen, maar het vooruitzicht van oudjaarsnacht weer bij de politie lijkt ons niet zo aantrekkelijk. Oudjaarsavond in Khun Yuam stelt maar weinig voor en we liggen we al voor tienen op een oor, om even na twaalven een kwartiertje knallen te beluisteren en dan weer verder te tukken. De volgende morgen zitten we al vroeg aan het ontbijt en dat is maar goed ook, want in Khun Yuam is het ritueel dat de monniken op nieuwjaarsdag voor aalmoezen langs de mensen gaan. Het dorp is uitgelopen en de mensen staan met zilverkleurige kommen vol rijst en andere lekkernijen langs de weg om dit aan de langslopende monniken uit te delen. Er lopen twee monniken in witte gewaden voorop met een grote gong, de in oranje geklede monniken gaan daar achter aan. Het is een prachtig gezicht, zo op deze mistige Nieuwjaars ochtend van 2014.

 

In Mae Hong Son vieren we Nieuwjaarsdag en dat doen de Thai daar uitbundig met allerlei rituelen. Mae Hong Son heeft een prachtig tempelcomplex in Birmaanse stijl in het midden van het plaatsje. De tempel ligt aan een grote vierkante vijver. Hier laten de mensen ’s avonds lantarens op om het kwaad te laten verdwijnen, ze steken kaarsjes aan en wierook en stoppen dit op kleine houten bootjes om deze rondjes te laten maken om het altaar van de buddha. Mooie rituelen. Er is verder een gezellige nightmarket, er heerst een prettige sfeer. We hebben een hotel met zwembad en we luieren en genieten van dit relaxte begin van het nieuwe jaar.

 

Na Mae Hong Song gaat het via 1864 bochten over de bergen naar Pai. Wederom steiler dan steil, maar via haarspeldbochten gaan we over 1500 meter met een prachtig uitzicht over de bergen van Noord Thailand die zich uitstrekken richting Birma. Pai is een hippieoord. Vele jaren geleden ontdekt door toeristen, toen de sfeer, zo schatten wij in, langs de rivier nog relaxed was. Nu is het een schreeuwerig toeristenoord met overal scooter rijdende Westerlingen, dronken Engelsen die lallend over de rivier tuben in grote autobanden, vele toeristen die op olifanten gaan rijden en waar deze combinatie van mensen ’s avonds samen met de hippies gaat chillen met reggae en ska in een van de vele kroegjes die Pai rijk is.

 

Na twee dagen bereiken we via allerlei pittoreske binnendoor weggetjes Chiang Mai. De voormalige hoofdstad van Noord Thailand. Een prettige grote stad met vele voorzieningen (Indiaas eten!!) en een overzichtelijk oud centrum met een aantal mooie tempels. Chiang Mai was ons doel voor de eerste helft van de reis. We laten het olifantrijden en tijgeraaien in de omgeving van Chiang Mai verder voor gezien en regelen treinkaartjes voor het zuidelijke deel van onze fietsreis. Vanaf Chiang Mai hebben we vrijdagavond de nachttrein genomen naar Ayuthaya, de voormalige hoofdstad van Thailand. Deze nachttrein is relaxed. Hij vertrekt vanuit Chiang Mai en staat al twee uur voor vertrek klaar zodat we rustig alles in kunnen laden. We hebben een eerste klas slaapcoupeetje voor onszelf. Het heeft een stapelbedje met schone lakens en een klein wastafeltje. We kunnen eten bestellen uit de restaurantkar en dat wordt naar onze coupe gebracht. Lauw, maar wel lekker makkelijk en best ok van kwaliteit. Goed geregeld dit!

 

In Ayuthaya fietsen we een dagje rond door de restanten van het oude rijk. We vermaken ons met het kijken naar al die Thai die op olifanten de “elephant walk” doen, een blokje om de tempels op deze prachtige dikhuiden, maar we gruwelen bij de dansshow die door drie olifanten in rode apepakkies onder begeleiding van Thai met prikstokken opgevoerd wordt. Daar is heel wat dierenmishandeling aan vooraf gegaan voordat die olifanten zo met hun benen wiebelen en hun kop schudden op de maat van Thaise blermuziek…

 

De tweede nachttrein vertrekt, met bijna een uur vertraging, pas om 22.45u uit Ayuthaya. Omdat de trein uit Bangkok komt en dus op doorreis is kunnen we niet rustig eerst onze fietsen inladen bij de bagagekar en dan op zoek naar onze coupe. Nee, dit moet rappie rappie als de trein komt binnenrollen. En de pech wil dat de bagagekar achter de locomotief zit en de slaapcoupe aan het eind van de trein… Eerst hollen we helemaal naar voren om via allerlei obstakels bij de bagagekar onze fietsen snel af te laden, op te tillen en af te geven aan de mannen in de kar. Dan is het hollen terug geblazen met vijf fietstassen naar de achterkant van de trein. Dat hollen naar dat achterste treinstel staan ze ons helaas niet toe. De trein wil weg. Na kar 4 worden we naar binnen gedirigeerd en dan zit er niets anders op, dan ons door de slapende mensenmassa van de derde en tweede klas coupes naar kar nummer 14 te ploeteren. Errug onhandig, de paadjes zijn smal en onze bagage laat zich onhandig tillen (perfect voor op de fiets, maar anders wild bungelende ondingen). Druipend van het zweet bereiken we hetzelfde coupeetje als we twee dagen geleden achterlieten. Das dus ok. Tandenpoetsen en slapen maar, met oordoppies, bonkie bonkie, skwiek skwiek, schraap schraap, deze coupe lijkt wel te stuiteren en los te schieten, maar als we onze ogen openen om half 8 zijn we nog maar 40km verwijderd van Ubon Ratchathani, waar we, slechts een uurtje achter op schema, vanmorgen netjes binnenrolden. Het Thaise avontuur houdt voor nu weer even op. Nog anderhalve dag fietsen en dan zijn weer in Laos, om het zuiden van dit land te gaan ontdekken en om in Pakse een visum te regelen voor Vietnam om ook het zuiden van dat land te kunnen fietsen.

 

Na deze ruime maand Thailand staat de teller op 3975km. We hebben vandaag bij de Tesco Lotus nog snel even muesli en Nutella ingeslagen voor het ontbijt, want noodlesoup in de morgen blijft onaantrekkelijk voor ons zoetekauwtjes. Kom maar op met deel twee van deze reis: Zuid Laos, Zuid Vietnam en Cambodja!

 

 

Update Vientiane

Posted by JenSfietsen on January 13, 2014 at 6:45 AM Comments comments (0)

Dien Bien Phu – Muang Neua – Pak Nam Noi – Udomxay – Luang Nam tha – Vieng Pou Kha – Phimonsin- Houayxai- Pak Beng- Louang Prabang- Kiu Ka Cham – Hotsprings- Vang Vieng – Phon Hong- Vientiane.

 

Sabaidee!!

Alweer aan het einde van het volgende visum. Een maand Noord Laos zit er op. De komende dagen proberen we geduldig een visum te regelen voor Thailand. Dit gaat in verband met de verjaardag van hun koning waarschijnlijk een dagje langer duren.

In de afgelopen weken hebben we…

- het noorden van Laos van oost naar west doorkruist.

- 2 dagen met een boot op de Mekong doorgebracht.

- bijna 2 weken in verband met verschillende ongemakken stilgezeten

- de prachtige weg van Louang Prabang naar Vang Vieng gefietst.

en heel, heel, heel veel andere toeristen gezien.

Het contrast met Vietnam was opvallend. Vanaf het moment dat we de grens over waren was er rust. Groene heuvels en langzaam stromende rivieren. Nauwelijks verkeer. Slaperige dorpjes.

En eigenlijk vonden we het een beetje saai.

Laos is vergeleken met Vietnam minder ontwikkeld op de meeste gebieden. Er wordt nauwelijks gehandeld. Geen volgeladen brommertjes meer. De armoede is groter. Overal borden met ontwikkelingsprojecten. Ook hier is de oorlog in Vietnam een belangrijke oorzaak. Laos is per hoofd van de bevolking het meest gebombardeerde land ter wereld. Een derde van het oppervlak van het land ligt bezaaid met onontplofte Amerikaanse (cluster)bommen (bommies zoals de Laotianen ze noemen). Het COPE informatiecentrum in Vientiane, waar ze rehabilitatieprogramma’s ontwikkelen en kunstledematen en andere hulpmaterialen als rolstoelen maken, schetst een indrukwekkend beeld van de ernst van het probleem. Jaarlijks raken nog steeds zo’n 100 mensen (waarvan 40% kinderen!) gewond of overlijden door de bommies…

Alleen op het gebied van toerisme hebben de Laotianen het beter voor elkaar dan de Vietnamezen. Waar we in Noord Vietnam maar op enkele plaatsen op het toeristenspoor zaten lijkt Laos volledig ontdekt door iedereen. Van backpacker tot groepsreiziger, van Westerse tot Oosterse toerist. Toerisme is dan ook een van de belangrijkste inkomstenbronnen van Laos (plm 50% van het nationaal inkomen). Elke wat grotere plaats is op toerisme gericht. Dit verhoogt het comfort behoorlijk. De guesthouses en restaurants zijn netter. Bijna overal is wel een menu in het Engels. We hebben nergens zoveel muesli en pannenkoeken kunnen eten als in Laos.

Maar het maakt ook dat je in de meeste plaatsen ook vooral naar andere toeristen zit te kijken. Er zijn niet zo veel Laotianen en daardoor raken de toeristen in de meerderheid en bepalen het beeld. Louang Prabang, op de UNESCO werelderfgoedlijst in verband met de vele tempels, is een prachtige plek. Je hebt alleen niet het gevoel dat je in een belangrijke Laotiaanse stad bent…

Wat fietsen in Laos wel een unieke ervaring maakt zijn de kleine kinderen. In elk dorp waar we door rijden hebben ze ons als snel gezien (het lijkt wel of ze een radar hebben voor fietsers), of worden ze door de ouders op ons gewezen. Dan hoor je : ‘falang, falang” (buitenlander) waarna vaak alle, maar met name de kleine kinderen beginnen te lachen en te zwaaien . Overal hoor je onderweg “Sabaideeeeee”. Soms zien we de kinderen niet eens en horen we ze alleen, dan zwaaien we maar wat in de richting waar het geluid vandaan komt. Vaak ook komen ze naar de weg toegesneld en roepen ze uit volle borst. Ook een high five als we passeren is erg grappig met die kleine handjes in de lucht. Het enthousiasme is ontzettend aanstekelijk.

We hebben nog een paar dagen in Vientiane om lichamelijk weer helemaal op orde te komen en ons Thaise visum te regelen. Dus lekker (indiaas) eten en luieren en dan richting de vriendschapsbrug en Thailand!

Er staan ook weer een heleboel foto’s online.

 

Sa Pa -Dien Bien Phu

Posted by JenSfietsen on November 3, 2013 at 2:30 AM Comments comments (0)

Sa Pa – Lau Chai – Sin Ho – Muong Lay – Dien Bien Phu

Laatste etappe Noord Vietnam

 

Vanwege de regen zijn we drie dagen gebleven in de toeristenkermis van Sa Pa. S’ochtends pannenkoeken en s’ middags en s ’avonds lekkere maaltjes, dat is het enige wat ons daar echt heeft getrokken. Het is een plaats die beïnvloed door toerisme niet meer lijkt op de rest van wat we van Noord-Vietnam hebben gezien.

Rondom en in Sa Pa wonen veel bergvolkeren, Mhong, Dao, Tai, en nog een stuk of wat. Het zijn mooie mannen en vrouwen die zich van elkaar onderscheiden door hun kleurige kleding. Roze geblokte hoofddoeken, rode lappen, zwarte wrongen op hun hoofd, kleurig gestreepte rokken, prachtig geborduurde emblemen. De mensen zijn echt prachtig om te zien.

Wat het erg onnatuurlijk maakt is dat de bergvolkeren in Sa Pa zich bijna volledig op de toeristen hebben toegelegd. Je kunt het ze niet kwalijk nemen. De hutten waarin ze wonen zijn eenvoudig, het leven is, denken wij, zwaar voor ze. Door de komst van toeristen (ze vieren dat dit al 110 jaar het geval is, het is ooit begonnen met de koloniale Fransen) zijn er mogelijkheden voor hen ontstaan om hun leven wat gemakkelijker te maken. Ze hebben zichzelf redelijk Engels aangeleerd en daarmee knopen ze gesprekjes aan met de toeristen. Ze willen je graag meenemen op een trekking naar hun dorp. Ze verkopen daarnaast allerlei handgemaakte tasjes een sjaaltjes. Mooi spul, alleen extra kilo’s op de fiets zijn voor ons niet zo aantrekkelijk. Het contact met hen voelt onnatuurlijk, het is puur gericht op handel. Jammer.

 

Als de regendagen eindelijk aan hun eind lijken te komen, stappen wij in de mist weer op fietse op naar de hoogste pas van Vietnam en weg uit de kermis. Helaas valt het weer toch nog tegen. Tot aan de pas breekt het nog redelijk open en worden we getrakteerd op een aantal mooie uitzichten op de Fansipan. Echter aan de andere kant van de 2000m pas, zit de boel potdicht en rollen we in mist en regen naar beneden. Jammer, als het droog is, is een afdaling bevredigender, nu moeten we uitkijken dat we de bocht niet uitvliegen.

 

De afgelopen weken hebben ons geleerd dat na een afdaling altijd weer een klim volgt en zo ook deze dag. Na een regenachtige dag met bijna 1500 hoogtemeters in de benen eindigen we in Lau Chai. De hotelkamer waar we intrekken moet nog even worden opgemaakt. De beste man wilde snel nog even het dekbed rechttrekken, maar ziet in dat dat niet meer gaat lukken nu wij dit ook gezien hebben. Hij haalt het onderlaken af en gaat op zoek naar schoon (?) goed. Wij helpen hem met het afhalen van de kussenslopen en de dekbedhoes ;) en hij neemt alles mee en we krijgen een (nieuw?) eenpersoonsdekbedje retour. De bezem gaat er nog kort even door en klaar! Tja het poetsen van hotelkamers nemen ze niet zo serieus hier. In veel van de guesthouses (nha nghi) lijkt het wel of er nauwelijks wordt schoongemaakt en hergebruiken van dekbeddekens (waar vaak geen hoes om heen zit) zonder wassen is heel normaal. De hotelletjes worden ook gebruikt voor rendez-voutjes tussen net geklede mannen en incognito vrouwen met een mondkapje voor en gebloemd stofjasje aan. Na gebruik leggen ze het dekbedje weer recht en er volgt een spraytje door de kamer. . Als het te smerig is kunnen we altijd nog onze eigen slaapzakken gebruiken .

Na Lau Chai zouden er via de hoofdweg 50km road works volgen vanwege de aanleg van een stuwdam. Geen aantrekkelijk vooruitzicht. Volgens onze kaart en op aanwijzing van een Duitse toerist in Ba Be schijnt er een goed alternatief te zijn via een kleine weg naar het dorp Sin Ho en weer naar beneden naar de hoofdweg. We gaan er van uit dat dit een behoorlijke klim gaat worden en gaan weer op tijd op pad. Het schemert tussen vijf en zes en om zes uur is het volledig daglicht. Om vijf uur start de staatsradio via grote zendmasten. Hier is geen ontkomen aan (helemaal niet als je hotel naast zo’n mast staat…). De uitzending wordt aangekondigd door een muzakachtig liftmelodietje en dan volgt anderhalf uur monotoon geblaat in het Vietnamees, met om 6u nogmaals tuut tuut tuut en weer dat muziekje. Socialistische propaganda? Een oproep tot een arbeidzaam leven? In elk geval is heel Vietnam tot leven gekomen en broezen de scooters weer toeterend door de straten. Wij hebben ons ritme hier volledig op aangepast en zitten rond 7u op de fiets.

 

Een prachtige weg naar Sin Ho volgt. Geweldige vergezichten als we hoger en hoger klimmen. Helaas hier ook road works, die na enkele regendagen hebben geleid tot modderpoelen en glibberpaden. De weg bestaat hier voortdurend uit stukken die klaar zijn: heerlijk zoeven over ruime tweebaans wegen; stukken waar ze mee bezig zijn: blubber, stenen, hobbeldebobbel en stukken waar ze nog mee bezig gaan: gaten, scheuren, losse keien, en gelukkig bijna altijd wel een paar goeie centimeters waar wij over heen kunnen fietsen.

Het is op onze kaart niet helemaal duidelijk hoe hoog Sin Ho ligt. We volgen, na een afdaling en weer een steile klim, de graat van de bergen langzaam verder omhoog. Duizelingwekkend landschap, je kunt zo ver kijken en heel goed zien waar we vandaan gekomen zijn. Hier treffen we weer verbaasde, lachende en nieuwsgierige gezichten. De kinderen spotten ons al van verre en staan klaar aan de weg om ons te begroeten. Hier wonen ook allerlei bergvolkeren, maar deze zijn nog puur zichzelf. Ze zien zelden toeristen. Prachtig. Net voor donker ploeteren we de laatste kilometers naar Sin Ho, dat op 1500m blijkt te liggen. 66km voor Joor in 6u45min en Stel 7u25min… We vinden een prettig schoon hotelletje en een fijn maaltje in een restaurantje dat wordt gerund door vijf jonge mensen waarvan eentje wat woorden Engels spreekt. Fijne verrassing na zo’n lange dag.

We komen ‘s nachts helaas nauwelijks tot rust door onze onrustige benen vanwege de zware klim van die dag. Met redelijk zure benen rollen we de volgende dag duizend meter naar beneden weer terug naar het dal, naar de hoofdweg, die ook erg rustig blijkt te zijn. We stoppen op tijd in Muong Lay. Daarna volgt nog een laatste prachtige etappe, nu langs de bergen met Laos. Hier wonen weer andere volkeren, ze spreken een ander dialect dan we eerder hoorden, de vrouwen hebben zwarte knotten op hun hoofd, met daarbovenop weer de helm voor op de scooter . We trappen van het ene dal naar het andere, via relatief korte klimmetjes, het weer is rustig, de zon brandt 38 graden. Halverwege in Muong Cha eten we een heerlijke lunch van een kruising tussen spareribbetjes en babi pangang, wat een feest. Zonder problemen trappen we nog 55 km door naar Dien Bien Phu. Vandaag rust- en wasdag en morgen naar Laos. We vonden Noord -Vietnam boeiend en prettig en weer anders dan andere landen waar we doorheen zijn gekomen op eerdere reizen. We zijn benieuwd wat Laos ons vanaf morgen gaat brengen.

 

 

Hanoi- Sa Pa

Posted by JenSfietsen on October 27, 2013 at 5:55 AM Comments comments (0)

Hanoi – Hai Duong – Hai Phong – Catba – Halong – An Chau – Lang Son – That Khe – Cao Bang – Na Phac – Ba Be lake – Vinh Loc – Viet Quang – Pho Rang – Lao Cai – Sa Pa

Na ruim 3 weken onderweg in Vietnam hebben we Sa Pa bereikt. Sa Pa ligt op 1500 meter tegenover de hoogste berg van Vietnam, de Phansipan (ruim 3100 meter) en is een van de toeristische hoogtepunten van Noord Vietnam. Na 3 weken zweten bij temperaturen tussen de 24 en 40 graden, zitten we nu met onze truien aan bij het haardvuur. Dat is wel weer even wennen.


In de afgelopen 3 weken hebben we 1067 kilometer afgelegd door een zeer groene wereld van heuvels, bergen, veel rijstvelden en vriendelijke mensen.


De eerste 3 dagen hebben we in Hanoi rondgekeken en de tijd genomen om over de jetlag heen te komen en aan de warmte en de drukte te wennen. Hanoi is een stad van enkele miljoenen en die rijden allemaal op brommertjes met mondkapjes op, luid toeterend rond. In het begin was het oversteken van de straat al een avontuur maar na enige tijd begin je te zien dat het eigenlijk heel logisch gaat. Het lijkt op stromend water, steeds zoekend naar de minste weerstand. Op de terrassen boven een van de grote kruispunten hebben we gefascineerd zitten kijken hoe het onder ons krioelde.


Toen we de stad in de vroege ochtend uit fietsten viel het verkeer ons eigenlijk wel mee. Go with the flow!


Van Hanoi zijn we via Hai Phong naar Catba gefietst. Catba is het grootste eiland in de baai van Halong. Hier steken allerlei karst eilandjes boven de zee uit en varen vele toeristenboten daar tussendoor. Na een dag aan het strand zijn we het eiland over gefietst om met de gewone pont tussen de eilanden door naar het vaste land te gaan. We zijn nooit zo van de toertjes dus deze alternatieve cruise op een half doorgeroeste veerpont, was voor ons de perfecte manier om Halong Bay te ervaren.


Hierna zijn we naar het noorden gereden. Via An Chau, Lang Son en Cao Bang richting Ba Be Lake. Deze watgrotere, maar relatief toch kleine plaatsen zijn niet echt interessant, er zijn meestal een aantal eenvoudige guesthouses. Ze hebben veelal een voedselmarkt met allerlei stukken vlees (alles is mogelijk van kop tot staart, darmen en poten, wat je maar lekker vindt) en vis, levende kippen, eenden een honden klaar voor de eigen slacht, fruit en groente en er rijden met name overal veel brommertjes en weinig auto’s. Auto’s zijn hier een luxe vervoermiddel. Wel komen er regelmatig groter trucks voorbij, ook van die voormalige Amerikaanse met van die grote neuzen. Echter op het platteland wordt geploegd met waterbuffels. Wij vinden het eten buiten de toeristenplaatsen veelal erg eenvoudig, veel rijst en pho, noedelsoep, met meestal beef of kip, en soms ook eend of varken en op allerlei plekken ook met hond… In China waren we het ook al tegengekomen op onze eerste reis, maar hier is het eten van hond gemeengoed. Wij slaan even over. Omdat Vietnam een vroegere kolonie van Frankrijk is geweest is brood bijna overal te verkrijgen. We stappen dan ook al snel af van de noodlesoep voor ontbijt en lunch en gaan aan het brood met banaan. Het brood is veelal wat gezoet, de broodjes smaken als puddingbroodjes en helpen ons menig klimmetje over.


De Vietnamezen die we tot nu toe zijn tegengekomen groeten ons vriendelijk. Veel “hello” en lachen of verbaasde gezichten en dan lachen. Er wordt buiten Hanoi echter weinig Engels gesproken en ons Vietnamees mag geen naam hebben. De mensen houden afstand, staan niet in drommen om je heen om alles aan te raken, kijken alleen even en gaan dan weer door met hun eigen dingen. Voor ons is dit prima, wij gaan graag onze eigen gang.


We hebben een aantal leuke ontmoetingen gehad in Hanoi met goed Engelssprekende studenten van de universiteit. In de tempel van de literatuur worden de jonge kinderen op zondag door hun leraressen losgelaten op de toeristen om hun Engels te oefenen “What’s your name? How old are you? What’s you favourite food”, schattig. Buiten Hanoi komen de kinderen jammergenoeg niet echt verder dan hello en bye bye.


In de toeristenplaatsen zoals Cat Ba en Sa Pa merken we verschil in benadering ten opzichte van de rest van Noord Vietnam. In toeristenplaatsen moeten we voortdurend afdingen op de dingen die we willen kopen. De prijzen van eten vliegen omhoog, je moet eerst afspreken wat iets gaat kosten, anders kom je voor verrassingen te staan. Meer mensen spreken er Engels en er zijn altijd hotels die je moet zien en toertjes die je moet gaan doen. Helaas hebben ze aan ons als fietstoeristen dan weinig. Na al ons gefiets staat een dag hiken niet direct op ons programma, eerder een dagje rust voor de benen.


Buiten de tourist-trail vinden wij het land interessanter, ook al zijn er dan geen pannenkoeken met banaan voor het ontbijt ;) Het leven is authentieker daar waar het niet door toeristen veranderd is en dat is wat fietsreizen zo boeiend maakt, het rijden langs al die plekken waar weinig buitenlanders komen. Ze zijn vaak zo verbaasd dat ze er niet bij nadenken om tweemaal zoveel als anders te vragen voor hun waren. Maar vergis je niet, de tijd heeft hier niet stil gestaan, iedereen loopt met een gsm en bijna overal is wifi. Er wordt gefietst, maar de meeste mensen hebben een scooter. sateliettelevisie is ook op veel plekken gewoon. Het contrast is soms groot. De mensen wonen in een hut met overal stof die de grote trucks bij het passeren hun huizen in blazen, maar kijkend door hun voordeur zien we gelijk de televisie staan. Bamboehut met schotelantenne.


Ons idee om het uiterste noorden op te zoeken hebben we laten varen omdat we maar een maand de tijd hebben in Vietnam. Een langer visum was iets handiger geweest, maar ja dat was via ons visumbureau in Nederland niet mogelijk.


Ba Be lag nu weer wel op de route en bleek geen verkeerd alternatief. Dit grootste natuurlijke meer van Vietnam en nationaal park bleek zeer de moeite waard. We hebben ons rond laten varen over het meer en de rivieren naar een enorme grot waar de rivier door heen stroomt. In de grot kon je nog een stuk lopen , terwijl enkele tientallen meters boven ons de vleermuizen aan het piepen en poepen waren. We hadden de rivier en het meer praktisch voor onszelf, omdat het toeristenseizoen al voorbij is, luxe met z’n tweeën en onze bootchauffeur cruisen, relaxed.


Van Ba Be zijn we in 5 dagen westwaarts gereden richting Sa Pa. De eigenaar van ons guesthouse bij Ba Be had ons een mooie route geadviseerd richting Vinh Loc met een doorsteek over een klein weggetje. Met een ingetekende weg op de kaart en het advies om bij een groot tankstation rechtsaf te gaan zijn we vertrokken. Op de plek waar we op de kaart de weg hadden ingetekend was geen tankstation. Dus doorgereden. Op een paar kilometer voor de volgende grotere plaats: het tankstation en richtingaanwijzer. Dus vol goede moed op weg. Eerst een flinke klim. En daarna de welverdiende afdaling en toen. Einde asfalt. Ok . Dat zal maar een paar kilometer zijn tot de hoofdweg die op onze kaart beschreven staat. Dus heerlijk hobbelend door kleine dorpjes, langs zwaaiende mensen. Fantastisch dat je met de fiets op plekken komt waar nooit een toerist langskomt. Iedereen vriendelijk lachend zoals overal de afgelopen weken. Maar hoe ver is het tot die hoofdweg? We gingen inmiddels ook wat meer naar het noorden dan verwacht. Maar stroomafwaarts dus we komen wel ergens uit. Meer modder en gaten. De weg steeds smaller. En dan de rivier naar links en wij rechts stijl, boven de 10 % omhoog. Zweten, pff! Waar zitten we nou eigenlijk? Ons doel staat ook niet op de kilometer paaltjes. Alleen een plaats die niet op onze kaart staat. Hmm. In onze reisgids stond beschreven dat er de afgelopen jaren nogal wat plaatsen van naam veranderd of verwisseld zijn, zou dat misschien ook voor Vinh Loc gelden? Daar gaan we maar van uit. Nog 2 uur en het wordt donker. Geen idee waar we zijn. Dus maar doorzetten en hopen dat deze weg (mogen we het nog zo noemen?) ergens heen loopt en niet oplost in het onkruid. De gedachte dat we rond zonsondergang maar in een dorpje moesten vragen of we ergens op een vloertje mochten liggen begon al bij ons op te komen. Flink zwetend en hobbelend de volgende berg maar weer op. Nieuw dal aan de andere kant. Een afdaling met ingeknepen remmen om veilig tussen de keien en gaten door te komen. En toen weer iets meer asfalt tussen de gaten dan andersom. Flink doortrappend toch op een hoofdweg uitgekomen. Maar waar precies? Weer de weg vragen. Vinh Loc staat nergens op de borden totdat we bij de stadsgrens komen. Net voor donker na bijna 8 uur op de fiets en 100 kilometer vinden we een groezelige kamer , maar verbazend genoeg een lekkere maaltijd in een eenvoudig restaurant dat blijkbaar erg populair is, het zit tjokvol.


Nu zitten we dus in touristy Sa Pa, na een pittige klim van 100m in Lao Cai naar 1500m. Wasje gedaan, morgen klussen aan de fietsen. Kettingen verwisselen, alles even weer poetsen en op voor de volgende etappe van vijf dagen naar Laos. 4 november loopt ons Vietnames visum alweer af en vervolgen we de reis in dit nieuwe land.

 

Onderweg

Posted by JenSfietsen on October 11, 2013 at 9:15 AM Comments comments (1)

Na 3 dagen bijkomen van onze jetlag zijn we vroeg in de ochtend Hanoi uitgefietst. Al die brommertjes lijken erg chaotisch maar na een tijdje blijkt het zich allemaal te gedragen als stromend water, elke keer de weg van de minste weerstand. 

Zie voor foto's de link

Fietsje inpakken

Posted by JenSfietsen on September 30, 2013 at 8:50 AM Comments comments (1)

Het begin van een nieuwe reis.

Posted by JenSfietsen on September 27, 2013 at 6:00 AM Comments comments (0)

Over 6 dagen is het zover. Dan vertrekken we weer met ingepakte fietsen en bagage naar Schiphol. Na 4 jaar thuis geweest te zijn hebben we weer een verlofperiode geregeld. Op ons virtuele lijstje van nog te bezoeken gebieden stond zuidoost azie bovenaan. De ideale regio om de Nederlandse winter te vermijden.

De afgelopen maanden hebben we heel geleidelijk wat spullen bij elkaar gezocht, ingelezen en voorbereid. Dit is bijna ongemerkt gegaan zodat het nog wat onwerkelijk aanvoelt dat we weer bijna een half jaar van huis zullen gaan. Maar met de tassen gepakt en de laatste zaken geregeld is het toch echt bijna zover..........

het plan: Na een paar dagen Hanoi richting de kust en Cat Ba island. Hierna richting het noorden en de bergen in. In een soort omtrekkende beweging langs de chinese grens richting Sapa. Op deze route zullen onze (nu nog) ongetrainde benen heel wat hoogtemeters moeten verzetten. Na Sapa gaan we verder richting de grens met Laos.




Granby- New York- Thuis

Posted by JenSfietsen on July 9, 2013 at 12:00 AM Comments comments (0)
Beste allemaal,
 
Het fietsende leven zit er weer op… Vorige week zondag
zetten wij weer voet op Nederlandse bodem, maar dit pas na nog een prachtige
week fietsen door het Rocky Mountains National Park en nog meer geweldige
gastvrijheid van de Amerikanen te hebben genoten.
 
De laatste
fietskilometers

In het park hebben we nog elanden kunnen zien. Toen
iedereen foto’s stond te maken aan de ene kant van een prachtige bull-moose,
klonk er gekraak uit het bos aan de andere kant en kwamen er pardoes een
moeder-eland met kind uit de struiken. Zij liepen ongemerkt over de
parkeerplaats om daarna weer tussen de bomen te verdwijnen. Het blijven prachige
grote beesten om te zien. Aan de oostkant van het park werden we door de elken
(grote herten) platgelopen. Overal lagen enorme kuddes in de velden en bij tijd
en wijle blokkeerden zij de weg of het pad als ze overstaken.
Bij het
bezoekerscentrum voor de laatste hoge pas over de Rockies ontmoetten we Patrick
op zijn racefiets en hij nodigde ons spontaan uit om bij hem en zijn vrouw te
komen logeren. In een kast van een huis, prachtig! Patrick is architect en klust
zelf ook een heleboel, en het huis had hij dan ook grotendeels eigenhandig
gemaakt. Wij hadden een eigen badkamer met bad en douche en na een uur na onze
aankomst moesten Pat en Sandy beide weg voor glow-in-the-dark-golf van de
Rotary. Dus stonden we daar in dat prachtige huis, alles voor onszelf… Na twee
biertjes (dit al onder het eten, onder begeleiding van Pat) ging Joris na een
kudde herten achter het huis te zien rennen, zelf rennend dwars door de hordeur
om de herten te bekijken… Was al vaker gebeurd, kon gelukkig zo weer gemaakt
worden.
Op zaterdag hadden Pat en Sandy nog meer loges, ook voor hen twee
onbekende mensen, geen fietsers maar ,mensen van de Rotary. Zij kwamen voor een
conferentie om over ‘water’ te praten. De man, bijna 90 jaar, kende onze
kroonprins ook wel, had ie al eens ontmoet bij een conferentie in New York. De
wereld is maar klein.
Na drie nachten in Estes Park moesten we ons losrukken
uit de heerlijk witte dekbedden en begonnen we aan de laatste kilometers via
Boulder naar Denver.
Boulder is een super outdoorsie stad. Veel studenten,
allemaal fietsen, een gezellig centrum met koffiehuizen en terrasjes. De
Amerikanen vinden het geweldig, voor ons was het alsof we bijna weer in Grun
waren. Bij binnenkomst was er een koffietent waar een poster hing van de Vuelta.
Leuk om daar Nederland op te zien, konden we de Amerikanen gemakkelijk uitleggen
waar wij wonen. De gemiddelde Amerikaan kan namelijk New York niet eens op de
kaart vinden, laat staan Nederland.
In Boulder hadden we weer een
Warmshower. Ditmaal bij een gezin met twee kids. Ed is een software engineer en
die doet duidelijk goede zaken: ook hij heeft een prachtig huis. Wij mogen in de
masterbedroom slapen, wederom met eigen badkamer. Er zit zelfs een zwembad in de
tuin. Als je iets uitkiest moet je het goed doen ;)
Na een nacht bij Ed
verkassen we naar Mike en zijn vriendin Katie. Mike was Stels huisgenoot in
Alicante zeven jaar geleden, maar bleek geen spat veranderd. We hebben een
gezellige barbecue en de drie honden doen zich te goed aan de kip die maar niet
gaar wilde worden.
Dan de laatste etappe naar Denver. Joor heeft een mooie
route uitgestippeld via Google Earth en zo bereiken we zonder problemen 3,5 uur
later het station van Denver. Dan is het fietsdozen regelen, fietsen demonteren,
tasinhoud overpakken, fietskleren verwisselen voor treinpak en zo hebben we nog
een paar uurtjes om in Denver rond te scharrelen. Er rijdt een gratis bus op en
neer vanaf het station door de hoofdstraat (die toch zo’n vijftien blokken
beslaat) dus we pendelen heen en weer om nog wat laatste dingetjes te kopen voor
mee in de trein. Om acht uur ‘s avonds vertrekken we voor een treinrit van 2 x
24 uur via Chicago naar New York.
 
New
York

Vrijdagavond half zeven kwamen we net voor donker aan in New
York. Joor zette snel de fietsen weer in elkaar en we fietsen naar het door Stel
dr ouders gereserveerde hotel aan Fifth Avenue. Op de plaatjes op internet zag
het er mooier uit, maar het ligt supercentraal, een straat achter Times Square,
dus we hebben niets te klagen. Een uur later arriveren ook Stel dr ouders en
het is alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben.
Met de hele familie
zwerven we zeven dagen door New York, van de Staten Island Ferry en het Statue
of Liberty naar het NY Politiemuseum en via China Town naar Little Italy. Via
Brooklyn en de Brooklyn Bridge naar Central Park, Rockefeller Center, het gebouw
van de Verenigde Naties en weer terug. Geweldig om gewoon rond te lopen tussen
alle wolkenkrabbers en de drukte. Het is een kakefonie van oud- en nieuwbouw
door elkaar heen. We bezoeken het Guggenheim en het Museum of Modern Art.
Verder kijken we natuurlijk onze ogen uit in de luxe winkels van Versace, Gucci
en Donald Trump. Alleen al met de goud vergulde roltrap omhoog is een hele
belevenis.
Op donderdag hebben we net als destijds in Hong Kong een door pa
geregelde ontmoeting met een IPA-man. We krijgen een uitgebreide rondleiding
door het gebouw waar hij werkt, een soort onofficieel politiebureau met de
gang-unit en homocide (over homocide gesproken, de dag ervoor liepen we langs de
set van Law & Order Special Vicitms Unit!). Daarna neemt hij ons mee naar
het buurtbureau om de hoek. "Neem zoveel foto’s als je wilt", drukt de man ons
op het hart. In het bureau wordt toevallig als wij er zijn een ‘boef’
binnengeleid, die krijgt een oranje ‘pak’ aan en wordt vervolgens in een cel
gestopt, waar wij wel even om het hoekje mogen kijken, maar daar geen foto’s van
mogen nemen… De briefing room mogen we ook uitgebreid bekijken, op een
tv-scherm circuleren beelden van een gezochte verkrachter en een overvaller. Op
de papieren is precies te lezen wie er aangifte heeft gedaan en wat er is
voorgevallen. De rondleidingen bij de Nederlandse politie gaan dan toch wat
anders…
 
En dan zit het er op. De familie vliegt op vrijdag al terug.
Wij op zaterdag. We besluiten te fietsen naar het vliegveld, 26km, waar we toch
ruim 2,5 uur over doen. We fietsen over de Brooklyn Bridge en komen onderaan in
de opstopping van een optocht van verslaafden die vieren dat ze verslaving-vrij
zijn. Gezellige club wappie lui. Dan verder door Brooklyn, dat hoe verder er in
hoe gaarder wordt. Helaas vergissen we ons in avenue en boulevard en fietsen we
nog een stukkie om via nog meer van die gezellige buurten. Joor heeft er meer
last van dan Stel, alhoewel die ook al voorbereidingen in haar hoofd aan het
treffen is mocht ze geraakt worden door een verdwaalde kogel (als Joor maar niet
vergeet te zeggen tegen de arts dat ik lenzen in heb…). Het laatste stuk gaat
over een zes-baans snelweg met betonnen tussenberm (heerlijk fietsen dat zul je
begrijpen) tot vertrekhal 8. Gehaald! Fietsen demonteren, inpakken, tassen
ompakken en we zijn klaar voor de vlucht en zo eindigt weer een jaar
fietszwerven over de wereld. Op naar Nederland waar we weer nieuwe uitdagingen
aan zullen gaan.
 
We zijn inmiddels al weer aardig ingeburgerd en als het
goed is hebben jullie ook al onze nieuwe mobiele nummers.
We pakken graag de
draad weer op waar we die een jaar geleden hebben laten liggen!
 
Tot
gauw!
Joris en Stella
Ps. de laatste fotos staan ook al op de site.

Rss_feed